De paus in Brazilië

Vuurdoop voor Franciscus

Zijn bezoek aan de Wereldjongerendagen in Brazilië deze week is de vuurdoop voor de eerste Latijns-Amerikaanse paus uit de geschiedenis. Is Franciscus inderdaad de sociale hervormer die hij lijkt?

Omgebouwde bioscopen in grote steden als Buenos Aires, São Paulo en Mexico-Stad zijn de zichtbare symbolen van het gevaar dat de katholieke kerk bedreigt. Ze zitten allemaal stampvol met nieuwe aanhangers van de Pinkster­gemeente, de kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen oftewel de Mormonen, Jehova’s Getuigen en tientallen andere kerken en sekten van evangelische oorsprong.

Latijns-Amerika herbergt de helft van alle katholieken in de wereld, maar die positie wordt rap ondermijnd. In Brazilië en Mexico, de twee grootste katholieke landen van de wereld, noemde 25 jaar geleden negentig procent van de bevolking zich katholiek, nu is dat nog maar twee derde. Als de trend zich voortzet is het rooms-katholicisme hier binnen een jaar of dertig een religieuze minderheid. Dezelfde snelle afkalving van de aanhang is te zien in andere landen in de regio, met name in Midden-Amerika.

Dat beseffen ze in Rome natuurlijk als de beste. Het ‘continent van de hoop’, zoals de laatste pausen Latijns-Amerika niet voor niets noemen, is zelfs van vitaal belang voor het overleven van de katholieke kerk. Maar de wijze waarop Johannes Paulus II en Benedictus XVI de gelovigen binnenboord probeerden te houden, heeft vooral averechts gewerkt.

De Poolse paus genoot een enorme persoonlijke populariteit, maar achter zijn façade van charmerende bezoeker die iedereen in zijn eigen huis kwam opzoeken ging de architect van een tweede contrareformatie schuil. Hij verving systematisch alle progressieve kardinalen en bisschoppen, met als gevolg dat de kerk in Latijns-Amerika nu een oerconservatief bolwerk is. Onder zijn Duitse opvolger werd het er niet beter op. De vijf dagen die Benedictus XVI in mei 2007 in Brazilië doorbracht kregen het karakter dat sceptici van tevoren al voorspelden: een kruistocht om duidelijk te maken dat spelingsvrijheid onder deze paus ondenkbaar was.

Wat populariteit betreft kon de stuurse Benedictus nergens wedijveren met zijn voorganger Johannes Paulus II, maar in Latijns-Amerika had hij de nodige rekeningen openstaan. Als hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer (voorheen de Inquisitie) verwierf kardinaal Joseph Ratzinger de bijnaam ‘Gods rotweiler’, vanwege de wijze waarop hij populaire stromingen als de bevrijdingstheologie met wortel en tak uitroeide. De ‘zuivering’ van de Latijns-­Amerikaanse kerk na de door het tweede Vaticaans Concilie veroorzaakte ideologische losbandigheid waren ze in de regio nog niet vergeten.

In Brazilië toonde Benedictus zijn aloude oerconservatieve gezicht van de ‘Panzerkardinal’ door vrijwel uitsluitend te hameren op verboden zaken als abortus en condooms. ‘Als de officiële boodschap van het Vaticaan voor de regio zo autoritair blijft, zo dogmatisch en vreemd aan de sociale, economische en menselijke realiteit, zal niemand in staat zijn de terugloop van het katholicisme in dit deel van de wereld te stoppen’, schreef een Mexicaanse krant.

Bij de opening van de Latijns-Amerikaanse bisschoppenconferentie (Celam) in het bedevaartsoord Aparecida sloeg Benedictus de plank serieus mis met zijn bewering dat de kerstening van de indianen in de Nieuwe Wereld nooit een kwestie van dwang is geweest: ‘De komst van Jezus en van zijn Evangelie veronderstelde op geen enkel moment een vervreemding van de precolumbiaanse culturen, en is nooit het opleggen van een vreemde cultuur geweest.’ Daarmee vervalste de intellectueel Ratzinger de geschiedenis wel erg opzichtig, want het christendom is er in Latijns-Amerika letterlijk te vuur en te zwaard ingeslagen. Het was niet alleen onwaar wat hij zei, maar ook publicitair onhandig, want het zijn vooral de inheemse gemeenschappen (Guatemala, Zuid-Mexico, Bolivia, Ecuador) die zich de laatste jaren massaal van het katholicisme afwenden. In veel gevallen was de acceptatie van het christendom voor de indianen slechts een oppervlakkige zaak om vervolging te voorkomen, en bleven zij in het geheim hun oude goden trouw.

Benedictus toonde ook een volledige onderschatting van de politieke trend in de regio. Terwijl ook zijn ‘eigen’ katholieken in vrijwel alle landen linkse leiders kozen, sprak hij op locatie zijn bezorgdheid uit over de ‘nieuwe autoritaire regeringen’. Dat waren niet echt teksten om de tanende populariteit van Rome op te krikken, hoewel aan de woorden van een paus misschien ook niet te veel gewicht moet worden toegekend. ‘Mensen huilen bij het zien van de paus, niet bij het luisteren naar hem’, zei de Braziliaanse socioloog Gomes da Silva tijdens het bezoek van Benedictus. ‘Ze komen van heinde en verre om zijn zegen te ontvangen, niet om les van hem te krijgen.’

Benedictus belichaamde voor veel katholieken in Latijns-Amerika de arrogantie van Rome en de kerk als de enige patenthouder van de waarheid. De nieuwe Argentijnse paus Franciscus lijkt goed begrepen te hebben dat zo’n opstelling niet ‘scoort’. Daarom heeft hij ervoor gekozen om eerst en vooral het imago van de leider van de kerk zelf aan te passen. De chagrijnige Duitser voor wie elke glimlach een enorme krachtsinspanning leek te kosten heeft plaats­gemaakt voor een joviale, breed lachende man met volkse liefhebberijen als voetbal en tango. Jorge Mario Bergoglio probeert de paus ‘menselijker’ te maken door het pompeuze te negeren, van het protocol af te wijken.

De keuze van de naam Franciscus is door velen beschouwd als een programmaverklaring. De kerk moet de kerk van de armen zijn en de beleden solidariteit met hen dient ook van de kerkleiders zelf af te stralen. Dus neemt hij niet zijn intrek in het pauselijk appartement in het apostolisch paleis, maar blijft hij slapen in een simpele kamer in het ‘hotel’ van het Vaticaan. Hij rijdt in eenvoudige auto’s en eist dat ook de kardinalen hun gebruikelijke dikke Mercedessen aan de kant zetten. Dat moet meteen de populaire Romeinse grap ontkrachten dat kardinalen die auto’s gratis en voor niks krijgen, dat ze er alleen maar voor hoeven bidden, zoals in de beroemde song van Janis Joplin: ‘Oh Lord, won’t you buy me a Mercedes Benz.’

Het kan natuurlijk heel wel een prima georganiseerde pr-campagne zijn, onderdeel van zijn strategie om het kerkvolk voor zich te winnen, want ideologisch zijn er na de eerste honderd dagen weinig veranderingen. Maar zijn die wel te verwachten gezien het verleden van Bergoglio? Sommige kenners zijn gematigd optimistisch. Volgens de Zwitserse theoloog Hans Küng, een van de vaste mikpunten van de conservatieve top in Rome, zal Franciscus geen revolutie in het Vaticaan ontketenen maar langzaam hervormingen doorvoeren. Hij vergelijkt de Argentijn zelfs met Gorbatsjov.

Maar ondanks zijn glimlach en zijn solidariteit met de armen is Bergoglio binnen de Latijns-Amerikaanse context een uitgesproken conservatief, net als vrijwel al zijn voormalige collega-kardinalen. Het ligt niet voor de hand dat hij zal inbinden op de stokpaardjes van de kerk, zoals het bestrijden van homoseksualiteit, abortus, euthanasie. Als aartsbisschop van Buenos Aires was hij mede-opsteller van het slotdocument op de Latijns-Amerikaanse bisschoppenconferentie in Brazilië in 2007. Dat betekent dat hij niet ver van Benedictus af stond.

Bergoglio was een van de leiders van de meest conservatieve vleugel van zijn Jezuïetenorde en deed eind jaren zeventig zelfs in Rome zijn beklag over de overste van de orde, de Spanjaard Pedro Arrupe, die naar zijn mening ‘een marxist’ was. Dat was het ergste scheldwoord in de jaren van de militaire dictatuur in zijn eigen land, een periode waarop de Argentijnse kerk niet bepaald met trots kan terugkijken. En als voorzitter van de Argentijnse bisschoppenconferentie greep hij, net als de kardinalen elders, niet in wanneer er gevallen van seksueel misbruik van minder­jarigen door priesters aan het licht kwamen.

Argentijnen die Bergoglio van nabij hebben meegemaakt, omschrijven hem als iemand met goede manieren, maar spijkerhard tegen zijn tegenstanders. Hij regeerde zijn eigen kerkprovincie met ijzeren hand, en voerde de laatste jaren als een soort zelfbenoemde oppositieleider een agressieve oppositie tegen de presidenten Néstor en Cristina Kirchner. Zijn preken en toespraken pasten niet bepaald bij die vriendelijke glimlach die we nu zien. Bergoglio noemde euthanasie ‘demografisch terrorisme’. Het homohuwelijk was ‘een vuige list om het plan Gods te ondermijnen’ en ‘een streek van de vader van de leugen om de kinderen Gods te verwarren en bedriegen’. Hij liet alle priesters vanaf de kansel een oproep voorlezen om mee te doen aan een demonstratie tegen de wet die het homohuwelijk legaliseerde. Abortus was ‘de hoeksteen van de cultuur van de dood’. Hij waarschuwde alle ouders: ‘Er zijn duizenden moeders die hun kinderen vermoorden; pas maar op, over een paar jaar nemen ze een wet aan die kinderen de vrijheid geeft hun ouders te vermoorden.’

Aardig detail: Bergoglio was niet alleen aartsbisschop van Buenos Aires, hij droeg sinds zijn promotie tot kardinaal ook de eretitel van San Roberto Belarmino. Deze jezuïet leidde als hoofdinquisiteur het proces tegen Giordano Bruno die in 1600 op de brandstapel omkwam, en was de ondervrager tijdens het proces tegen Galileo Galilei.

Paus Franciscus moet om te beginnen het Vaticaan uitmesten, want de erfenis van Johannes Paulus II en Benedictus XVI is een zee van schandalen, met name rond de duizenden pedofiele priesters en de duistere financiële praktijken. Als hij een echte hervormer wil zijn, zal hij eerst de curie moeten aanpakken, het machtige bestuursapparaat van het Vaticaan. Hij was niet hún kandidaat. Twee van de machtigste mannen in Rome, de kardinalen Sodano en Bertone, wilden een Italiaan als paus, opdat vooral alles zou blijven zoals het was. Precies om dat te verhinderen koos de meerderheid de ‘ver-weg-kardinaal’ Bergoglio. Die buitenstaander zal ongetwijfeld op hevig verzet stuiten van al die mannen die al jaren de dienst uitmaken in het Vaticaan. Maar volgens de Argentijnen die hem van dichtbij meemaakten staat hij op zijn strepen. Hij drukte altijd zijn eigen mening door en duldde geen enkele inbreuk op de discipline.

De Wereldjongerendagen in Rio de Janeiro zijn de vuurdoop voor de eerste Latijns-Amerikaanse paus. Franciscus heeft aangekondigd dat hij de gepantserde pausmobiel thuis laat en dat een eenvoudige open jeep goed genoeg is voor hem. De Braziliaanse autoriteiten zijn daar niet zo gecharmeerd van, gezien de golf van demonstraties in het land en de vuurkracht van de criminelen. De ironie is dat Rio de Janiero voor de man die het allemaal simpel wil houden de grootste politieoperatie in de geschiedenis van de stad op touw zet.

De ontmoeting met de mondiale jeugd, ooit geïntroduceerd door Johannes Paulus II, is een kostbare aangelegenheid. De deelnemers zijn bepaald niet de armsten: ze betalen tussen de vijftig en driehonderd dollar, afhankelijk van hoeveel dagen ze meedoen. Dat is voor Latijns-Amerikaanse jongeren veel geld. Voor de belangstellenden van elders komt daar nog een duur vliegticket naar Brazilië bovenop. Het vierdaagse feestje kost de overheid minstens vijftig miljoen dollar aan veiligheidsvoorzieningen. Een verzoek van de organisatoren om hun tekorten van dertien miljoen aan te zuiveren is resoluut afgewezen. Het is afwachten of de jongeren van het continent van de hoop massaal naar Rio zullen trekken om hun nieuwe paus te zien.