Vrouwensynode

Aan het eind van zijn stukje over de Vrouwensynode in De Groene van 31 juli vraagt Martin van Amerongen: ‘Is tijdens die bewogen week in Gmunden eigenlijk, al was het maar een keer, het woord “God” gevallen?’

Ik ben blij dat ik Van Amerongen wat dit betreft gerust kan stellen, al moet gezegd worden dat de woorden ‘patriarchaat’, 'patriarchale structuren’ en 'empowerment’ (in de zin van bemoediging, versterking in de strijd tegen die patriarchale structuren) hoger scoorden. Voor mij kwam het woord God het meest verrassend naar voren in het referaat van Ina Praetorius, een Zwiterse predikantsvrouw, bezig te promoveren in de economie. Zij vertelde van haar pogingen de economische wetenschap geheel overhoop te halen door bestaande definities letterlijk te nemen: economie betreft alle maatregelen die nodig zijn om de behoeften van de mens te bevredigen. Hieronder valt ook alles wat nodig is om de mensheid uberhaupt te laten voortbestaan, dus met name ook het baren, grootbrengen en verzorgen van kinderen. Ze wil economie 'umdenken’ tot een 'Weiberwirtschaft’, want vrouwen en economie zijn elkaar niet vreemd.
Voor mij was vooral haar uitspraak belangrijk dat de opwaardering van de zogenaamde vrouwelijke eigenschappen (wat men daar ook onder meent te moeten verstaan) tot niets leidt. De eerste vrouwenbeweging trachtte dit te bereiken door de opwaardering van de bestaande vrouwelijke beroepen. De VVAO (Vereniging van vrouwen met hogere opleidingen), waarvan ik lid ben, hinkt met haar huidige jaarthema - oorspronkelijk geformuleerd als: 'De toekomst is vrouwelijk’, later gelukkig gewijzigd in: 'Hoe vrouwelijk is de toekomst?’ - nog altijd op deze gedachte.
De volgende vraag is dan: wie ben ik eigenlijk als vrouw? Wat is mijn specificum? Veel vrouwen hebben grote moeite met deze vraag, vooral zij die in bepaalde beroepen werkzaam zijn. Wie vertegenwoordigt solidariteit, liefde, zorg enzovoort wanneer wij vrouwen dat niet meer doen? Als predikantsvrouw en als wetenschapper met geloof gaf Ina Praetorius het antwoord: mijn identiteit bestaat erin dat ik door God, door Ruach (Heilige Geest) geliefd ben, en dat heeft niets te maken met eigenschappen. Belangrijk is wat ik in deze situatie nu moet doen en welke eigenschap dan werkzaam is.
Rotterdam, M.W. DE JONG-SCHAT