Economie

Vrouw calculeert

Koel calculerend. Ze laat zich niet leiden door sterke emoties of door heersende normen. Nee, ze berekent en kiest voor de financieel gunstigste situatie. Dat typeert de vrouw, tenminste volgens het Nederlandse stelsel van belastingen en subsidies.

Dat stelsel moet de vrouw ertoe aanzetten om te participeren op de arbeidsmarkt. Een mêlee van regelingen maakt werken financieel gunstig: de kinderopvangtoeslag, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de alleenstaande-ouderkorting en de afbouw van de aanrechtsubsidie.

Het klinkt mij atypisch in de oren: koel calculerend. Maar goed, ik ben maar een man. Geloofwaardiger klinken de uitgesproken feministen met de uitgesproken opvatting dat de financiële begunstiging broodnodig is. Zo bekritiseren Jolande Sap, fractievoorzitter van GroenLinks, en Esther-Mirjam Sent, hoogleraar in Nijmegen en Eerste-Kamerlid voor de PvdA, de bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag: dat zou de participatie van de vrouw op de arbeidsmarkt een slag toebrengen.

De stimulans voor een hogere participatie wordt wel betaald met een situatie van grotere ongelijkheid. Ten eerste profiteren hoogopgeleide vrouwen vaker van de fiscale voordelen dan laagopgeleide vrouwen. De reden is dat het niveau van de opleiding de mate van participatie sterk bepaalt. Een aanzienlijke minderheid van de laagopgeleide vrouwen loopt daarom de fiscale voordelen mis. Ten tweede leidt de mêlee van participatiebevorderende maatregelen tot een verschillende belastingdruk bij eenzelfde inkomen. Dat is logisch: het extra inkomen van de vrouw wordt minder dan normaal belast, juist om de vrouw aan te moedigen dat extra inkomen te verdienen. Zo betalen de alleenverdieners en de alleenstaanden gemiddeld meer belasting dan tweeverdieners. Maar de verschillen in belastingdruk zijn niet mals. Uit antwoorden op Kamervragen is gebleken dat eenverdieners tot ruim veertig procent meer belasting betalen dan tweeverdieners. Veel politieke partijen maken zich hier druk over. Vreemd genoeg nemen de zogeheten linkse partijen de ongelijkheid op de koop toe.

Een grotere ongelijkheid is alleen te verteren met een hogere participatie. Maar de uitgesproken opvatting over de fiscale stimulans betekent nog geen uitgesproken effect daarvan. Integendeel, de rekenmeesters van het CPB schatten dat de voorgenomen bezuiniging van 1,5 miljard euro op de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget 0,1 procent aan structurele werkgelegenheid kost. Een groot bedrag en toch maar een klein effect. Een onderzoek in opdracht van kinderopvangorganisaties geeft een vergelijkbare uitkomst. In dat onderzoek wordt er wel op gewezen dat de kwaliteit van kinderopvang mede bepalend is voor onderwijsachterstanden nu en voor arbeidsparticipatie later. Met name investeringen in voorschoolse opvang kennen een hoog maatschappelijk rendement. Hierop wijst ook steeds de Deense socioloog Esping-Anderson. Maar het geld voor het voorkomen van onderwijsachterstanden is duidelijk anders en duidelijk beter besteed dan het geld voor het stimuleren van arbeidsparticipatie.

Eigenlijk is het niet zo uitzonderlijk of opvallend dat de fiscale kortingen en subsidies slechts bescheiden effecten op arbeidsparticipatie hebben. Ten dele komt dat door een verschuiving tussen informele en formele arrangementen. Zo is gastouderopvang nog steeds vooral een manier om subsidies te scoren door oma’s en buurvrouwen te ‘witten’. Ten dele komt dat door het bescheiden belang van financiële prikkels voor participatie. In de praktijk bestaat de homo economicus niet. De mens laat zich niet sterk leiden door prikkels. In jargon: economen vinden zelden een prijselasticiteit groter dan één. Kortom, de mens kiest niet koel calculerend, ook de vrouw niet.

Juist de arbeidsmarktparticipatie van de vrouw kan als voorbeeld dienen dat andere overwegingen dan financiële leidend zijn. De participatie is in Nederland in een periode van 25 jaar fors gestegen, van gemiddeld 34 procent toen naar 64 nu. Dit heeft plaatsgevonden ondanks de aanrechtsubsidie en ondanks dure kinderopvang. Het gedrag en de norm voor het gedrag zijn in relatief korte tijd ingrijpend veranderd. Dat heeft geen jota te maken met fiscale kortingen en subsidies. Dat heeft veel en misschien alles te maken met veranderingen in het onderwijs. De participatie op de arbeidsmarkt van vrouwen is voorafgegaan door participatie in het onderwijs van meisjes. Het is niet voor niets dat De Groene de man tot het zwakke geslacht heeft uitgeroepen. Sinds 1995 halen meer meisjes dan jongens een vwo-diploma. 'De achterstand van jongens op het vwo is nu even groot als de achterstand van meisjes dertig jaar geleden’, aldus een deskundige. Dat is een voorbode van ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt.

In de rustige maand augustus besluit het kabinet over het belastingstelsel. Waarom niet besluiten tot een moderner en eerlijker stelsel? Je hoeft geen slimme meid te zijn om op de toekomst voorbereid te zijn.