Film - De Vrijheid van Michiel de Ruyter

Vrome ijzervreter

Een succesvolle historische film in Nederland is per definitie een ahistorische film. Michiel de Ruyter werd een joviale Zeeuw, een mengsel van Bennie Jolink en Soldaat van Oranje.

Medium dr2

Op 14 mei 1660 bezocht de jonge Samuel Pepys het dorp Den Haag. Hij was aangekomen aan boord van de Royal Charles, een formidabel schip met tachtig kanonnen dat voor Scheveningen voor anker lag. Pepys vond Den Haag ‘a most neat place in all respects’. Elke beschaafde Hagenaar sprak Frans of Latijn of allebei. Hij bezocht het graf van ‘Van Trump’ in Delft, ‘a very fine monument’, en twee dagen later zag hij ook de zaal waar de Staten-Generaal vergaderden, ‘a great place, where the flags that they take from their enemies are all hung up’._Het hoogtepunt van het bezoek volgde op 23 mei, toen de Engelse koning Charles II aan boord kwam in gezelschap van zijn zuster, Princess Royal Mary Stuart, en de Prins van Oranje, haar zoon, Charles’ neef, tien jaar oud. Pepys noteert: _‘All day nothing but Lords and persons of honour on board’ en eindeloze en wanordelijke eresalvo’s van de kanonnen.

Het was een even glorieuze als merkwaardige situatie. Sinds 1651 had deze Charles in behoeftige omstandigheden in ballingschap geleefd. In 1660 werd hem echter door het Engelse parlement de troon aangeboden. Hij bevond zich toen of all places in Breda. De Nederlandse Staten-Generaal en hun pensionaris, Johan de Witt, begrepen dat deze kersverse koning onmiddellijk tot bondgenoot moest worden gemaakt. Ze verzochten hem via Den Haag te reizen, waar hij met groot vertoon werd onthaald. In het Mauritshuis werd hij door het Engelse gezantschap gekroond. Er werd uitgebreid gefeest en veel op de nieuwe alliantie getoost. Maar, zo schrijft Johan de Witt-biograaf Luc Panhuysen: ‘Het feestelijke afscheid van de koning weerspiegelde een bedrieglijke eensgezindheid. Iedereen zag een vriend in Karel.’ Dat was hij niet. De tijden waren zeer onzeker, alles kon in een oogwenk verkeren, niemand die dat beter wist dan Charles zelf. Het schip dat hem in triomf naar Londen bracht, de Royal Charles, was er het beste bewijs van: het was bij Scheveningen snel omgedoopt. Het heette tot dan Naseby, naar de veldslag in 1645 waarin Charles’ vader vernietigend was verslagen en zijn troon had verspeeld.

Vanaf dat moment zouden de Republiek en Engeland twaalf jaar lang min of meer onophoudelijk in oorlog zijn. De film Michiel de Ruyter van Roel Reiné bestrijkt grosso modo die jaren van conflict, tot aan het Rampjaar 1672. Aan het begin van de film houdt Johan de Witt een vlammende, Kennedy-achtige rede tot de Staten-Generaal, waarin hij de leden voorhoudt dat het voortbestaan van de Republiek op het spel staat, en alleen eenheid de zaak kan redden; aan het einde van de film is zijn missie mislukt. De Oranjegezinde factie neemt wraak; De Witt en zijn broer worden door een meute opgehitste burgers vermoord.

De film gaat vooral over De Ruyters aandeel in die twaalf jaar van strijd en over zijn grote overwinningen op zee, maar het is toch vooral een beeld van ‘De Ware Vrijheid’, de periode waarin de gebroeders De Witt probeerden de Republiek definitief te ontdoen van de invloed van de Oranjes. De aanhangers daarvan zagen het optreden van de twee broers met stijgende frustratie aan: als staatsman respectievelijk militair bevelhebber namen Johan en Cornelis met groot succes precies die functies in die de Oranjes altijd hadden bekleed. De gebroeders De Witt maakten zo in eigen persoon een toekomstige rol van de jonge Prins van Oranje overbodig.

Medium dr4

Deze geschiedenis is erg interessant, maar zeer complex, en dus moeilijk na te vertellen, laat staan te verfilmen, zó sterk wisselen de kansen, zó doortrapt is de internationale politiek en zo ondoorzichtig zijn de tegenstellingen in de Republiek. Roel Reiné neemt dus de admiraal als centrale figuur om de geschiedenis tot leven te brengen. Een begrijpelijke keus, want De Ruyter is anders dan bijvoorbeeld J.P. Coen nog altijd als held intact, en goeddeels onomstreden.

De keuze voor een historisch verhaal over een zeventiende-eeuwse admiraal stelt een filmmaker echter voor drie grote uitdagingen. A: Je moet het spektakel van een zeventiende-eeuwse zeeslag laten zien, sterker nog: een half dozijn van die zeeslagen. De kosten daarvan zijn astronomisch. B: Je moet uit die kluwen van politieke, militaire en persoonlijke verwikkelingen één of twee rode draden weten te selecteren die het hele verhaal kunnen vertellen én dramatisch interessant zijn. C: Je moet die geschiedenis vervolgens opdissen voor een publiek dat er vrijwel niets van weet. De Tros is de mediapartner van de film: daar weet men misschien nog nét wie De Ruyter was, maar zeker niet wie Johan de Witt was, laat staan Cornelis, laat staan hoe die Engelse oorlogen in elkaar zaten, wat de Staten-Generaal waren, hoe het zat met het geloof, de Republiek, Charles II, Amsterdam, Brabant, Maastricht, Zweden, Lodewijk XIV, Loevestein, de pretenties van de Oranjes, et cetera. Dat betekent dat de scenarioschrijvers met enorme oogkleppen en grote hakmessen moeten simplificeren, reduceren, sjabloneren en vooral genadeloos zondigen tegen de historische wetenschap. Het betekent dat ze een verhaal moeten schrijven dat 21ste-eeuws is, in 21ste-eeuws Nederlands, met een 21ste-eeuws moreel kader, en dat moet de regisseur vervolgens hullen in zeventiende-eeuwse kledij. Anders gezegd: een succesvolle historische film in Nederland is per definitie een ahistorische film.

In de 21ste eeuw zijn we allemaal ‘Nederlanders’ die ‘samenwerken’ en zo praten de zeventiende-eeuwers dus ook

Hoe pakt dat uit? Die zeeslagen (A) zijn met verve verfilmd, en beslist pakkend, ook al komen de schepen grotendeels uit de computer. Een kniesoor die erover klaagt dat die Engelsen tot vier keer toe hetzelfde niet-bestaande zeil laten hijsen, dat de bloedige chaos van het kanonnendek in vol bedrijf twee keer exact wordt herhaald, maar dan met Engelse c.q. Franse bemanning en dat het bij elke zeeslag exact hetzelfde weer is. Voor de rode draden (B) concentreert men zich op de politieke en militaire strategieën van de De Witten. De Ruyter fungeert daarbij als briljante en toch eenvoudige ijzervreter, die politici wantrouwt, maar wel een sterke vriendschap voelt voor Johan de Witt. Hij houdt ook zeer van zijn vrouw en kinderen en van het Vaderland, wat dat ook moge betekenen.

En ja, er wordt vreselijk vereenvoudigd, door elkaar gehaald en bij elkaar gefantaseerd ©, en dat is op zich begrijpelijk. Alles moet in drie regels uitgelegd kunnen worden. Het is her en der te zien dat de acteurs maar heel gedeeltelijk weten wie zij spelen en waar zij zich bevinden, maar dat weten de kijkers ook niet. Het perspectief is 21ste-eeuws; in de 21ste eeuw gaat niemand naar de kerk, en dus wordt er in de hele film niet één keer gebeden, op een begrafenis op zee na. In de 21ste eeuw is homoseksualiteit normaal, en dus is de Prins van Oranje openlijk homo. Hij is niet de belangrijkste protestantse vorst van Europa, hij is niet een gehaaide politicus, niet de belangrijkste schuldeiser van de Engelse koning, en ook niet een inspirerend militair in de dop: hij is homo en homo’s houden van ballet en zij worden misselijk als zij met een vrouw moeten dansen. In de 21ste eeuw zijn we allemaal ‘Nederlanders’ die ‘samenwerken’ en zo praten de zeventiende-eeuwers dus ook. Daarin met name is de film geforceerd en onwerkelijk: het lijkt mij onwaarschijnlijk dat De Witt of zelfs de Prins van Oranje zich heeft bediend van de begrippen ‘Nederland’ en ‘de Nederlanders’, alsof er een overkoepelend nationaal idee bestond dat vergelijkbaar is met het onze. Het was juist de vergaande decentralisatie van het bestuur dat de Republiek zo succesvol had gemaakt. Alleen de defensie vroeg om een gezamenlijke aanpak, en daar had je een admiraal bij nodig, of een prins, maar verder niet.

Het moet gezegd dat de film binnen die pijnlijke reducties toch ook veel dingen aardig treft. Enkele zeventiende-eeuwse schilderijen zijn nauwgezet ‘nagebouwd’ met mooi resultaat, bijvoorbeeld in de weergave van de Ridderzaal, zoals Pepys die bezocht. De reconstructie van De Ruyters begrafenisstoet op de Dam was een huzarenstuk. De Witts vrouw Wendela Bicker zal tegen haar bezoek nooit hebben gezegd: ‘Kom, ik laat je het huis even zien’, maar ze was wel degelijk een gevierde gastvrouw, die met haar man ‘een vibrerend bedrijf bestierde’ in haar huis, een ‘harmonische vrijstaat’ (aldus Panhuysen). De film laat even merken dat de De Witten vooruitstrevende ideeën hadden over verzekeringswiskunde; er wordt niet vermeld of De Ruyters vrouw zijn tweede of derde echtgenote is, maar dat zij de victualiën voor haar mans schepen inkoopt is wel juist.

Medium dr3

Het merkwaardige van de film is dat uitgerekend de hoofdpersoon door de makers zo sterk is vervormd. De echte De Ruyter bracht vijf zesde van zijn leven door op zee. Hij was volkomen vergroeid met de wrede discipline, de botte logica en de keiharde hiërarchie van het schip. Hij liet schuinsmarcheerders kielhalen, dieven de handen afhakken en ‘sodomieten’ levend in zee gooien. Hij was gezien, en sprak zijn mannen als een vader toe, maar was zeker niet de volkse ‘zeg-maar-Michiel’ die er hier van wordt gemaakt. Hij was gevoelig voor rangen en standen. Hij was zeer gelovig. Hij voerde bevelen uit omdat dat zo hoorde en omdat hij er schandalig veel geld mee verdiende. Hij verrijkte zich ten koste van zijn bemanning.

De makers van de film willen graag dat wij De Ruyter en zijn glorieuze bijdrage aan het behoud van ‘ons land’ opnieuw waarderen. Zij hebben hem daartoe heruitgevonden als een 21ste-eeuwer met de deugden die wij nu fijn vinden: tolerantie, ondernemingslust, zin tot innovatie, een gezond gebrek aan respect voor autoriteiten. Deze De Ruyter is een wat lompe, boerensluwe, joviale Zeeuw, een mengsel van Bennie Jolink en Soldaat van Oranje, meer rock-’n-roll dan Statenbijbel. Hij is altijd even oud.

De Ruyter was een beroepsmilitair. Hij gehoorzaamde het gezag, wie dat ook was. Toen hem het bericht bereikte dat de De Witten waren afgeslacht schreef hij in zijn journaal ‘… dat droevig om te horen is maar zo zij schuldig zijn aan het groot verraad (…) om zijn hoogheid de Prins van Oranje te doen vermoorden, zo behoorden zij door de justitie ter dood veroordeeld te zijn geworden, dat meerdere luister en respect en eer voor de staat zou zijn geweest – en niet door een razende gemeente. Godt beware ons lieve vaderland voor meer van zodanige tumulten.’ Hij noteert daarna de ontvangst van het bericht dat de Prins van Oranje tot stadhouder en admiraal-generaal ter zee benoemd is: ‘… dat mij en de officieren en matrozen en soldaten zeer aangenaam was om te horen’. Hij waste zijn handen in onschuld. Hij was wreed, vroom, braaf, saai, hard, trouw. Een echte Nederlander, dus.


Michiel de Ruyter draait nu in de bioscopen


Beeld: (2) Frank Lammers als Michiel de Ruyter en Sanne Langelaar als Anna de Ruyter (Anna van Gelder). (3) De Ruyters begrafenisstoet op de Dam (A-film)