Carmen Laforet, Nada

Vrouwelijke gotiek

Carmen Laforet

Nada

Uit het Spaans vertaald door Fenny Ebels, nawoord van Mario Vargas Llosa

Menken Kasander & Wigman, 330 blz., 24,50

De publicatie in 1944 van Nada, debuutroman van een piepjonge Carmen Laforet (1921-2004), was niet minder dan een bominslag in het naoorlogse Spanje, de tweede welteverstaan, na de even opzienbarende roman van de schrijver Camilo José Cela, La familia de Pascual Duarte, die in 1942 werd gepubliceerd. Het zou bij deze twee titels blijven. Beide boeken tonen op niet mis te verstane wijze de zelfkant van de Spaanse maatschappij in die dagen, een wereld die niet gezien of gehoord mocht worden.

Het einde van de Spaanse Burgeroorlog in 1939 had tevens het einde van de Tweede Republiek betekend en het begin van het franquistische bewind: een totalitair, semi-fascistisch regime waarin het afgelopen was met alle democratische vrijheden. De sociale werkelijkheid in de beginjaren veertig was een in rouw en armoede gedompeld volk enerzijds en aan de andere kant de overwinnaars: de grootgrondbezitters, de generaals, de falangistische leiders en niet te vergeten de katholieke kerk, die haar geluk niet opkon.

In Nada («Niets») worden een jaar lang de wederwaardigheden verteld van de ik-figuur, Andrea, een weesmeisje van achttien jaar. Zij komt in haar eentje op een regenachtige herfstavond met de trein aan in Barcelona en maakt vervolgens kennis met haar familie in de Calle Aribau, waarbij ze zal intrekken. Ze krijgt het gevoel in een spookhuis terecht te komen, met een heksachtige grootmoeder en een bleke oom en tante, Juan en Gloria. De familie wordt gecompleteerd door tante Angustias en oom Román, die beiden ongetrouwd zijn. Román is een aantrekkelijke man, begaafd musicus, maar ook een tikkeltje sinister. Angustias is het prototype van de Spaanse ongetrouwde vrouw in het Franco-tijdperk: godsdienstig, gefrustreerd en hypocriet.

Tijdens haar letterenstudie aan de universiteit knoopt Andrea een vriendschap aan met Ena, een knap blond meisje uit een welgesteld bourgeoismilieu. Thuis is het regelmatig moord en doodslag tussen alle leden van het gezin, behalve de grootmoeder. Hoewel Andrea tracht te verhinderen dat de wereld van Ena en die van haar eigen gedegenereerde familie met elkaar in contact komen, gebeurt dat toch. Uiteindelijk verlaat ze met de hulp van Ena’s vader het huis aan de Calle Aribau en gaat haar geluk beproeven in Madrid.

Nada is steevast als ontwikkelingsroman beschreven en geanalyseerd, maar daartegen pleit dat ondanks alle avonturen de hoofdpersoon Andrea eigenlijk niet zo’n bijzondere ontwikkeling doormaakt. Het boek laat zich veeleer lezen als een gotische roman, waarin Román zich onmiskenbaar als de villain gedraagt en de vrouwen zich in meer of mindere mate opstellen als de achtervolgde heldinnen. De gotische roman, en zeker de vrouwelijke variant ervan, is de wereld op zijn kop: niets is wat het lijkt, alles heeft twee kanten. Nada belichaamt die wereld ten volle: de hypocriete Franco-maatschappij wordt volledig onderuitgehaald. De officiële norm van de kuisheid van de vrouw wordt geheel doorbroken. Zowel Andrea en Gloria als ook de twee vrouwen uit het andere milieu, Ena en haar moeder Margarita, tonen zich gevoelig voor de charmes van Román. Met verve vervult hij de rol van Dracula, en het wapen waarmee hij de dames verovert is zijn sublieme muziek. Niet alleen wordt hiermee de onderkant van de samenleving getoond, maar ook de donkere keerzijde van de zorgvuldig opgepoetste bovenkant.

Dat de twee verschillende werelden door de figuur van Román met elkaar worden verbonden, is een ijzersterke constructie, maar even belangrijk en veelzeggend zijn de vele omkeringen in het boek. Zo vindt er een achtervolging plaats niet van de vrouw door de man zoals het in gotische romans hoort, maar omgekeerd. Andrea zit haar oom Juan achterna, die op zijn beurt op zoek is naar zijn vrouw Gloria. Acht pagina’s lang duurt deze hallucinerende tocht dwars door de rosse buurt van Barcelona met zijn smerige straatjes, lugubere types, snerpende muziek en grote ratten. Dan blijkt dat Gloria, dwars tegen het genderplaatje van het regime in, ’s nachts met kaartspel de kost verdient, waartoe Juan niet in staat is. Bij een andere gelegenheid is Andrea het slachtoffer van haar eigen droomfantasie: wanneer zij door een vriend voor een chique bal wordt uitgenodigd en zij zich Assepoester met de glazen muiltjes waant, wordt haar schoeisel, anders dan bij de sprookjesfiguur, haar fataal. Direct bij aankomst wordt ze gediskwalificeerd vanwege haar oude schoenen.

Laforet heeft de Burgeroorlog zelf niet meegemaakt. Ze werd in Barcelona geboren en bracht haar jeugd door op het eiland Gran Canaria. In 1939 kwam ze voor studie in haar geboorteplaats terug. Met de scherpe blik van een nieuwkomer registreerde ze de verloedering en de haat zowel binnen families als in de maatschappij. Van dit alles heeft ze in Nada op fabelachtige wijze verslag gedaan_._

De boodschap kwam goed over. Nada werd een echte bestseller en tot op de dag van vandaag verschijnen er nieuwe uitgaven. Deze roman heeft voorts de deur open gezet voor een enorme hausse van vrouwenliteratuur in de decennia daarna. Er volgden nog vele Nada’s, maar niet een was zo’n voltreffer als die van Carmen Laforet.