TELEVISIE

Vurrukkulluk

Andere tijden / Tony

Geprezen de dag waarop wij van het Spinoza Lyceum het Famos-toernooi wonnen, Olympische Spelen voor Amsterdamse ‘middelbare scholen’ met, als in de Oudheid, naast sport ook muzische disciplines. We braken daarmee als jonge, sociaal gemengde school halverwege de jaren vijftig de hegemonie van de oude elite van Barlaeus en Vossius Gymnasium. In een evenement waar meer dan tienduizend scholieren in de kerstvakantie op af kwamen. Het jaar daarop ging het mis. Opeens liepen massa’s voorheen brave jongeren zomaar zingend over de rijweg van Leidsestraat, -plein en -bosje. Ongehoord. Dus kwam de politie en legde, vanuit motoren met zijspan, woedend en enthousiast de lat erover. De volgende dag herhaling. Nooit lees ik ergens dat toen en daar de eerste manifestaties plaatsvonden van een nieuw soort jongerencultuur die, vrolijk en onideologisch, het gezag uitdaagde. Waarbij geen van de partijen besefte dat het de generale repetitie betrof voor de woelige jaren zestig. Eerste dodelijk slachtoffer was het toernooi zelf: te gevaarlijk volgens stadsbestuur en organisatie.
Deze onthullende memoires dankzij Andere tijden, ter gelegenheid van het jubileum van Camperts Het leven is vurrukkuluk (1961), dat bibliotheekleden binnenkort cadeau krijgen. Aflevering en boek gaan over de 'scene’ rond het Leidseplein die zich door mode, jazzliefde, antiburgerlijkheid en vroegste blowpraktijk onderscheidde. Volgens Andere tijden de missing link tussen de komst van rock-'n-roll en the sixties. We zien even de oude Campert die een passage voorleest; dan de jonge Campert in wit pak, in Vondelpark en Américain; maar vooral zien we jongeren van toen, rokend als schoorstenen, dansend als dollen of ernstig luisterend naar ongehoorde muziek gespeeld door discipelen van Parker, Getz, Mingus. En we zien de bejaarden die ze nu zijn en horen hun herinneringen. De meisjes moesten om twaalf uur naar huis met de laatste tram en in portieken werd gevreeën. Aardig, maar opzienbarend is het allemaal niet.
Dat zijn wél fragmenten uit een tv-debat uit 1957 waarin Heren spreken over 'de jeugd van tegenwoordig’. Zo worden ze al een halve eeuw niet meer gemaakt, de hoofden, de kostuums en kapsels, het vocabulaire, de zinsbouw en geaffecteerde dictie. Opvallend dr. Saalborn, toenmalig rector van het Barlaeus, die een lans breekt voor scholieren die hij wel eens in café Reynders ontmoet en 'die niet exporteur van koelhuisboter maar mens willen zijn’. En pater Leopold Verhagen (in pij) die stelt dat de jeugd 'niet gegrepen maar begrepen’ wil worden. Die passages maken werkelijk voelbaar hoe anders en nieuw die Pleiners waren. Wat ons zou kunnen ontgaan omdat we, zoals Hans Goedkoop afsluitend formuleert, 'inmiddels allemaal in Partytown wonen’. En inderdaad: de heren uit mijn jeugd zijn als Verre Volken, terwijl de jonge Pleiners land- en tijdgenoten lijken.
Iets geheel anders. Ditteke Mensink kreeg toegang tot het Pieter Baan Centrum en filmde de observatieperiode van één gedetineerde. Observatie in het kwadraat want zowel gedetineerde Tony als de onderzoekende psychologen en psychiaters worden gewetensvol waargenomen. Op een studiedag van professionals zei staatssecretaris Teeven dat de film liet zien wat hij in meer dan vijftig dikke rapporten niet had gezien. Daar kan de kijker zich veel bij voorstellen. Langzaam ontvouwen zich de tragische biografie, de lange en heftige criminele carrière en de persoonlijkheid van de geobserveerde. Geleidelijk wordt duidelijk waar het in de observatie om draait. Zo droog als dat klinkt, zo adembenemend is het. En ook nog mooi vormgegeven. Nergens wordt de kijker voyeur.


Reinier van der Hout, Vurrukkulluk was die tijd, Andere tijden, NTR/VPRO, 22 okt., Nederland 2, 21.20 uur. Ditteke Mensink, Tony - een observatie in het Pieter Baan Centrum, Holland Doc, Human, 27 okt., Nederland 2, 22.55 uur