Vrouwen dromen van een ander

Geen kwaad woord over Stanley Kubricks Eyes Wide Shut, behalve dat de film twee maal te lang duurt, Nicole Kidman niet kan acteren, Tom Cruise de erotische uitstraling heeft van tweeëneenhalf ons komijnekaas en de regisseur weinig van zijn eigen thema heeft begrepen.

Het script is gebaseerd op Arthur Schnitzlers Traumnovelle. De auteur snijdt een thema aan dat, zoals alles in zijn oeuvre, te pijnlijk voor woorden is. Vrouwen dromen van een ander, constateert hij. Zelfs als zij in de armen van hun geliefde partner liggen stimuleren zij de erotische satisfactie door over die ander te fantaseren. Het is voor ons haantjes een verschrikkelijke, ondraaglijke, vernederende waarheid, maar ontkennen mag niet baten.
De vrouw in Schnitzlers novelle heet Albertine. Zij fantaseert over een vakantie-Deen, die zij aardig en aantrekkelijk vond. ‘De hele dag lag ik dromerig en afwezig op het strand’, zegt zij tegen haar man Fridolin. 'Als hij zich bij mij had geroepen had ik, denk ik, hem niet kunnen weerstaan. Ik was tot alles bereid, ondanks jou, ondanks ons kind, ondanks de toekomst. Ik speelde met de gedachte naar zijn tafel toe te lopen en te zeggen: hier ben ik, mijn lang verbeide, mijn geliefde, hier - neem me.’
Fridolin verbleekt.
De vrouw in Kubricks Eyes Wide Shut heet Alice. Zij is zo'n hersenloze, New Yorkse yup die op haar beurt, natuurlijk met een joint in een mondhoek, een recente droom vertelt. Dit keer is er geen sprake van een verdwaalde vakantie-Deen, maar van een heel regiment mannen dat haar in alle hoeken en gaten bezit. Tot haar onuitsprekelijk genot, verzekert zij haar echtgenoot Bill.
Bill luistert verbitterd.
Natuurlijk heeft die Alice haar onderbewustzijn niet in de hand. Maar hoe haalt zij het in haar hoofd om haar man zo wreed te kwellen?
Schnitzler ging, zoals altijd, fijnzinnig te werk. Hij presenteerde, via zijn Albertine, een vleugje fantasie. Kubrick bediende zich, via zijn Alice, vervolgens van de dorsvlegel en vergrootte en vergroofde dit vleugje fantasie tot een groepsverkrachting.
Ik geef toe, Schnitzlers Wenen van 1925 is niet vergelijkbaar met Kubricks New York anno 1999.
Tóch had ik een filmvoorstelling lang het gevoel van iemand die Mozarts KV 622 beluistert in een versie voor trombone en harmonieorkest.
DE ZWIJGENDE SEKSE
Vrouwen worden geacht geen erotische fantasieën te hebben. Waarom zouden zij? Zij hebben immers ons? Totdat Nancy Friday een uitgebreid gedocumenteerde studie over dit onderwerp op de markt bracht die de mannen mores leerde.
Zij lag, schrijft zij, eens met een vriend in bed, met de consequenties van dien, en fantaseerde al doende over de rugbywedstrijd tus sen de Baltimore Colts en de Minnesota Vikings. Dol van enthousiasme stond de tribune te dansen en te springen, en ondertussen profiteerde een onbekende van de chaos door de schrijfster achterwaarts te penetreren. 'Hij is nu in me en schiet kaarsrecht omhoog. Mijn God, het lijkt wel of hij in m'n keel zit!’ De vriend met wie Nancy Friday in werkelijkheid aan de slag was staakte even zijn activiteiten en wilde weten waaraan zij dacht. Zij vertelde het. 'Hij stapte uit bed, trok zijn broek aan en ging naar huis.’
Want de erotische fantasie is het prerogatief van de pantalondragers. Zij wisselen hun al dan niet gedroomde smeerpijperij uit op de werkvloer of aan de tap van het buurtcafé. 'Maar vrouwen vormen de zwijgende sekse’, constateert Nancy Friday. Waag het niet er in gemengd gezelschap over te beginnen. Dan vormt zich een breed, masculien front van collectieve ontkenning. 'Ik kan het begrijpen als een ouwe, uitgedroogde taart, die geen man kan krijgen… een of andere gefrustreerde neurotica. Maar de normale vrouw heeft ze niet nodig.’ Dat de werkelijkheid anders is bewijzen de vele honderden getuigenverklaringen die Nancy Friday heeft verzameld. Daaronder bevinden zich trouwens méér fantasieën over verkrachtingen, individuele en collectieve, dan het seksueel correcte deel der mensheid lief zal zijn.
ONBETEUGELDE GEEST
'De schunnigste film van 1958’ is allerwegen afgekraakt, ook in Nederland. Dat is óók weer wat overdreven. Kubricks cinematografische testament bevat zeker drie scènes die straks klassiek zullen zijn, met als hoogtepunt het cabaretnummer rond de Oost-Europese kostuumverhuurder die zijn dochtertje verhoert.
Dan, in de slotscène, verliest de regisseur op een dramatische manier zijn zelfcontrole.
Albertine (respectievelijk Alice) en Fridolin (respectievelijk Bill) hebben elkaar alles verteld, zij over haar fantasieën, hij over zijn pogingen zich buitenechtelijk op haar onbeteugelde geest te wreken. Zij stellen elkaar de martelende vraag: is er nog leven na de droom?
De vrouw is dit keer de wijste. 'Laten wij liever dankbaar zijn dat wij al onze avonturen hebben overleefd’, zegt zij.
De man twijfelt. 'Een droom is nooit enkel en alleen maar een droom’, zegt hij.
Schnitzler situeert deze scène in de slaapkamer, de meest geëigende locatie om je hart uit te storten. Kubrick koos voor de speelgoedwinkel waarin Alice en Bill, samen met hun kirrende modeldochtertje, de kerstinkopen doen. Ondertussen vragen ook zij zich af hoe de scherven kunnen worden gelijmd.
Alice weet het. Zij kijkt haar man diep in zijn dekselse kwajongensogen en zegt: 'Wat we héél nodig moeten doen… (aarzeling, de spanning stijgt met de seconde) …is neuken.’
Stom wijf! Dat klotehuwelijk van haar met die klotehufter zal, ondanks hun klotekind, dus nooit meer iets worden.
FRECHE WUNSCHE
Kubricks Eyes Wide Shut, hoe gebrekkig ook uitgevallen, bevestigt mijn theorie: geen groter kenner van de menselijke natuur dan Arthur Schnitzler, de peetvader van deze film. In zijn toneelstuk Der Schleier der Beatrice (1899) werd, precies een jaar voordat zijn stadgenoot Sigmund Freud de Traumdeutung publiceerde, op dichterlijke wijze uitgelegd dat de droom altijd een gemaskeerde, verdrongen wens naar het verbodene behelst. 'Doch Träume sind Begierden ohne Mut,/ Sind freche Wünsche, die das Licht des Tags,/ Zurückjagt in die Winkel unser Seele,/ Daraus sie erst bei Nacht zu kriegen wagen.’