Vulva versus moederschede

De seksuele voorlichting diene er primair op te zijn gericht ons te leren hoe de kindertjes niét ter wereld komen, zei Karl Kraus.

Dr. Becker, arts te Leipzig, auteur van het boek De Raadgever bij en na de Bijslaap (1809) dacht daar ander over, zoals blijkt uit het feit dat hij de vulva ‘de moederschede’ noemt. Een wat ouderwetse benaderingswijze wellicht, maar omdat de bijslaap van alle tijden is, leek het mij toch een gezellig boek voor het slapengaan.
Maar verkeer ik tot de doelgroep van dr. Becker, vastbesloten als ik ben mij niet meer voort te planten? Ik vrees van niet. Hij is van mening dat de seksuele omgang zich slechts mag voltrekken op het moment dat de vrouw het vruchtbaarst is. Al die andere stadia leiden wetmatig tot misgeboorte. 'Hoevele kindertjes, hoevele staatsburgers gaan jaarlijks voor het vaderland verloren, enkel en alleen omdat de echtgenoot zijn geslachtsdrift niet wist te beteugelen?’ Denk erom! Niet te veel! Zeker niet dagelijks, wellicht wekelijks en liever één keer per maand. 'De wellusteling wordt uiteindelijk met epilepsie bestraft.’
Vrouwelijke seksuele driften bestaan trouwens niet, leert ons dr. Becker. Kijk maar naar de dierenwereld. 'De kat spartelt tegen, krabt en bijt als de kater haar benadert.’ Zover hoeft het menselijk wijfje niet te gaan. Niettemin is de wellust het prerogatief van de man. De vrouw late het een en ander geduldig over zich komen. 'Vrouwelijk genotsvertoon schaadt zowel de vrouw als de man, die uiteindelijk impotent wordt, vervuld als hij is van afschuw voor een wezen dat nimmer het genot mag zoeken.’
Na de daad blijve de echtgenote enige tijd rustig liggen, bij voorkeur met gesloten benen. 'Elke onmiddellijk op de bijslaap volgende beweging (springen, lopen, het legen van de urinewegen of het darmkanaal) is, leert de ervaring, hoogst schadelijk voor de bevruchting.’ Ach ja, daar gaat het om, dat waren wij, promiscue grachtengordelseksmaniakken, tussen het bedrijven door bijna vergeten.
Rest de vraag: wanneer? ’s Morgens als het lichaam nog optimaal fris is. In elk geval niet na diner of souper. 'Het is zéér nadelig voor de bijslaap als deze zich voltrekt met een lichaam boordevol spijs en drank.’
Rest een tweede vraag: hoe? Kom nu, dat ligt voor de hand. Nee, zeker niet staande, hetgeen een onverantwoordelijke overbelasting van de spieren betekent, en nooit-en-te-nimmer in ruiterzit, 'omdat daardoor het binnendringen van het mannelijk lid in de moederschede onmogelijk wordt gemaakt’.
Aldus dr. Becker, arts, die zelf zo te lezen niet al te zwaar geschapen is geweest. Hij is tevens de uitvinder van de zogenaamde 'schaamtegordel’, de remedie tegen 'het overmatig genot van de bijslaap’ op de verkeerde momenten, bij de auteur te bekomen voor de prijs van één Louis d'or. Wij schrijven 1809. Schleiermacher stond op het punt hoogleraar te worden. Beethoven componeerde zijn strijkkwartet opus 74. Goethe schreef zijn Wahlverwantschaften. Von Kleist legde de laatste hand aan zijn Michael Kohlhaas.
Helemaal achterlijk was de mensheid toentertijd dus niet, maar in sexualibuis leefde men nog in de middeleeuwen.