En andere zaken om naar uit te kijken op literair gebied

Vrouwenmaand

En andere zaken om naar uit te kijken op literair gebied

Een gotspe natuurlijk, om bij de aanblik van wat er het komend half jaar allemaal gaat verschijnen aan oorspronkelijk Nederlandstalig proza te denken aan wat er allemaal niet aan staat te komen. Geen nieuwe Grunberg, AFTh en Rosenboom. Geen nieuwe Palmen, Emmerik en Storm. Wel veel heruitgaven van de mastodonten. Rosenboom (De nieuwe man), AFTh (Het leven uit een dag) en Grunberg (De joodse Messias), maar ook Mulisch (De ontdekking van de hemel) en Wolkers (zovéél weer van Wolkers, de Teruggen naar Oegstgeest vallen de kast uit) gaan in de recycling. Connie Palmen wordt vijftig in november, met feestelijke heruitgaven tot gevolg. Over de doden niets dan goeds: Kaas van Elsschot – inmiddels in Duitsland onthaald als zijnde «urkomisch und grotesk» – krijgt een sjiek papiertje van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep. En De Arbeiderspers maakt een begin met de uitgave van het verzameld werk van Louis Paul Boon.

Allemaal mooi, net als de heruitgaven van Nescio en, iets opmerkelijker, van Van Schendel, maar om nu te zeggen: hé, daar kijk ik naar uit… Van al die herdrukken heb ik persoonlijk het meest zin in die van het werk van Renate Rubinstein, waar uitgeverij Augustus nu bovendien een keuze uit haar dagboeken aan toevoegt: Twijfel trainen, gekozen en ingeleid door Rubinstein-biograaf Hans Goedkoop.

Literair gezien het nieuwsgierigst makend zijn de aangekondigde nieuwe romans van P.F. Thomése, Willem van Toorn, Henk van Woerden en Tim Krabbé, respectievelijk bij Contact, Querido, Podium en Prometheus. Thomése verraste een paar jaar geleden met de autobiografische novelle Schaduwkind en komt nu, naar eigen zeggen in vervolg hierop, met de kleine roman Izak. «Het is natuurlijk een heel ander boek geworden, dat kon niet anders, maar het is geschreven uit hetzelfde verlangen mijzelf te verliezen», licht hij toe. Izak, een «Ambonees sprookje in tijden van oorlog», speelt zich af op Java ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd en gaat over een jongetje dat ervan droomt muziek te kunnen maken. Verschijnt oktober.

Stoom van Willem van Toorn, verwacht in november, wordt aangekondigd als een grootse roman over de vraag: bij wie willen wij horen? Het verhaal is gesitueerd in Amsterdam, eind negentiende eeuw, en vertelt de ge schiedenis van de zoon van een dienstbode die langzaam opklimt tot ijkmeester. Ten tijde van de spoorwegstaking komt hij voor een dilemma te staan. Belooft klassiek vertelplezier, met behulp van historische personages als Gorter en Roland Holst.

Henk van Woerden beleeft internationaal grote successen met onder meer Moenie kyk nie en Een mond vol glas. Zijn nieuwe roman, die in oktober uitkomt, heet Ultramarijn en speelt zich af in een havenstad aan de Middellandse Zee. Zus en halfbroer delen een schandelijk ge heim en worden uit elkaar gerukt. Klinkt broeierig en spannend, deze «roman over de grenzen van de hartstocht». Volgens zijn uitgever, hoe kan het anders, het hoogtepunt van het seizoen.

Ook in oktober: eindelijk weer een roman van Tim Krabbé, met een opvallend literaire titel (Een goede dag voor de ezel) en een novelle-achtige omvang (144 bladzijden). Over toeval en wraak, niet te missen, want «een echte Krabbé».

Allemaal mannen tot zo ver, maar september wordt vrouwenmaand. Kris tien Hemmerechts en Sjuul Deckwitz bijten het spits af, de eerste met een roman óver het schrijverschap zoals alleen Hemmerechts die kan schrijven (De waar gebeurde geschiedenis van Victor en Clara Rooze, Atlas), en Deckwitz be wijst met Onfortuinlijke meisjes (Querido) nu écht rijp te zijn voor een groot lezerspubliek. Het familieleven versus persoonlijke groei staat centraal zowel in de nieuwe roman van Manon Uphoff, Koudvuur, de eerste die uitkomt bij haar nieuwe uitgever De Bezige Bij, als in die van Esther Gerritsen, succesvol toneelschrijfster, wier Normale dagen bij De Geus uitkomt. Ook Joyce Roodnat en Rascha Peper verdringen zich in september op de stapels, de eerste met een liefdesgeschiedenis in de jaren dertig van de vorige eeuw tussen een poolreiziger en een eskimomeisje, Sterrenschot (Contact), de tweede ook met een liefdesgeschiedenis, maar dan tussen een kunsthandelaar en een schilderij, Verfhuid, bij de gloednieuwe uitgeverij Nieuw-Amsterdam. Deze staat verder, blijkens de eerste aanbieding, nog helemaal in de steigers. De enige roman die eruit springt is die van jour nalist/schrijver Martin Schouten, Zelfportret als neger, maar daarvoor moeten we nog tot januari wachten.

Met debuten is het sowieso afwachten. Louter op grond van de beschrijving ben ik benieuwd naar Hans Hogenkamp (Excuses voor het ongemak) – uitgeverij Nijgh & Van Ditmar belooft een schrijver in de sfeer van Grunberg, Reve en Hermans – en naar Vincent Overeem, ook al een reviaan volgens zijn uitgever, maar dan meer richting Rosenboom (Novembermeisjes, De Bezige Bij).

Tot slot: in november verschijnen er twee belangrijke schrijversbiografieën. Wim Hazeu promoveert op die van Simon Vestdijk. Eindelijk een biografie die genade gaat vinden in de ogen van de weduwe Vestdijk? Vestdijk: Een biografie (De Bezige Bij) wordt in ieder geval héél dik. Aukje Holtrop daarentegen zette al na 560 bladzijden een punt achter haar Nynke: Nynke van Hichtum: De wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer komt uit bij Contact.

Prachtig, maar toch… Wanneer schrijft iemand nu eens een biografie van Martinus Nijhoff? En van Cissy van Marxveldt?