Vrouwen onder elkaar

Toen Simone de Beauvoir De tweede sekse publiceerde, kon ze niet bevroeden wat voor storm het boek zou veroorzaken. Voor vrouwen moet het confronterend zijn, maar voor mannen is deze confrontatie dubbel.

Een paar maanden voor het verschijnen van De tweede sekse schrijft Simone de Beauvoir aan haar minnaar Nelson Algren dat het een boek vol met ‘amusante verhalen’ zal worden. Het is maar wat je amusant vindt, want De tweede sekse beschrijft vooral vrouwen in de meest vernederende rollen. Verliefde vrouwen bijvoorbeeld, die nota bene zelf de poort naar de hel van het huwelijk openen, waar ze niet zozeer zullen branden, maar zich zullen doodvervelen. Het hoofdstuk over moederschap opent met een warm pleidooi voor abortus.

Toen De Beauvoir ruim zeventig jaar geleden De tweede sekse publiceerde, kon ze niet bevroeden wat voor storm het boek zou veroorzaken. De storm ging uiteindelijk ook weer liggen, maar na een lange luwte wordt Simone de Beauvoir vandaag weer gelezen, bestudeerd, bediscussieerd en gespeeld. Bovendien wordt ze geëerd met een nieuwe biografie, Becoming Beauvoir door Kate Kirkpatrick, die deze maand in Nederlandse vertaling verschijnt. Het ziet ernaar uit dat De tweede sekse een golf van kritiek heeft overleefd. De Beauvoir zou in haar strijd om gelijkwaardigheid van de seksen het verschil alleen maar hebben versterkt. Ze zou zelf op een ‘mannelijke’ manier de vrouw ter sprake hebben gebracht. Ze zou niet in staat zijn geweest de seksuele differentie, zoals dat in het postmoderne jargon ging heten, te begrijpen.

Maar zelfs bij de Franse postmoderniste Julia Kristeva staat De Beauvoir weer op de agenda. Vier jaar geleden bundelde zij haar dubbele gevoelens omtrent De Beauvoir in het boekje Beauvoir présente, waarin zij vooral haar schatplichtigheid betuigt aan de vrouw die het aandurfde om het probleem van de achterstelling van vrouwen in de westerse beschaafde samenleving te beschrijven. In 2008 riep Kristeva ook de Prix Simone de Beauvoir pour la liberté des femmes in het leven. In datzelfde jaar publiceerde Danièle Sallenave haar magistrale biografie Castor de guerre. Simone de Beauvoir verscheen op het witte doek in de Franse film Violette uit 2013 en de recente uitgave van De Beauvoirs mémoires in de prestigieuze Pléiades van de Franse uitgever Gallimard spant de kroon – 3000 pagina’s op bijbelpapier gedrukt, in twee kloeke delen.

De Groene Amsterdammer bracht in 2015 een De Beauvoir-special uit en Marja Vuijsje publiceerde recentelijk De kleine De Beauvoir, een samenvatting van De tweede sekse, die je in tegenstelling tot het origineel zo in je zak kunt stoppen. Karen Vintges publiceerde in 2017 de belangrijke studie A New Dawn for the Second Sex. Het Rotterdamse OT-theater speelt de voorstelling Leven zonder Sartre, waarin José Kuijpers de oudere, gebroken, maar immer strijdbare Simone de Beauvoir vertolkt.

Onlangs verscheen bovendien Waarom ik van Simone de Beauvoir houd, waarin ‘vijftien bekende auteurs en journalisten’ een brief schrijven aan Simone de Beauvoir. Maar als ik de lijst van auteurs bekijk, slaak ik een diepe zucht: alweer alleen maar vrouwen.

Het suggereert dat Simone de Beauvoir, ‘die immers een vrouw was’, alleen schreef voor vrouwen. Ik geef het toe, ik ben gewoon jaloers: ik had ook graag Simone de Beauvoir een brief willen schrijven om te zeggen waarom ik van haar houd. Maar och, ik ben man, en dan dreigt zo’n liefdesverklaring al snel iets anders te gaan betekenen. Om met François Poullain de la Barre, de zeventiende-eeuwse mannelijke feminist die De Beauvoir graag aanhaalt, te spreken: ‘Wanneer een man ten voordele van de vrouw spreekt denkt men al snel dat hij dat uit hoffelijkheid of liefde doet.’

En toch had ik haar graag mijn liefde betuigd. Ik bedoel niet zozeer haar persoon – ik had het geloof ik geen minuut met haar in een ruimte kunnen uithouden – maar haar teksten, die evengoed voor mannen als voor vrouwen geschreven zijn.

Simone de Beauvoir leefde als een soort seismograaf, met de pen op het papier. Het is bij haar altijd lastig om te kunnen inschatten of ze boeken schreef of dat ze werd geleefd door haar boeken. De tweede sekse is in elk geval een duidelijk voorbeeld van dat laatste. Opeens bleek dat ze de bijbel van het feminisme had geschreven, wat nooit haar intentie was geweest. Sterker nog, toen ze het schreef vond ze feminisme volkomen achterhaald. Dat was iets van suffragettes die dachten dat de vrouwenstrijd een politieke strijd zou zijn. Pas veel later, vanaf midden jaren zestig, accepteerde ze het label feminisme, op voorwaarde dat het radicaal zou zijn.

De Beauvoir laat zich niet gemakkelijk in een profiel vangen. Ze is allesbehalve een feelgood-auteur en vooral De tweede sekse is voor niemand een comfortzone, niet voor mannen en al helemaal niet voor vrouwen. Je kunt De tweede sekse alleen maar ‘de bijbel van het feminisme’ noemen als je het niet hebt gelezen. Als het door een man geschreven zou zijn, was hij voor vrouwenhater uitgemaakt. De Beauvoir portretteert en leest vrouwen die klagen over mannelijke onderdrukking maar deze tegelijkertijd koesteren. ‘Kwade trouw’, heet dat in het existentialistische jargon. De Beauvoir wilde ons wakker schudden. Ik schrijf ‘ons’, want het gaat om vrouwen en mannen. Bij vrouwen is dat een tijd redelijk gelukt. Mannen snurken rustig door om af en toe met één open oog ‘heb je haar weer’ te mompelen. Ik houd van de stekeligheid van haar teksten, die nooit onverschillig laten en die elke simpele identificatie met haar onmogelijk maken. De Beauvoir problematiseert. Ze lost niets op, ze port in open wonden.

Het tekstcorpus dat Simone de Beauvoir heet, is gelaagd. Behalve artikelen, boeken en een toneelstuk heeft ze een ongelofelijke hoeveelheid brieven geschreven die vaak onthullen wat ze in haar zogeheten memoires verhult. De Beauvoir staat voor een en al dubbelzinnigheid, die voor haar de meest concrete ervaring van het menselijk bestaan was. We worden geboren om dood te gaan; dat was voor haar de onoplosbare dubbelzinnigheid van het leven. In haar Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid verwijt ze filosofen dat ze niets anders hebben gedaan dan de ervaring van dubbelzinnigheid van het leven te ontkennen met een of andere mooie theorie. Later erkende ze dat dát ook weer een theorie was en bekritiseerde ze zichzelf daarvoor in haar memoires. Dat is pas denken. Je nergens aan vastklampen.

Pas vanaf midden jaren zestig accepteerde De Beauvoir het label feminist, op voorwaarde dat het radicaal zou zijn

Daarom houd ik van Simone de Beauvoir. Ik houd van het meedogenloze steekspel van de liefde en jaloezie in de semi-autobiografische roman L’invitée (Uitgenodigd) en van Les mandarins (De mandarijnen), waar De Beauvoir zichzelf spiegelt aan de psychoanaliste Anne, een rol die haar verbazingwekkend goed past. Maar het meest houd ik van De tweede sekse, dat niets minder is dan een aanval op de kneuterige obsessie voor identiteit die vandaag gestalten heeft aangenomen die zelfs De Beauvoir niet kon bevroeden.

En dat had ik haar allemaal willen vertellen als ik haar ook een brief had mogen schrijven. Eigenlijk is De tweede sekse zelf een lange brief, gericht aan een volstrekt masculiene samenleving. Die brief is nooit helemaal aangekomen. Althans niet bij de meeste van mijn eerste-seksegenoten. Dat mannelijke auteurs door mannen en vrouwen worden gelezen is natuurlijk vanzelfsprekend. Mannen zijn immers mensen. Vrouwen bestaan opdat mannen zichzelf kunnen verwezenlijken, schrijft De Beauvoir. Je hebt dus mensen en vrouwen. En vrouwen schrijven ook, maar die doen dat voor andere vrouwen, dat betreft dus een secundaire aangelegenheid. De tragedie van De tweede sekse is dat het wil afrekenen met deze stupide mythe, maar dat het betoog nagenoeg alleen door vrouwen is gehoord. Daarom is het zo jammer dat Waarom ik van Simone de Beauvoir houd, ondanks een paar prachtige bijdragen, getekend wordt door een hoog vrouwen-onder-elkaar-gehalte.

Dat is symptomatisch voor wat De Beauvoir nu juist wilde bestrijden. Voor Simone de Beauvoir was de systematische achterstelling van vrouwen een probleem van de samenleving en geen vrouwenprobleem. Een samenleving waarin de man zichzelf overeind heft door ‘de ander’ als tweede sekse te zien is een onvrije samenleving. De Beauvoirs doel was vrijheid en dat was waar het vrouwen aan ontbrak in 1949. Dat roept de vraag op hoe het daar vandaag mee is gesteld.

Vrouwen houden zichzelf te vaak gevangen in de greep die de masculiene samenleving hun toebedeelt. Ja, ja, ik weet het, ik kan dat als man niet zomaar schrijven, maar ik kan wel De Beauvoir lezen en naar haar luisteren. Ik kan ook uitleggen waarom ik dat zou doen. Ik doceer filosofie aan de universiteit. Een mooie studie. De helft van de studenten is vrouw. Deze vrouwen worden, net zoals de mannen, ingeleid in de geschiedenis van het denken. Het gaat me nu niet om dat denken, maar om dat ‘het’. Dat ‘het’ blijkt altijd een man te zijn. Vrouwelijke studenten doen een master. Echt. Het probleem is dat mijn seksegenoten al eeuwen doen alsof hun kijk op de wereld en de mensheid niet seksegebonden, maar ‘neutraal’ is. De White Old Men Club van de westerse filosofie, waar ikzelf onvermijdelijk deel van uitmaak, eigent zich minstens tot aan de twintigste eeuw het spreken over een neutraal ‘subject’ toe (nu eens ‘ego’ dan weer ‘Dasein’ of ‘brein’ geheten), dat stilzwijgend steeds een Hij blijkt te zijn. De androgyne wezens waar filosofen en sociale wetenschappers het steeds maar over hebben bestaan nergens in de werkelijke wereld. Mannen zijn er uitstekend in geslaagd om die neutrale positie voor zichzelf op te eisen. En zo werden onze taal en verbeelding mannelijk. Vrouwen moeten zich aldus een plaats zien te verwerven in mankind. Ze moeten over zichzelf nadenken en spreken in termen die hun vreemd zijn.

Voor De Beauvoir is dat een gewelddadige, kolonialistische praktijk, precies zoals de Algerijnse kinderen in haar tijd op school leerden dat Parijs de hoofdstad van hun land was en het hart van hun cultuur, zoals De Beauvoir ergens schrijft. Natuurlijk gaat dat niet slechts over woorden, maar om een heel waardensysteem. Een succesvol mens is een succesvolle man. Menswording is altijd al manwording geweest. En ga nu niet roepen dat dit nu allemaal voorbij is. We zijn alleen behendiger geworden in het verdringen ervan, en wat is kwade trouw anders dan verdringing op klaarlichte dag.

Het verbaast me altijd dat vrouwelijke studenten niet na een paar weken van de universiteit weglopen, zoals de jonge, zwarte jazztrompettist Miles Davis, die teleurgesteld en boos zijn conservatoriumstudie afbrak toen hij erachter kwam dat er op het conservatorium alleen witte muziek gespeeld werd. De geschiedenis van het denken is gevormd en geschreven door mannen. Maar er heeft nooit een mensheid bestaan zonder vrouwen. Er is daar iets fout gegaan. Nee, erger nog, dat is altijd zo geweest, zonder dat daar een reden voor was. Die zogenaamde reden verzonnen mannen achteraf. En dat is waar De tweede sekse op wijst. Wanneer vrouwen worden opgeleid in een taal en in een raamwerk dat stilzwijgend altijd masculien is maar doet alsof het neutraal is, dan gebeurt er wat er altijd gebeurt: deze vrouwen gaan mannelijk denken – dat is namelijk nog steeds de conditie om iets in onze samenleving te bereiken – en de kans dat de mensheid wordt verlost van het patriarchale geweld is daarmee verkeken.

De vraag is of de man zijn fallische trots en patriarchale driften van zich af wil werpen. Is hij daarbij gebaat? Was de adel gebaat bij de Franse Revolutie? Waren de plantagebezitters gebaat bij afschaffing van slavernij? Voor vrouwen moet De tweede sekse een confronterend boek zijn, maar voor mannen is deze confrontatie dubbel.

Dit alles is natuurlijk allemaal erg paradoxaal om te schrijven, voor mij als blanke man. Als vrouwen zich in feministische literatuur verdiepen, wordt dat gezien als de vorming van intellectuele weerbaarheid en zelfkennis. Als een man dat doet, vraagt men zich honend af of hij niets beters te doen heeft. Maar De tweede sekse gaat in feite niet over feminisme en het woord emancipatie komt er nauwelijks in voor. Noch geeft De tweede sekse een inkijkje in de vrouwenziel en het is ook geen politiek manifest voor gelijkheid tussen man en vrouw, waar het vaak voor wordt aangezien. De tweede sekse gaat al helemaal niet over de vraag hoe we economische gelijkwaardigheid kunnen creëren. Van de enkele opmerkingen die ze daarover in de conclusie schrijft, kreeg De Beauvoir later spijt.

De tweede sekse gaat over iets heel anders. Het is een pleidooi voor mannen en vrouwen om zichzelf vanuit vrijheid in plaats vanuit biologische voorbepalingen te begrijpen. Natuurlijk word je met een geslachtsorgaan geboren, maar ‘man’ of ‘vrouw’ zijn woorden die direct al waarden impliceren en een plaats toewijzen in de samenleving. Natuurlijk maakt ‘de natuur’ dat het meisje ongesteld wordt, beschrijft De Beauvoir, maar de schaamte ervoor is een resultaat van een moraal. ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het’, werd vaak desastreus foutief vertaald als ‘Je wordt niet als vrouw geboren maar tot vrouw gemaakt’. Desastreus, omdat het precies het tegenovergestelde is van De Beauvoirs boodschap. Het gaat om een actieve wording, niet om een passief ondergaan. Een wording waar je zelf bij bent. Het doelwit voor De Beauvoir is het vrouwengedrag – ja, het gaat allemaal over kwade trouw – dat zich verschuilt achter de vrouwennatuur, die voorbestemd is om zonder klagen kinderen op de wereld te zetten, lief te hebben, groot te brengen, om vervolgens als oude afgedankte vrouw terug te kijken op een verloren leven. En waar was de man al die tijd? Precies, je raadt het al, hij verkoos vrijheid.

Kirkpatrick gaat nauwgezet na waar De Beauvoir sartriaans denkt en vooral ook waar ze tegen Sartre in denkt

De vrijheid die existentialisten zoals De Beauvoir beschreven is vandaag ver te zoeken. Wij leven vandaag op identiteiten (precies zoals dode lichaamsdelen ‘op’ sterk water staan). Wij menen dat er heel veel gradaties bestaan tussen alleen maar man en vrouw (‘dat is zó twintigste eeuw’). In jolige ‘diversiteitsworkshops’ mogen we onze eigen identiteit op een geel notitiestickertje krabbelen om haar te verdedigen. ‘Bewustzijn creëren’, heet dat. Op een enquêteformulier mocht ik laatst invullen of ik een man, een vrouw of ‘anders’ ben. Op Facebook mag ik kiezen tussen maar liefst 71 identiteiten. De Beauvoir zou het verafschuwen, om de doodeenvoudige reden dat al deze schijn niets anders dan een vlucht in identiteit impliceert en dus een verloochening van onze vrijheid betekent. Diversiteit is de nieuwe burgerlijkheid. En burgers willen alleen maar spreken over mooi weer, liever niet over een discriminerend principe waar onze samenleving op draait. Dat is zó negatief.

Maar veel van de hedendaagse pogingen om vrouwen gelijkwaardig aan mannen te maken, zijn vanuit het perspectief van De Beauvoir slechts symptomen van wat ze zeggen te bestrijden. Bekijk vrouwenquota of andere vormen van ‘positieve discriminatie’ eens niet vanuit het perspectief van degenen op wie het betrekking heeft, vrouwen, maar vanuit het perspectief van degenen die dergelijke maatregelen ontwerpen en uitvoeren. De uitvoerende macht, of minstens de manier van denken, blijkt steeds mannelijk te zijn en daarmee de hegemonie van het mannelijke slechts te bevestigen. Ooit gehoord van een quotum voor mannen met een modaal inkomen? De bedrijfsleider of de collegevoorzitter van bestuur heeft besloten dat we het over ‘diversiteit’ moeten hebben. Alsof vrouwen een of andere minderheid zouden vertegenwoordigen.

Nee, wij denken niet meer in man/vrouw. Maar toen #MeToo een zelfcensuur doorbrak, kwam er iets heel anders aan het licht. Opeens werd het zonneklaar dat onze samenleving wel degelijk wordt bestierd door een banaal man/vrouw-sekseverschil. En ‘sekse’ betekent hier seks en seks betekent macht. Niks geen diversiteit of inclusie. Het gaat over seksueel gedreven onderwerping en machtsmisbruik. De waarheid blijkt veel banaler te zijn dan we dachten.

Toch moet je bij De Beauvoir oppassen met het woord ‘slachtoffer’. Steeds meenden haar vrouwelijke lezers zich erkend te voelen in hun onderdrukking en steeds stuurde De Beauvoir ze weer weg. Ze accepteerde uiteindelijk het label ‘feminisme’, maar verafschuwde elk feminisme dat leeft van ressentiment omdat dit de rol van tweede sekse slechts versterkt. Haar La femme rompue (De gebroken vrouw) verscheen in 1967. Het boek bestaat uit drie verhalen die elk laten zien hoe een vrouw wordt geleefd door haar man, zichzelf ziet verouderen terwijl de man zichzelf in zijn werk ontwikkelt, ‘iets betekent voor de samenleving’ en ‘welverdiend’ de bloemetjes buiten zet. Vrouwen daarentegen zijn er voor anderen, vooral voor mannen.

De verhalen verschenen eerst in het tijdschrift Elle. Duizenden lezeressen identificeerden zichzelf met de vrouwen uit de drie verhalen. De Beauvoir werd overspoeld met brieven (vandaag in 56 dozen gedocumenteerd in de Bibliothèque nationale de France te Parijs). In Simone de Beauvoir vonden zij immers eindelijk iemand die hen begreep. Maar De Beauvoir was furieus op de brievenschrijfsters. Men zag in haar werk niets anders dan de bevestiging van het ellendige leven van vrouwen die altijd overal het slachtoffer van zijn. Men had de verhalen slecht gelezen of in elk geval niet begrepen, aldus De Beauvoir in haar memoires. Ze verfoeide het slachtoffergedrag van vrouwen, waarin vrouwen zichzelf opnieuw de rol toebedelen waar ze hen in De tweede sekse van wil bevrijden.

De biografie van Kate Kirkpatrick, Simone de Beauvoir: Een leven, zoals het in de vertaling heet, beschrijft De Beauvoirs strijd en haar eigen worsteling met het worden, die in de oorspronkelijke titel, Becoming Beauvoir, nog zo mooi doorklinkt. Kirkpatrick laat zich niet verleiden om in haar boek vóór of tegen Jean-Paul Sartre te kiezen, maar gaat nauwgezet na waar De Beauvoir sartriaans denkt en vooral ook waar ze tegen hem in denkt. Ze laat bovendien zien hoe problematisch het is om De Beauvoir ronduit ‘tegenover’ Sartre te plaatsen of het andere uiterste, als ‘sartreuse’. Sartre en De Beauvoir waren in een voortdurende dialoog met elkaar.

Vanwege feministische redenen werd De Beauvoir door interpreten vaak losgeweekt van Sartre en dat staat een goed begrip van haar werk in de weg. De Beauvoir denkt door en door sartriaans en alleen als we dat zien wordt duidelijk hoe en waar ze van hem afwijkt. Voor Sartre hebben mensen zich radicaal vanuit vrijheid te denken. Er bestaan eenvoudigweg geen situaties waarin we geen keus hebben. Dat is allemaal tamelijk ondragelijk en daarom vluchten we in vermeende vaste identiteiten. Dat is lekker veilig, want dan kunnen we tenminste beweren dat we er zelf niets aan kunnen doen.

Deze gedachte ligt ten grondslag aan die van de genoemde kwade trouw, een gedachte die De Beauvoir en Sartre samen ontwikkelden. De kwade trouw is in feite een welbewuste leugen tegen onze eigen vrijheid. De tweede sekse wordt door dit inzicht geleid, met als cruciaal verschil dat Sartre blind was voor het feit dat er nu precies op dit punt een verschil in sekse bestaat. Niet omdat vrouwen anders zijn, maar omdat de moderne samenleving slechts mannelijke begrippenkaders en doelen geeft waarin vrouwen zich hebben aan te passen of het onderspit moeten delven.

Tot op heden is het steeds de man die zichzelf in deze vrijheid herkent, terwijl de vrouw is gevangen in een door de maatschappij voorgeschreven mythe die haar leert dat ze moet baren en thuis moet blijven. Maar uiteraard is de vrouw, aldus De Beauvoir, evengoed een vrij bewustzijn en moet die zichzelf niet voorhouden dat ze is voorbestemd moeder de vrouw te zijn. De hardnekkigheid van de moedermythe is vandaag geenszins afgenomen. Carrière maken is voor vrouwen vandaag een stuk makkelijker geworden dan het ooit was, o ja, totdat de moedermythe toeslaat: plotseling, ergens in haar onbewuste, komt een onstuitbare drang naar boven om kinderen te krijgen en levert ze haar vrijheid in (‘voor het te laat is’), niet alleen geschraagd door de burgermoraal, maar ook door wetenschap. De ‘vrouwennatuur’ zou ze dat immers ingeven, maar deze ‘natuur’ maakt deel uit van een mythische constructie die mannen bovendien uitstekend uitkomt. We kunnen onze ‘natuur’ niet veranderen, maar wel de manier waarop we die begrijpen en er een moraal aan hangen. Er is niets ‘natuurlijks’ aan het feit dat de vrouw de tweede sekse is, dat is De Beauvoirs boodschap.

Als we De Beauvoir dan toch weer gaan lezen, dan hoop ik dat dat niet slechts omwille van nostalgische redenen is. We zouden erbij gebaat zijn om even te slikken en te zeggen: De Beauvoir, je hebt gelijk, onze hele westerse cultuur is één grote fallus. En waarom stoppen we niet met onze verdringing daarvan, onze kwade trouw, die het allemaal alleen maar erger maakt? We zijn in een situatie terechtgekomen waarin Ivanka Trump zichzelf feministe noemt. Ja, heus. And guess what: ze is tenminste geen ‘boze’ feministe. Dat zegt ze zelf. Nu jij weer. Maar ik heb het niet zo op feelgood-feministen. Feministen hebben groot gelijk boos te zijn. Simone, red ons van valse profeten, van diversiteitsworkshops, vrouwenquota en genderneutrale toiletten! We zijn toe aan een vierde golf feminisme. Laat het deze keer een slaggolf zijn die ook mannen meesleurt. Als dat zou gebeuren, zouden we De Beauvoir recht doen. En onszelf. En daar is het tijd voor, want dat is nog nooit gebeurd.


Ruud Welten is hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en doceert aan Tilburg University. Hij werkt aan het boek Wie is er bang voor Simone de Beauvoir? dat dit jaar verschijnt bij uitgeverij Boom