INTERVIEW MET DE BRITSE SCHRIJFSTER RACHEL CUSK

‘Vrouwen moeten hun gelatenheid onderzoeken’

In haar romans excelleert Rachel Cusk in het geestig en genadeloos beschrijven van eigentijds vrouwelijk onbehagen. Tussen de jaren vijftig en nu ziet ze veel gelijkenissen. ‘Ik zie nu vooral de herrijzenis van een conservatieve, narcistische vrouwelijkheid.’

BRIGHTON – Engeland kent een lange traditie van schrijfsters die zich hebben bekommerd om de kleinheid en intimiteit van het vrouwenleven. Van de ommuurde tuinen van Jane Austen en de pastorie van George Eliot tot aan de eigen kamer van Virginia Woolf. De nog jonge Britse schrijfster Rachel Cusk (1967) schaart zich langzaam maar zeker in dit illustere rijtje. In de afgelopen vijftien jaar publiceerde Rachel Cusk één non-fictieboek en vijf romans, waarin ze excelleert in het geestig en genadeloos beschrijven van eigentijds vrouwelijk onbehagen. In het autobiografische A Life’s Work: On Becoming a Mother uit 2001 (in het Nederlands vertaald als In het land van moeders) beschreef ze haar gevoel van vervreemding van haar vroegere zelf nadat ze moeder was geworden. In haar meest recente roman, het even frisse als bittere Arlington Park (2006) legt ze depressies en onvermogen van de (deeltijd) moeder in 21ste-eeuws Brits ‘suburbia’ vast. Het is een roman die meer existentieel dan politiek lijkt in de beschrijving van de verlamming die het huismoederbestaan ook anno 2007 nog teweeg kan brengen. De ontreddering schuilt in de miezerige momenten, in onnozele, driftig makende, soms heel komische details. Maar ook in een meer fundamenteel gevoel van ongerichtheid en stilstand: tijd die in cirkels gaat, kinderen die ieder plan doorkruisen, mannen die zich afsluiten. Zo beschrijft Cusk de wachtende moeders die in de beslotenheid van een speeltuin alles om hen heen zien bewegen: ‘Het mechaniek van de wereld draaide maar door, als een machine (…) het was een kwelling om ernaar te kijken.’ Ook in werkelijkheid blijkt Cusk ernstig gestemd over de verlamming en passiviteit onder haar generatiegenoten: ‘Die verwarring over hoe je je leven moet leven, die wilde ik in Arlington Park vangen.’

Cusk zelf woont niet in een provinciale ‘suburb’ maar in een flat in het lawaaiige Brighton. Daar lonkt de zee, maar om er te komen moet je eerst een avenue over waar vier rijen auto’s te hard de verkeerde kant op rijden. In februari is het er winderig, grijs en nat. Een spookachtige aanblik bieden de resten van de door brand verwoeste West Pier waar op een stormachtige dag massa’s meeuwen zich verzamelen.

Het hippe, chique Lansdown Place Hotel waar het interview plaatsvindt, ligt om de hoek van de kustweg, en van Cusks flat, maar daar zitten man, twee dochters en stiefdochter, die alle vier vakantie hebben. Bovendien is Rachel Cusk (aardig, smal, verward haar) zeer op haar ‘privacy’ gesteld. Het is een woord dat ze vaak zal laten vallen. Je merkt het ook aan haar spreken, open en enthousiast, maar regelmatig ontsnapt er een zucht: het getergde onbewuste.

Het publiceren van haar eerste romans (Saving Agnes, The Temporary, The Country Life) vóór haar geruchtmakende moederboek kostte weinig moeite, vertelt ze. Ze won literaire prijzen voor haar debuut en voor The Country Life. Rachel Cusk: ‘Van kleins af aan ben ik aan het schrijven. Het was alleen altijd iets aparts, iets voor de avonduren. Thuis werd creativiteit niet gestimuleerd en het kwam ook niet in me op dat schrijven iets “echts” was. Aan de andere kant was het lang het enige wat er was, omdat ik me tegen het echtere leven niet zo opgewassen voelde.’

Dat veranderde toen ze haar tweede man ontmoette en er een gelukkiger ‘tastbaarder’ huiselijk leven begon. Ze trouwde, schreef drie, vier jaar niet, tot het baren de schrijfster weer naar buiten riep. Tot haar eigen verrassing en tegen wil en dank belandde ze met haar vierde boek midden op het podium. Het autobiografische verslag van haar eerste jaar als moeder, In het land van moeders, verscheen ongeveer tegelijkertijd met het zwangerschapsverslag van de Amerikaanse feministe Naomi Wolf. Deze laatste bombardeerde in Misconceptions het krijgen van kinderen tot een grof schandaal waar iets aan gedaan moest worden, maar in Engeland spaarde men de verontwaardiging op voor het veel persoonlijker, meer literaire verslag van Cusk. Een negatieve mediahit. ‘Iedere dag verscheen er weer een andere column in de krant van een vrouw die zich tegen mijn boek keerde’, verzucht Cusk nu. ‘Het boek verscheen vlak voor 9/11. Uiteindelijk werd de aanslag mijn redding.’

Misschien dat de grootste opwinding wel voortkwam uit het feit dat Cusk haar kersverse moederschap als een man tegemoet trad. ‘De bevalling is niet alleen wat mannen van vrouwen scheidt, het scheidt vrouwen ook van zichzelf’, schreef ze. Moederend was het alsof ze vanuit de romantische vertrekken van de liefde boven ineens naar de kelder, naar de fundering, viel: ‘Liefde is meer solide, praktischer, en arbeidsintensiever dan ik ooit had vermoed, maar zit dicht tegen de macht om te vernietigen aan.’

‘Ik was erg verrast door de heftige, persoonlijke toon van de reacties op In het land van moeders, zegt Cusk nu. ‘Mensen worden veel kwader als je non-fictie schrijft. Een vrouw schreef zelfs dat mijn kinderen van me afgenomen moesten worden. Sommige recensenten vonden dat ik klaagde, anderen dat ik het allemaal zo vreselijk gecompliceerd maakte. Ik schreef ingewikkeld over zaken die men graag voor natuurlijk en simpel houdt. Maar ik heb nooit gewild dat de wijze waarop ik met mijn kinderen omga een punt van discussie zou worden. Het ging me om het boek, om het verwoorden van die overrompelende ervaring, niet om mijn leven. Ik was er ook helemaal niet mee bezig om een kant in een debat te kiezen. Het was juist de ambivalentie die ik wilde vangen. En de vluchtigheid. Het is net alsof je als je geen moeder bent ook niet over het juiste gehoor beschikt om die ervaringen te beluisteren. Om die doofheid ging het me. Als ik het nu herlees, merk ik dat dat klopt en ben ik ook weer blijer dat ik het geschreven heb.’

De controverse was ‘tedious’ maar bracht de romanschrijfster nadien steviger terug op het pad van de literatuur. Journalisten die haar vragen naar haar opinies over feminisme of moederschap worden de deur gewezen. Rachel Cusk: ‘De journalistiek zoekt altijd het conflict, en daar ben ik helemaal niet in geïnteresseerd. Als je begint met steeds je mening te geven over dat soort dingen kom je bovendien op een heel ander terrein. Ik wil romanschrijver zijn. Het helpt je ook bij het schrijven als je je over dat soort zaken juist niet uitspreekt.’

In het land van moeders veroorzaakte niettemin een cesuur, niet alleen in Cusks bekendheid – vanaf toen werden haar boeken vertaald – maar ook in haar werk. In de romans daarna schrijft ze directer, emotioneler, en zijn kinderen nooit ver weg. Maar het onbehagen en buitenstaanderschap die de kersverse moeder parten speelden, waren ook al aanwezig in haar eerdere romans. Er zijn in Cusks werk altijd buitenstaanders of nieuwkomers aan het woord die de eigen blinde vlekken met moeite onder ogen zien, en ondertussen die van de anderen meedogenloos registreren. Verlamde dromers zijn het, die niet in staat lijken tot handelen. Het leverde haar al eens de vergelijking met Tsjechov op, een schrijver die ze zeer bewondert.

In The Country Life laat twintiger Stella Benson van het ene uur op het andere haar familie in Londen in de steek om als gouvernante in te trekken bij een bohémienne ‘upperclass’-familie met invalide zoon. Ook hier weer dat ‘nagging’ zelfbewustzijn van een introverte ikfiguur die maar niet ophoudt om ook het kleinste fysieke ongemak, de lichtste twijfel, te registreren.

In haar voorlaatste boek, Into the Fold, dat in Nederland komende zomer verschijnt, geeft Cusk het woord aan een jonge vader, Michael, die, wanneer een plotseling instortend balkon hem op de slechte staat van zijn huwelijk wijst, met zijn zoontje een tijdje gaat logeren bij een studievriend op het platteland. Diens alternatieve familie bewonderde hij ooit. Nu Michael er jaren na dato weer op bezoek komt, gaat hij langzaam inzien dat deze communeachtige gemeenschap lang niet zo vrijzinnig en harmonieus is als ze eerst leek.

Cusk schetst haar voorkeur voor de terughoudende, maar scherpe buitenstaandersblik als het gevolg van haar jeugd en achtergrond. Een kindertijd van lange verblijven in ziekenhuizen (ze leed aan astma), veel verhuizingen, puberteit op kostschool.

‘Mijn ouders waren avonturiers. Ze vertrokken eerst naar Canada, waar ik geboren ben, en daarna naar Californië. Op mijn elfde werden ze ineens bang dat hun kinderen Amerikanen of, nog erger, “niets” zouden worden, en zijn we naar Engeland teruggegaan. Waar ik op kostschool in “britishness” werd ondergedompeld. Het was er vreselijk: Lord of the Flies. Ik was klein, spichtig, bleekjes, en botste op robuuste, dominante, wrede meisjes. Ik vond het ook heel akelig om in een vlakke samenleving te leven waarin iedereen mijn eigen leeftijd had: alleen maar gelijken. Dat heeft zeker een koers uitgezet voor mijn latere schrijverschap.’

Een van de resultaten was dat ze geobsedeerd raakte door andermans families. De verschillende werelden die mensen in hun huis creëerden, de sfeer, de geur, de manieren van zijn: ‘Ik herinner me nog alle moeders van klasgenootjes.’ Maar ze sloeg niet aan het idealiseren, zoals Michael in In the Fold wél doet. ‘Dat is volgens mij veel meer een mannelijk trekje. Mijn broers deden dat veel meer dan ik. Het zal iets freudiaans zijn’, lacht Cusk. ‘Ingegeven door de mannelijke angst voor afwijzing door de moeder. Ikzelf had vooral heel, heel erg heimwee naar mijn eigen familie.’

In het suburbia dat Cusk beschrijft in The Lucky Ones en Arlington Park krijgt het lot van die levensangstige buitenstaander feministische contouren. Maar de schrijfster speelt de bal in die latere romans ook direct terug naar haar personages: geen slachtoffers, maar vrouwen die zich verongelijkt tonen, hun agressie op elkaar richten, en niet bij machte zijn om iets aan hun beklemming te veranderen. In Cusks boeken vind je ook geen loflied op vrouwelijke solidariteit: ‘Het is een jungle, een slagveld daarbuiten’, beaamt ze. De zestigjarige Mrs Daly die in The Lucky Ones tobt met de herinnering aan de postnatale depressie waar ze na de geboorte van haar dochter aan leed, is dertig jaar na dato nog steeds niet in staat haar dochter dat te vergeven. In Arlington Park noemt de in haar huwelijk vastgelopen Juliette alle mannen moordenaars. Cusk is scherp in haar registratie van machteloze woede. Juliette bereikt het punt dat ze haar man zelfs van haar nachtmerries de schuld gaat geven. ‘Ooit leek het haar iets hoogstaands om een huis, een man en kinderen te hebben’, schrijft Cusk. ‘Maar toen ze ze eenmaal had, ontwikkelde zich het gevoel dat ze lood in haar aderen had.’

Bij het lezen bekruipt je uiteraard de vraag wat volgens de schrijfster dan het verschil is tussen deze vrouwenlevens nu en vijftig jaar terug, vóór de tweede golf feminisme. Er zijn nu toch banen, echtscheidingen, anticonceptiepillen?

‘Ik weet niet of mensen echt de moed hebben om te ontsnappen aan het idee van wat ze zouden moeten zijn’, formuleert Cusk bedachtzaam. ‘Voor vrouwen is dat een serieus probleem. Tussen de jaren vijftig en nu zijn er ook veel meer gelijkenissen dan je zou verwachten. Misschien dat in de jaren zestig en zeventig vrouwen even een ander perspectief op zichzelf hadden, maar ik zie nu vooral de herrijzenis van een conservatieve, narcistische, vrouwelijkheid, onder getrouwde vrouwen en onder “singles”. En die verwarring over hoe je je leven moet leven, daar begrijp ik helemaal niets van! Voor mij was het centrale thema in Arlington Park dat deze vrouwen er niet in slagen een moreel leven te leiden. Dat ze zich niet afvragen of wat ze doen “goed” of “fout” is.

Ze zijn medeplichtig aan de onrechtvaardigheid in hun eigen levens. De arbeidsverdeling in huis maakt de man belangrijker, en de vrouw onbelangrijker. Dat is een feit waarover ik vrouwen om me heen voortdurend heb horen praten. En dat falen om op rechtvaardigheid aan te sturen in je eigen leven heeft grote consequenties. Misschien begint de wijze waarop westerlingen hun wil op willen dringen aan anderen wel bij dat eerste verschil van mening: wie past er op de kinderen? Wie bedient er, wie niet? Wat mij verbaast is hoe vroeg vrouwen het opgeven, hoe snel ze zich schikken. Ze doen niets. Ze kiezen en masse voor een minder gestresst gezinsleven. Vrouwen moeten die gelatenheid onderzoeken.’

Ondertussen levert die ‘boodschap’ Cusk vooralsnog niet al te veel lovende woorden op. ‘People hate it, hate it, hate it’, antwoordt ze op de vraag of in eigen land de populariteit van haar werk groeit. ‘Niemand begreep Arlington Park! Iedereen vindt dat ik te deprimerende boeken schrijf. Ach ja, Engeland is verdeeld op het moment en geobsedeerd door romans over het verleden. Boeken die de vragen van nu vermijden. Boeken over grote historische gebeurtenissen die de auteur zelf niet beleefd heeft, die doen het goed: de Tweede Wereldoorlog, de Romeinen. En boeken over de postkoloniale wereld: het boek van Kiran Desai. Het zoeken naar waarheid in het hier en nu wordt je helemaal niet in dank afgenomen. Misschien dat het over dertig, veertig jaar beter is, mochten mijn boeken dan nog gelezen worden. Dat het filter van de tijd dan zijn werk doet. Nu maak ik mensen vooral boos.’

Berustend vervolgt ze: ‘Laatst herlas ik The Great Gatsby van Scott Fitzgerald, en toen snapte ik ineens heel goed wat mensen op mijn boeken tegen hebben. Ineens had ik het gehad met die decadentie, die volkomen van de rest van de wereld verwijderde gemeenschap. Maar ik begreep ook heel goed waarom Fitzgerald niet anders kon dan over die mensen schrijven. Ik heb als schrijfster niet de keuze of ik schrijf over de Romeinse wereld of vrouwen in de suburb. Ik schrijf over wat ik ken en om me heen zie. Ik moet het wel over mijn eigen soort hebben.’

Het werk van Rachel Cusk verschijnt in vertaling bij De Bezige Bij