Buitenland

VS-China

Misschien is het tijd om regels op te stellen voor wanneer wereldleiders mogen spreken over een ‘deal’. Sinds Trump lijkt dit begrip aan inflatie onderhevig. Een deal suggereert bindende afspraken, zwart op wit, handtekeningen, een ferme handdruk. Het type internationale afspraken waar leiders nu mee thuis komen wordt vooral gekenmerkt door voorlopigheid.

Je ziet het aan Theresa May die probeert haar Brexit-deal te verkopen aan een opstandige Conservatieve Partij, onwillige kabinetsleden en een wantrouwig parlement. Al die achterdocht is begrijpelijk: een permanente oplossing voor het grootste praktische probleem dat Brexit met zich meebrengt – wat te doen met de grens tussen het Verenigd Koninkrijk en Ierland – staat in May’s plan onder het kopje ‘nog nader te regelen’. Dat is de bal voor je uit duwen.

Hetzelfde doen Trump en Xi Jinping, die in de marges van de G20-top overeenkwamen hun handelsoorlog tijdelijk te staken. Trump sprak in de bekende superlatieven. Zijn afspraak met Xi zou ‘de grootste deal ooit’ zijn. Dat is een nogal ruime omschrijving voor wat niet meer is dan een staakt-het-vuren onder vage voorwaarden. Trump kondigde aan voor negentig dagen af te zien van verdere verhoging van importtarieven. China liet weten meer Amerikaanse goederen te zullen gaan kopen en bereid te zijn de tarieven op Amerikaanse auto’s te verlagen en de export van verslavende pijnstillers te beperken.

China heeft nu drie maanden de tijd om, zo verklaarde de regering-Trump, ‘structurele veranderingen’ aan te brengen in hoe het omgaat met intellectueel eigendom, gedwongen overdracht van technologie en andere praktijken die volgens de liberale normen van de wereldhandel uit den boze zijn. Daar spreekt de overspannen verwachting uit dat China zichzelf plotseling transformeert tot een keurige vrijhandelsnatie. Over drie maanden is de nieuwskaravaan weer verder getrokken en zal er waarschijnlijk weinig veranderd zijn aan China’s oneerlijke handelspraktijken.

Trumps politiek is gericht op tijdelijk spektakel

Dat is het probleem van de trumpiaanse politiek: die is gericht op tijdelijk spektakel in plaats van op de duurzame lange termijn. Een nieuwe handelsbalans in de wereld laat zich niet afdwingen onder druk van strakke deadlines en eenzijdige importtarieven. Die vergt soepel functionerende internationale instanties die kunnen optreden als arbiters. Juist op dat punt gooien de VS zand in de machine. Amerika blokkeert de benoeming van nieuwe rechters bij de Wereldhandelsorganisatie. De reden: er ligt een stapel klachten over Trumps protectionisme.

Amerika’s pogingen de Chinese markt open te breken en een eind te maken aan de diefstal van intellectueel eigendom zouden ook gebaat zijn bij hulp van bondgenoten. Nu gaat de strijd tussen twee machtspolitici, waarvan de een zich geen zorgen hoeft te maken over wat de kiezer denkt. Trump zou makkelijker winnen met hulp van de EU, die Amerika’s klachten over China’s handelspraktijk deelt. Maar Trump heeft Europa van zich vervreemd door haar als een economische vijand af te schilderen. Het doet twijfelen aan zijn motivaties: wil hij echt de Amerikaanse belangen verdedigen tegenover een groeiend China, of wil hij vooral alléén in de spotlights staan?

Nieuwe economische verhoudingen tussen Oost en West vragen om de bereidheid te accepteren dat de wereld zich niet langer als vanzelf naar Washington voegt. De econoom Raghuram Rajan sprak in The Financial Times over de ‘legitieme groei’ van China. Het land investeert in onderzoek en onderwijs, verheft miljoenen mensen uit armoede en laat zich gelden als geopolitieke wereldspeler. De VS hebben er moeite mee dat de eeuw van Amerika overgaat in een multipolaire wereld, maar er is geen grond om China zijn ambities te ontzeggen. Ondertussen ziet het land Trumps beleid voor wat het is: een poging om voorop te blijven door de groei van China te remmen.

Daarmee ontbeert Trumps China-beleid alles wat nodig is om te voorkomen dat de mondiale machtsbalans kan verschuiven zonder dat het tot oorlog komt. De kern van Trumps overtuiging is dat iedereen de VS, en dus hem, dwars zit. Met die instelling maakt het niet uit of China een ultimatum van negentig dagen of negentig jaar krijgt. Trump wordt gedreven door een combinatie van wantrouwen en acute geldingsdrang. Dat hij werd geprezen omdat er nu woorden in plaats van strafmaatregelen heen en weer gaan tussen Washington en Peking toont hoe laag de verwachtingen zijn. Een nerveuze cyclus van escalatie en de-escalatie is het voornaamste dat Amerika onder deze president te bieden heeft.