Josh Sargent van de VS troost Saeid Ezatolahi van Iran tijdens het WK in Qatar © Rodolfo Buhrer/La Imagem/Fotoarena/Sipa USA/ANP

Het team van de United States Soccer Federation (USSF) speelt aanstaande zaterdag tegen Nederland in de achtste finales. Het schakelde Iran uit én een team uit het Verenigd Koninkrijk, een land waar ze dezelfde taal spreken maar waar voetballiefhebbers gruwen van het woord ‘soccer’. Ze spelen er uitsluitend ‘football’. Soccer versloeg in Qatar het football van de Welshmen.

In het boek It’s Fooball, Not Soccer (and Vice Versa) komen wetenschappers Stefan Szymanski en Silke-Maria Weineck tot een heldere conclusie. Die luidt, kort samengevat, dat in landen waar andere sporten met een bal populairder zijn dan voetbal, die laatste sport de naam ‘football’ nooit exclusief heeft kunnen claimen.

Bent u er nog? Oké, concreter. In enkele belangrijke ex-koloniën van het Verenigd Koninkrijk – Australië, Nieuw-Zeeland en de VS – ontwikkelden zich sporten met de naam football waarin spelers een bal (doorgaans ovaal van vorm) in hun handen mogen nemen.

In die landen heet de mondiaal populairste sport: soccer.

Doet het ertoe? Niet veel, zou je zeggen, ware het niet dat de laatste weken veel is gesproken, in het publieke debat, over een ‘voetbalcultuur’. Met name de afwezigheid ervan in landen als in Qatar. Voetstoots werd uitgegaan van één voetbalcultuur, terwijl juist soccer-landen laten zien dat dit onzin is. Zeker in Amerika, waar voetbal een, voorzichtig uitgedrukt, andere maatschappelijke betekenis heeft dan football. Daarom was het wel aardig dat de VS in de voorronde juist tegen twee football-landen moesten spelen: Wales (1-1) en Engeland (0-0).

In die landen is voetbal koning en hangt rond de sport een machocultuur, met agressieve fans en spreekkoren tegen vrouwen, homo’s en vluchtelingen. In Amerika is soccer in eerste instantie een meisjessport. In tweede instantie is het een linkse sport, een spel voor ‘liberals’, ‘blue states’, ‘Obama people’ of zelfs ‘commie pansies’, oftewel: linkse mietjes. Die kwalificatie stamt al uit het begin van de jaren tachtig, toen een jonge verslaggever van The New York Times aan zijn chef vroeg of hij het voetbal mocht verslaan. ‘Geen tijd aan verspillen, jongen’, zei de chef sport, waarop het inmiddels beroemde citaat volgde.

Er is nog een beroemder citaat. ‘Ik denk dat het belangrijk is dat de jeugd weet dat je bij het echte voetbal de bal zowel trapt als gooit, je ermee rent en ’m in iemands handen drukt. We moeten een duidelijk onderscheid maken: football is democratisch en kapitalistisch, terwijl soccer een Europese, socialistische sport is.’ Het citaat is van de Republikeinse politicus Jack Kemp, uit een vurig pleidooi dat hij hield tégen het organiseren van het WK voetbal in eigen land. Niet veel later koos presidentskandidaat Robert Dole hem als running mate.

Recenter noemde een bekende Amerikaanse columnist het voetballen ‘niet individueel genoeg’. Bij honkbal staat een mens alleen op een heuvel, bij basketbal neemt de sterspeler regelmatig de helft van de punten voor zijn rekening en bij American Football draait alles om de spelverdeler, de zogenoemde ‘quarterback’.

'Football is democratisch en kapitalistisch, terwijl soccer een Europese, socialistische sport is'

Rechts Amerika heeft zo’n hekel aan voetbal omdat het zijn populariteit dankt aan de tegenbeweging van zo’n vijftig jaar geleden, aan witte hippies die, inmiddels met kinderen, zich in de jaren zeventig vestigden in lommerrijke buitenwijken. Daar lieten ze hun kroost het Europese voetbal spelen. Waarom? Als je het aan rechts Amerika vraagt: omdat ze anti-Amerikanen zijn, vlaggenverbranders en zelfhaters. Vraag je het aan henzelf, dan zeggen ze: omdat we wilden dat onze kinderen iets anders gingen doen, iets Europees.

Iets wat minder militaristisch was dan football vooral. De manager van de Washington Diplomats, het team waar Cruijff zijn tweede Amerikaanse seizoen speelde, was zo blij met de Nederlandse superster omdat die bewees ‘dat een spichtig klein mannetje een supervedette kan zijn’.

De manager vertelde me dit jaren na het opdoeken van het team, toen ik een boek schreef over Cruijffs Amerikaanse jaren. Ik ontdekte toen ook dat Cruijff met lede ogen naar de non-competitieve houding keek die rond het voetballen in de VS hing, vooral bij ouders en de jeugd. Sommige jeugdcompetities hielden zelfs de doelpunten niet bij. Dat zou de geldingsdrang al te zeer aanjagen. ‘Ronduit belachelijk’, vond Cruijff.

De Braziliaan Pelé vond het juist heerlijk, die totaal andere voetbalcultuur. Toen hij na drie seizoenen afscheid nam van het publiek in New York (hij speelde voor de Cosmos) liet hij het hele stadion drie keer achter elkaar ‘love’ brullen. Beelden van de tribunes tijdens die afscheidswedstrijd tonen een soort Hair, The Musical. Ze brengen de kwalificatie ‘commie pansies’ in herinnering en ze brengen ons naar het surrealistische heden, waarin West-Europese landen willen dat hun aanvoerders One-Love-armbanden dragen terwijl in de eigen voetbalcultuur een stevig taboe rust op homoseksualiteit.

In Amerika is dat anders. De rode en witte banen van het bondschild van US Soccer zijn zelfs regelmatig in regenboogkleuren uitgevoerd, niet alleen in Qatar of uit protest. ‘Als bond willen we diversiteit vieren en promoten’, zei de voorzitter vorige week nog tegen The New York Times. Het Amerikaanse vrouwenteam, de regerend wereldkampioen, telt enkele openlijk lesbische spelers en de mannen die op de mondiale Gay Games het voetballen winnen, zijn in meerderheid Amerikaan.

Toch gaat het bij de animositeit jegens het woord ‘soccer’ in het Verenigd Koninkrijk niet in eerste instantie om seksuele geaardheid of linkse sympathieën. Klassenstrijd speelt een grotere rol, zo stellen de wetenschappers in hun boek over de strijd tussen football en soccer. Dat heeft te maken met de oorsprong van het s-woord. Die ligt in Oxbridge-kringen. Zo’n 150 jaar geleden ontstond het woord soccer als verbastering van het woord association football. Het was een tijd waarin de Britse elite allerlei woorden graag afkortte op ‘er’. Zo noemden studenten de Radcliffe Camera, een bibliotheek in Oxford, de ‘radder’, was rugby ‘rugger’, en het ontbijt niet ‘breakfast’ maar ‘brekker’.

Vanwege soccers elitaire herkomst kreeg het gebruik van het woord in Britse arbeiderskringen het aura van klassenverraad. Echte kerels spelen football. Bevestiging volgde aan de andere kant van de oceaan, waar soccer een sport voor meisjes en rijkeluiskinderen is.

Natuurlijk is voetbal in de VS van oudsher ook populair onder inwoners met Latijns-Amerikaanse wortels – en dat zijn er nogal wat in de VS. Maar dat verandert weinig aan de politieke connotatie van de sport. Simpeler gezegd: van de naar verwachting 25 miljoen Amerikanen die naar de achtste finales in Amerika zullen kijken (versus 112 miljoen die de jaarlijkse finale van het ‘football’ kijken, de Super Bowl) zal slechts een minuscuul deel op Donald Trump hebben gestemd. Voetbal? Of nee: soccer… De sport staat steevast ergens in een rijtje met havermoutmelk en elektrische auto’s. Kom daar eens om in Nederland.

In dit blog doet De Groene komende weken verslag van het WK in Qatar – verslag van mensenrechten, misstanden, het mediacircus en misschien soms voetbal.