Vrouw en tijdschrift

WIE IN HOOFDDORP het splinternieuwe gebouw van de VNU Tijdschriftengroep binnenloopt, treft een vrouwelijke receptioniste. In de ruimte achter haar werken de telefonistes. Bij de lift staat een secretaresse klaar voor ontvangst. De secretaresse brengt mij naar Els Loesberg, als uitgever verantwoordelijk voor de verschijning van Story, TopSanté, Vrouw Vandaag, Beau Monde en Breakout!

Loesberg: ‘In dit bedrijf werken ontzettend veel vrouwen, maar niet in de top, daar zijn het er maar heel weining. In de supertop zitten helemaal geen vrouwen. Onlangs hoorde ik iemand zeggen dat het misschien nog wel tien jaar zal duren voordat daar ooit een vrouw in doordringt.’
Binnen de VNU Tijdschriftengroep (van Story tot Panorama en van Viva tot Margriet) zijn het vooral vrouwen die als redacteur de bladen volschrijven. Ook de meeste hoofdredacteuren zijn vrouw: 25 van de 37. De directie en de raad van bestuur bestaan echter louter uit mannen. Sinds een jaar of drie is er een nieuwe laag tussen die van de hoofdredacteuren en de directie gekomen: een echelon van tien 'uitgevers’, waarvan er vier vrouw zijn.
Zo ver is het na twintig jaar emancipatie. Ligt dat aan de mannen, aan de vrouwen, aan wat eigenlijk?
HOOFD OPLEIDINGEN Ingrid Kluvers denkt dat veel vrouwen in feite naïef zijn: 'Veel vrouwen van tussen de dertig en veertig gaan ervan uit dat er geen problemen meer zijn.’ Wat voor problemen? Ze noemt als voorbeeld een wervingsactie voor Playboy. Op een deur hing een meer dan levensgrote playmate; de deurknop zat ongeveer in haar kruis, met daarnaast een bordje: 'hier openen’. Kluvers: 'Te smakeloos voor woorden. Iedereen ging door die deur. Vrouwen doen dan gewoon alsof ze dat niet zien. Ik heb de playmate in stukjes gescheurd en gezegd: “Hier heb je allemaal kleine stukjes, dat is nog veel leuker dan één groot stuk.” Stijlloos, vond die man wiens idee het was, we verdienen toch veel geld aan Playboy! Nou, we verdienen ook aan Donald Duck, die hangt hier ook niet op de deur.
Op een personeelsavond werd ik erover op de hak genomen, uitgerekend door de vrouw die niet tot uitgever benoemd was omdat men haar te bijdehand vond. Nee, dat wist ze zelf niet. Te bijdehand! Voor iedere man zou dat een pluspunt zijn. En ze had bepaald geen gebrek aan capaciteiten; later is ze alsnog uitgever geworden, maar bij een andere divisie.’
HANNI LEENEN, in de jaren zeventig chef reportage van Viva, was één van de zeven vrouwen die toen de club 'Vrouw en VNU’ oprichtten, om iets te doen aan de positie van vrouwen binnen VNU. Leenen: 'We hebben nog rapporten geschreven over allerlei vormen van discriminatie, zeker bij promoties. Als er een positie vacant was, droegen we vrouwelijke kandidaten aan. We kwamen met cijfers over promoties en doorstroming, en vroegen voortdurend: “Hoe komt dat, hoe zit dat?” We kregen altijd te horen: “Die vrouwen komen zelf niet.” Het lag altijd aan de vrouwen zelf, nooit aan degenen die het beleid maakten. De jongens die de dienst uitmaken, vormen een heel hechte club en het is moeilijk om daar als vrouw tussen te komen. Dat is zo en dat blijft ook zo.’
En het grote aantal vrouwelijke hoofdredacteuren bij de Tijdschriftengroep dan?
Leenen: 'Dat heeft niets met emancipatie te maken, maar met het feit dat wij vrouwenbladen maken. En vrouwen voelen vrouwenbladen beter aan dan mannen. Bij twee jonge vrouwenbladen heb ik een man opgevolgd. In beide gevallen was het met die mannen niet zo goed gegaan. Net als het voor mij veel moeilijker zou zijn om Playboy te maken. Als we hier vooral mannenbladen zouden maken, hadden we gewoon meer mannelijke hoofdredacteuren gehad.’
Volgens hoofdredacteur Rieja van Aart van de Cosmopolitan speelt er ook nog iets anders mee: 'Uit discussies op de redactie kun je opmaken dat vrouwen vaak moeite hebben met een vrouw boven zich. Vrouwen kunnen ongenadig zijn jegens elkaar. Ik heb zelf zowel in mannen- als vrouwengroepen gewerkt bij kranten. Daar merkte ik dat vrouwen eerlijk en open zijn maar ook vreselijk emotioneel in hun werk. Mannen houden elkaar veel meer de hand boven het hoofd. Volgens mij heeft dat te maken met hun oude rol als kostwinner.’
UIT HET JAARVERSLAG van VNU (zowel de Tijdschriftengroep als de andere VNU-divisies) valt af te lezen dat er 57,5 procent mannelijke tegenover 42,5 procent vrouwelijke werknemers zijn. Vrouwen werken vooral in de lagere functieclassificaties; in de salarisklasse van boven de 100.000 gulden - hoofdredacteuren, uitgevers en directieleden - is slechts een kwart vrouw. Directievoorzitter Theo Bouwman wijst erop dat de cijfers het gehele VNU-concern betreffen en niet zonder meer op de Tijdschriftengroep van toepassing zijn. Hij denkt dat de manvrouwverhouding bij de werknemers van de Tijdschriftengroep eerder andersom is. Een eigen jaarverslag publiceert de Tijdschriftengroep niet. Blijft staan dat er in de hoogste regionen vrijwel alleen mannen zitten.
Bouwman: 'Van de tien uitgevers zijn er nu vier vrouw. Het is bijna logisch dat als er een plek vrijkomt in de directie, de eerstvolgende vacature door een vrouw vervuld gaat worden. Daar zullen we ook ons best voor doen op dat moment.’
Voert u daar een speciaal beleid voor?
'Nee.’
Bijvoorbeeld een voorkeursbehandeling bij gelijke geschiktheid?
'Dat doen wij niet.’
Zijn er sinds u hier zit meer vrouwen in hogere functies terechtgekomen?
'We doen ons best om wat meer vrouwen in hogere regionen te krijgen.’
Hoe doet u dat dan?
'Gewoon goed opletten.’
Kijken naar talent?
'Ja.’
In feite zou u dus de voorkeur geven aan een vrouw?
'Ja. Bij zo'n directiefunctie wel. Vanwege de samenstelling van het team, zal ik maar zeggen.’
Bouwman is van mening dat het natuurlijker is geworden dat vrouwen leiding geven, ook aan mannen. Dat mannen daar aan zouden moeten wennen, is volgens hem helemaal geen probleem meer. 'Ik heb daar nog nooit iemand over gehoord.’
'IN DE TOEKOMST zou er wel een beleid geformuleerd moeten worden’, vindt uitgever Els Loesberg. 'Een beleid dat je afstemt op het feit dat er bijna twee keer zoveel vrouwen als mannen binnen de Tijdschriftengroep werken.’ Ze heeft de cijfers: 776 vrouwen tegenover 439 mannen. 'Nu is het allemaal toch een beetje ad hoc geregeld.’ Als voorbeeld noemt Loesberg het flexwerken dat voor de salesafdeling is geformuleerd; daardoor kunnen mensen meer buiten de deur van het bedrijf werken. 'Zo'n soort beleid hebben wij nooit neergezet met elkaar voor werkende moeders. Dat is niet eens in ons opgekomen.’
Zelf heeft ze geluk gehad. Toen ze kinderen kreeg, zorgde haar hoofdredacteur destijds voor een tailor made oplossing, waardoor ze fulltime kon blijven werken. 'Ik heb me toen voorgenomen dat als ik ooit in een soortgelijke positie zou komen en met werkende moeders te maken zou krijgen, ik altijd zou proberen een tailor made situatie te creëren. Dat heb ik ook altijd gedaan en doe ik nog. Ik zeg er wel altijd bij: “Het is een gunst, geen recht.” Pas op het moment dat je er beleid over formuleert, wordt het een recht.’
Ingrid Kluvers: 'Je kunt zeggen dat er voor vrouwen een plafond in onze organisatie zit waar ze niet doorheen knallen. Misschien heeft het ermee te maken dat wij een bedrijf zijn dat heel erg in de creatieve hoek zit. Dat trekt een bepaald type vrouw aan: stylistes en vrouwen die op een bepaalde manier kunnen schrijven. Die worden wel hoofdredacteur, maar het zijn niet de vrouwen die ook nog eens de ambitie hebben om in de directie te komen.’
Hoofdredactrice Renie van Wijk van Marie Claire beaamt dat. 'Ik zou nooit directeur willen worden, eerlijk gezegd. Ik weet ook niet of je dat nou moet willen, hoor. Voor mij houdt het hier op. Ik wil ook geen uitgever worden. Met die uitspraak gooi ik m'n eigen glazen in, maar dat maakt niet uit, want die carrière wil ik toch niet maken. Er zijn andere manieren om gelukkig te zijn in je werk. Het hogere management lijkt me gewoon niet leuk. Een blad maken, dat vind ik leuk.’
Nee, het maakt haar niet zo veel uit of er nou mannen of vrouwen in de directie zitten. Het gaat haar erom dat daar de beste mensen zitten. 'Om nou te zeggen: daar moet per se een vrouw zitten - ik vind dat zo drammerig. Dat komt vanzelf wel.’
De mannencultuur ziet ze niet meer als een probleem: 'Ik denk dat er weinig vrouwen zijn die dat nu nog zo zien. Bij VNU werken zo veel vrouwen dat je je geen uitzondering voelt. Als er één bedrijf is, waar je je géén vrouw voelt, dan is het VNU.’
Uitgever Els Loesberg voelt er eveneens weinig voor om specifiek een vrouw te pushen omdat ze vrouw is. 'Wel omdat ik denk: die is hartstikke geknipt voor dat werk. Dan komt het op persoonlijke kenmerken aan. Ik ben er niet voor om iemand op grond van sekse voor te laten gaan.’
Het lijkt wel of alles wat maar riekt naar feminisme of emancipatie taboe is. Hoofd opleidingen Ingrid Kluvers beaamt dat. 'Veel vrouwen zijn bang om te feministisch over te komen. En dat is ontzettend jammer. Ik denk dat vrouwen toch denken: als ik goed ben, dan bewijst het zich wel. En dat is gelul. Mannen doen niet anders dan netwerken; vrouwen zouden dat ook moeten doen. Tegelijkertijd denk ik dat vrouwen met zo'n ongelooflijke kracht de arbeidsmarkt opstomen dat dat heel bedreigend is voor veel mannen. En dat het even duurt voor ze eraan gewend zijn.’
Directievoorzitter Theo Bouwman: 'Mensen richten zich nu wat meer op hun individuele carrièrepositie. Mannen en vrouwen verschillen daarin steeds minder.’ Zelf houdt hij tegenwoordig wat meer rekening met z'n privéleven dan twintig jaar geleden. Een kwestie van efficiënt met je tijd omgaan. 'Maar dat is een algemene tendens. Het aantal zakenlunches en zakendiners neemt bijvoorbeeld af. Mensen zijn op zoek naar een betere balans.’
Rieja van Aart, hoofdredacteur van Cosmopolitan, beaamt dat in zekere zin: 'De eerste emancipatiegolf, die van de Dolle Mina’s, werd gekenmerkt door een sterke groepssfeer en een aanval op de mannen. De tweede golf die nu plaatsvindt is een individuele. Om aan carrière-ontwikkeling te doen moet je niet alleen hard werken, maar ook lobbyen en je tijd goed weten te verdelen tussen werk en privé. Vroeger dachten bedrijven voor jou, net als de pastoor, die bedacht dat je kinderen moest krijgen en de burgemeester, die bedacht tot hoe laat je op straat mocht. Typerend voor deze tijd is dat je alles zelf moet bepalen.’
'Het initiatief voor een gelijke verdeling van topposities in het bedrijfsleven zou, als het bedrijfsleven het er zelf bij laat zitten, van de overheid kunnen komen, of van een stichting als Opportunity’, zegt uitgever Els Loesberg. Opportunity in bedrijf is een club van werkgevers die 'door hun deelname duidelijk willen maken dat ze zich realiseren dat ze voordeel zullen hebben bij een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen op alle niveaus van het personeelsbestand’, aldus de beginselverklaring. Let wel: 'op de lange termijn’ en alles op basis van vrijwilligheid, zonder verplichtingen. VNU is overigens geen deelnemer aan Opportunity.
De juiste tactiek voor ambitieuze jonge vrouwen ligt vandaag de dag dus in het leveren van kwaliteitswerk en het lobbyen voor een hogere positie. Van Aart wijst wel op enige voetangels: 'Een vrouw moet niet mannelijk gaan doen. Dan gaan zowel de mannen als de vrouwen je haten. Als je je als vrouw gaat afzetten tegen je eigen groep, dan lig je er echt uit. Dat heb ik vaak zien gebeuren. De meerwaarde van vrouwen ligt in hun sterker ontwikkelde invoelingsvermogen. Een zakelijker opstelling kunnen ze leren, ik heb dat ook geleerd. Vrouwen moeten zo veel mogelijk zichzelf blijven.’
Dat topmanagement typisch mannenwerk is, daar geloof ik niks van. Vrouwen kunnen dat net zo goed. Zeker in deze tijd hadden wij allang een vrouw in de raad van bestuur of in de directie van de Tijdschriftengroep kunnen hebben.’