FILM

Vrouw in crisis

Gynaecologe Catherine Stewart (Julianne Moore) vreest dat haar man, de academicus David Stewart (Liam Neeson), vreemdgaat. Om haar vermoeden te bevestigen, huurt ze de jonge, beeldschone prostituee Chloe (Amanda Seyfried) in met als opdracht David te verleiden. Alles verloopt ogenschijnlijk volgens plan. Maar dan borrelen opeens allerlei verborgen gevoelens bij Catherine naar boven, ook ingegeven door haar ontdekking dat haar tienerzoon een seksuele relatie met een meisje heeft. Twijfel neemt bezit van haar - over haar eigen seksualiteit, over hoe het verder moet op haar leeftijd.

Het verhaal van Atom Egoyans nieuwe film Chloe heeft iets banaals: de wanhoop en seksuele frustratie van een vrouw die kampt met een midlifecrisis. Zelfs de uitwerking van de plot door deze in Egypte geboren en in Canada opgegroeide regisseur van onder meer The Adjuster (1991), Exotica (1994) en Adoration (2008) suggereert een toegankelijke, melodramatische benadering, met aanzwellende muziek, prikkelende sekstonelen en clichématige ontwikkelingen rond Catherine’s angst dat David eigenlijk hunkert naar jongere vrouwen. En toch: er zit genoeg verrassing en innovatie in zowel de stilistische keuzes die de regisseur maakt als in de wijze waarop met name Moore haar personage neerzet om Chloe tot een fascinerende film te maken. Om niet te zeggen onvergetelijk.

Natuurlijk, Julianne Moore alleen al is reden genoeg om Chloe te willen zien. Lang leek haar carrière ergens tussen twee tegengestelde polen te stagneren. Aan de ene kant vertolkte ze commerciële rollen waarin ze overduidelijk probeerde te beantwoorden aan het stereotiepe beeld van de vrouwelijke filmster, Hollywood-stijl. In bijvoorbeeld Nine Months (1995) en Jurassic Park II (1997) zet zij oppervlakkige personages neer en wordt slechts van haar verwacht zich mooi en dienstbaar op te stellen opdat de mannelijke sterren in het verhaal beter voor het voetlicht kunnen komen. Aan de andere kant is ze een van de weinige Hollywood-actrices die laten zien dat vrouwelijke rollen wel degelijk dragend kunnen zijn. Haar beste rol, nog altijd, is die van Carol White in Todd Haynes’ Safe (1995), over een huisvrouw die een allergie voor chemische producten ontwikkelt. In de laatste jaren schittert Moore evenwel vaker, met name in Savage Grace (Tom Kalin, 2007) en vooral in het gruwelijke, briljante Blindness (Fernando Meirelles, 2009). Deze films bevestigen Julianne Moore’s status als dé vrouwelijke filmster van onze tijd, een actrice die op een eenzame hoogte staat als het gaat om het uitbeelden van de pijn van een vrouw in crisis.

Dat illustreert zij eens temeer in Chloe. Ook hier ligt de genialiteit van haar performance in de wijze waarop ze haar personage laat laveren tussen hoop en wanhoop, tussen kracht en kwetsbaarheid. Deze nuance past perfect in Egoyans dubbelzinnige visie op verhaal en personages. Dat gaat zelfs zo ver dat hij zich in het laatste kwart van de film een tamelijk radicale stijlbreuk veroorlooft; niet alleen komt het verhaal en daardoor ook die diepere motivering van de personages in een ander daglicht te staan, ook wordt Chloe een ander soort film. Dat is verrassend. En thematisch relevant in een bredere context. Want deze plotselinge veranderingen zeggen iets over het echte leven, namelijk dat dat toch nauwelijks te plannen valt, ook niet in een verhaal, door middel van genreconventies, bijvoorbeeld. Vervolgens reflecteert de stijlbreuk mogelijk toch ook iets over de menselijke natuur. Over hoe mensen veranderen en hun ware ziel tonen. Hoe mensen uniek zijn, unieke keuzes maken - dat valt te zien in Chloe.

Te zien vanaf 4 maart