Profiel Tayyip Erdogan

Vrome moslim in seculiere staat

Wie is de man die volgens velen Turkije naar het lidmaatschap van de Europese Unie zal leiden?

ISTANBOEL – Romano Prodi, ex-voorzitter van de Europese Commissie, noemde Tayyip Erdogan eerder dit jaar in één adem met Atatürk. De Jerusalem Post typeert de dag van Erdogans verkiezingsoverwinning in november 2002 als een mijlpaal in de moderne Turkse geschiedenis. Toch is voor veel Turken hun premier een doodgewoon mens. Dat geldt zeker voor de inwoners van Kasimpasa, een arbeiderswijk in de buurt van de Gouden Hoorn in Istanboel. Veel Kasimpasali beweren nog herinneringen te hebben aan de scholier Tayyip Erdogan die na schooltijd snoepjes en water verkocht op straat om het huishoudbudget aan te vullen.

De echte roots van Erdogan liggen nog verder. Toen hij dertien was, emigreerde zijn familie van Rize aan de Zwarte Zee naar Istanboel. Erdogan groeide op in een arbeidersgezin, waar vaders wil wet was en goed en kwaad werden bepaald door wat de koran voorschrijft. Zijn vorming kreeg de jonge Tayyip in Fatih, een uitgesproken conservatieve wijk in Istanboel. Zijn vader stuurde hem naar het Imam Hatip Lyceum, dat de reputatie had degelijk onderwijs te bieden in de geest van islamitische tradities. Of Tayyip ooit de bedoeling had prediker te worden is niet duidelijk, maar zeker is dat zijn verblijf in dat lyceum van enorme invloed is geweest op de vorming van zijn persoonlijkheid.

Erdogan lijkt tegenover zijn school zelfs een ereschuld te willen aflossen. De Imam Hatip-scholen zijn de afgelopen decennia vaak onderwerp van controverse geweest. Voor fervente secularisten zijn de lycea broeinesten van conservatievelingen die de fundamenten van de Turkse staat onderuit willen halen en van Turkije een tweede Iran willen maken. Erdogan zelf heeft een paar keer ervaren dat een diploma van een Imam Hatip-school stigmatiserend kan werken. En niet alleen zijn diploma. Er is ook het verhaal dat hij door een van zijn eerste werkgevers werd ontslagen omdat hij weigerde zijn snor af te scheren.

Halim Karakaya, de directeur van de school in Fatih, beweert dat Tayyip helemaal opbloeide in het lyceum. «Tayyip bracht de mensen bij elkaar. Hij had een groot oratorisch talent. Op de voordrachtavonden droeg hij poëzie voor en als er geciteerd moest worden uit de koran was hij de meest aangewezen student.»

Na schooltijd ging de student Tayyip Erdogan vaak naar een moskee in de buurt om te bidden. Daar maakte hij kennis met de politieke islam en leerde hij dat hij niet beschaamd hoefde te zijn om zijn afkomst of zijn geloof. Aan de Marmara Universiteit, waar hij management studeerde, raakte hij nog meer in politiek geïnteresseerd. In de jaren zeventig was Turkije een ideologisch slagveld; seculier-progressief tegen religieus-conservatief, een gevecht dat vooral op de universiteiten en hogescholen op het scherp van de snede werd uitgevochten. Erdogan beantwoordde in alle opzichten aan het profiel van de militant die door de rechtse en islamitisch geïnspireerde partijen gerekruteerd werd. Die partijen speelden in op de gevoelens van vervreemding en uitsluiting van de miljoenen Turken die van het platteland naar de steden geëmigreerd waren. Wellicht ervoer ook Erdogan daar de schaamte van de migrantenkinderen die vaak geen antwoord hadden op het ideologische discours van de linkse studenten. Die definieerden de islam als achterlijk en als vijand van de Turkse staat.

In die jaren van harde, vaak dodelijke confrontaties tussen linkse en rechtse studenten bleef Erdogan niet aan de kant staan. Hij werd lid van de MSP (Milli Selamet Partisi, ofwel Nationale Heilspartij), waarin hij in 1976 tot jongerenvoorzitter benoemd werd door Necmettin Erbakan, de peetvader van de politieke islam in Turkije. Ook als studentenleider zou hij merken dat hij door zijn geloofsovertuiging te uiten in de problemen kwam met de autoriteiten. Zo eindigde een gebedsstonde na afloop van een door hem geleide betoging met een arrestatie.

De frustraties maakten hem gedrevener. Erbakan bood de jonge ambitieuze politicus tijdens meetings van de MSP geregeld het podium aan. In 1977 ontmoette hij op zo’n meeting Emine, die later zijn vrouw zou worden en moeder van zijn vier kinderen.

De militaire coup in september 1980 maakte een eind aan de geweldsspiraal die zich ondertussen van de campussen tot de stadscentra had uitgebreid. Het leger maakte schoon schip met het volledige Turkse politieke bestel. Het liet in het nieuwe politieke speelveld ruimte voor de politieke islam, als middel tegen de linkse krachten. In de nieuwe Welvaartspartij van Erbakan groeide Erdogan door, wat hem in 1994 de burgemeesterssjerp van Istanboel opleverde.

Met zijn verblijf op het stadhuis werd zijn naam definitief gevestigd. Erdogan pakte met succes grote infrastructuurwerken aan. Hij verbeterde het rioolstelsel, de waterleiding, het openbaar vervoer en de vuilnisophaaldiensten. Maar af en toe liet de burgemeester zich betrappen op enkele minder tolerante trekjes. Zo verbood hij alcohol in gelagzalen die werden uitgebaat door de stad. En hij deed uitspraken die de seculiere scherpslijpers in Ankara de oren deed spitsen. Hij liet zich ontvallen niets tegen de sharia (islamitische wet) te hebben en zei: «Voor mij is democratie een middel, geen einddoel.» Het was voldoende om in Ankara onder de «S» van staatsgevaarlijk geklasseerd te worden.

In 1998 liep het voor hem helemaal verkeerd. Tot op de dag van vandaag citeert Erdogan graag poëzie, maar die dag koos hij het verkeerde gedicht. Op een bijeenkomst in Siir, een stadje in het zuidoosten van Turkije, klonk het uit zijn mond: «De minaretten zijn onze bajonetten, de moskeeën onze barakken, de gelovigen zijn onze soldaten.» Dat bleek een brug te ver. Erdogan werd veroordeeld voor het aanzetten tot religieuze onverdraagzaamheid, verbannen uit alle politieke functies en kreeg acht maanden celstraf. Daarvan zat hij er vier uit.

Toen Erdogan uit de gevangenis ontslagen werd, kwam hij terug in een ander Turkije. De militairen hadden de Welvaartspartij verboden. Het vertrouwen van de kiezer in de politieke islam was beschaamd. Erbakan was aan de macht gekomen met een coalitieregering van centrum-rechts en islamisten. Zijn regering zou het slechts een jaar uithouden.

Volgens biograaf Rusen Cakir (Erdogan, het verhaal van een transformatie) was Erdogan zelf ook veranderd. «Vijftien jaar lang was hij de beschermeling van Necmettin Erbakan geweest. Zijn visie was beperkt. Hij wilde de nieuwe Erbakan worden, meer niet. Maar toen hij uit de gevangenis kwam, wilde hij niet langer afgerekend worden als islamist. Hij kreeg een les in Turkse realpolitik.»

De oprichting van de FP (Fazilet Partisi of Waardenpartij) als opvolger van de in mei ’98 verboden Welvaartspartij zou slechts een intermezzo zijn in de politieke loopbaan van Erdogan. Achter de schermen van de partij woedde een machtsstrijd tussen vernieuwers en conservatieven. De strijd werd definitief beslecht door een vonnis van het Constitutionele Hof dat ook de FP buiten de wet stelde. Maar Erdogan had zijn strijdplan al uitgetekend. Hij wist dat de verboden op de Welvaartspartij en Waardenpartij de onderliggende beweging niet uitgeroeid hadden. Ook detecteerde zijn politieke instinct een hang bij het Turkse volk naar modernisering. Daarom zou zijn nieuwe partij een stijlbreuk voorstaan: weg van de religieuze retoriek en het autoritaire leiderschap die de Turkse islamitische partijen altijd hadden gekenmerkt.

In 2001 stichtte Erdogan samen met 71 anderen de AKP. Geen van de stichters had een verleden in de politiek. De partij staat voor «wit», «zuiver» en het gebruikte symbool is dat van een lichtpeertje. De partij is horizontaal gestructureerd en werkt op basis van interne consensus. Erdogan is erin geslaagd een breed spectrum van lokale netwerken op een continue basis bij zijn politiek te betrekken. Die netwerken overschrijden in toenemende mate de grens tussen gelovig en niet-gelovig. De partij vermijdt in haar communicatie alle directe referenties aan de islam. Zo beklemtoont ze dat ze een centrum-rechtse conservatieve partij is, op de plaats waar in Europa de christen-democraten bewegen. In haar basisteksten speelt de AKP de bal door naar de staat door laïcisme te definiëren als «de onpartijdigheid van de staat tegenover elke vorm van religieuze en filosofische overtuiging». Daaraan is toegevoegd: «Het is de staat, eerder dan het individu dat hierdoor beperkt wordt.»

Erdogan moest zich wegens zijn eerdere veroordeling bij de parlementsverkiezingen in november 2002 afzijdig houden, maar iedereen in Turkije wist dat de AKP vooral de partij van Erdogan was. Mehmet Metiner, jeugdvriend en voormalig medewerker: «De mensen stemden niet voor de AKP, ze stemden voor Erdogan.»

De AKP regeert sinds 2002 met een parlementaire meerderheid. De regering kan goede rapporten overleggen. De economie boert goed, de Irak-crisis en spanningen met Washington werden netjes omzeild, de Cyprus-kwestie werd een diplomatieke overwinning en de Turkse kandidatuur voor het EU-lidmaatschap wordt meer dan ooit serieus genomen.

Waarnemers putten zich ondertussen uit om de «nieuwe» Erdogan een plaats te geven. Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in januari hanteerde de Amerikaanse pers de term «erdoganism». Volgens hen bewijst Erdogan dat het mogelijk is moslim te zijn zonder dat dit van invloed hoeft te zijn op beslissingen die je als premier neemt. Andere omschrijvingen hebben het over «demo-islam» of zelfs «light islam». Professor en publicist Serif Mardin ziet Erdogan nog een lange weg gaan. «Erdogan heeft van de ervaringen van Erbakan geleerd hoe het niet moet. Hij weet perfect wie hij tegenover zich heeft staan. Hij weet waar hij gas kan geven, waar hij op de rem moet staan.»

Zeker is dat uitgerekend een premier met conservatieve wortels snellere democratische hervormingen doorvoert dan ooit voor mogelijk werd gehouden. Het leger verloor onder zijn bewind aan invloed op de politieke besluitvorming, in de rechtspraak en in het symbool dossier Cyprus. Dat hij dat heeft kunnen doen zonder meteen de tanks de straat op te jagen, wekt alom verwondering en respect.

Erdogan heeft in de Turkse kandidatuur voor lidmaatschap van de EU de hefboom gevonden om het land te veranderen. In het boodschappenlijstje dat de Turken in de vorm van de Kopenhagen-criteria doorgestuurd kregen, ziet hij zijn kans schoon. Hij kan het land moder niseren en tegelijkertijd zijn persoonlijke agenda uitvoeren. Dat hij dat doet binnen het kader van de democratische spelregels zorgt voor verwarring bij het seculiere establishment, dat zich decennialang ingegraven had in het eigen gelijk. De positie van Erdogan, die zich niet alleen gesteund weet door het electoraat maar ook door de VS en Europa, lijkt op dit moment ijzersterk. Als de militairen al kritiek hebben op de hervormingsdrift van hun premier dan blijft die binnenskamers. Of Erdogan haalt hen de wind uit de zeilen. De boodschap die hij naliet in het gastenboek na een bezoek aan de tombe van Atatürk werd in Turkije druk becom men tarieerd: «Uw erfenis is bij ons in goede handen.»

Maar de vraag of de voormalige islamist Erdogan geen verborgen agenda uitvoert, blijft in Turkije aan de orde van de dag. Biograaf Rusen Cakir: «Hij koos er niet voor om democraat te worden. Hij had gewoon geen andere keuze.» Die these wordt bevestigd door zakenman Can Paker: «Natuurlijk is hij veranderd. Maar je moet ook kijken naar de omstandigheden. Ook die zijn veranderd.»

In het kosmopolitische Istanboel is de herinnering aan de islamist die als burgemeester van de stad alcohol verbood in elk geval niet vervaagd. Een jonge vrouw in een hip café in Istanboel: «Hij is niet veranderd. Ik vertrouw hem niet.» Twee kilometer verderop in Kasimpasa krijgen dezelfde woorden een heel andere inhoud: «Hij is niet veranderd. Hij blijft één van ons.» Ook in de beoordeling van Erdogan bijt Turkije zichzelf in de staart.

Vast staat dat Tayyip Erdogan goed op weg is om eindelijk, na al die jaren, zijn diploma van het Imam Hatip Lyceum in Fatih te homo logeren. Dat hij daarvoor het land moet hervormen, is voor hem slechts een detail.