Historisch archief belicht

Vrouwen, te wapen!

Onzuiver, karakterloos en schijnheilig. Zo betitelt H.G. Cannegieter op de vrouwenpagina van De Groene Amsterdammer van 14 december 1929 de nieuwe mode.

De slepen, strikken en korsetten zijn helemaal terug in 1929, het haar en de rokken groeien. ‘Er gaat een zucht van verademing door de wereld van orde en zedelijkheid, welke eindelijk den strijd tegen de korte rok meent te hebben gewonnen.’ Niet voor niets roepen Amerikaanse feministen op tot een boycot. Cannegieters conclusie: ‘Vrouwen, te wapen!’

Dat moet uiteraard niet letterlijk worden opgevat. Maar er staat wel wat op het spel, vindt Cannegieter. De nieuwe kleding breekt met de geëmancipeerde, makkelijke vrouwenmode van na de Eerste Wereldoorlog. Als dit aanslaat, is dat een klap in het gezicht van de moderne, onafhankelijke vrouw. Cannegieter: ‘Wie de sleeprok draagt, plaatst zich buiten het maatschappelijk leven. De sleeprok is niet meer vrij; zij vergt bediening. (…) De sleeprok is het costuum voor het kwijnende, onnoozele schaapje, voor de cocotte, die parasiteert op een kostwinner.’

Alle opsmuk – de strikken en ander ‘snijdersgepruts’ – dient maar één doel: de portemonnee van de fabrikanten. Want mode is volgens Cannegieter geen gril, het hangt samen met de tijdsgeest. En die wordt getekend door platte hebzucht. ‘De strijd van den Brabantschen pastoor of den Gereformeerden ouderling tegen de korte rokken is ten minste principieel en te goeder trouw. Maar de strijd van de kleeding-industrieelen is louter mercantiel en daarbij geniepig.’

***

Bezoek het historisch archief van De Groene Amsterdammer en blader door de eerste 64 volledige jaargangen, van 1877 tot en met 1940. http://193.67.146.137/dga/