Waakzaam, dienstbaar en racistisch

‘Er sluipt een gif onze organisatie binnen. Het gif van uitsluiting’, schreef korpschef van de nationale politie Gerard Bouman afgelopen februari in een uitgelekte interne blog. Racistische kleinering van collega’s, etnische profilering van islamitische burgers – politieagenten maken zich er volgens Bouman steeds vaker schuldig aan.

Medium commentaar 25 2015 politie

Paul Mutsaers van de Tilburg University deed zes jaar onderzoek bij de politie in Amsterdam, Bergen op Zoom en Tilburg. In zijn vorige week verschenen werk concludeert ook hij dat discriminatie binnen en door de politie een groot probleem is. Gek genoeg reageerde Bouman allesbehalve instemmend op het onderzoek. Van ‘stelselmatig etnisch profileren of discrimineren binnen en door de politie’ is geen sprake, stelt hij in een persbericht. ‘Diverse wetenschappelijke onderzoeken onderbouwen die conclusie.’ Navraag leert dat Bouman drie onderzoeken bedoelt. Twee daarvan, Etnisch profileren in Den Haag? (2014) en Contrasterende beelden (2014), oordelen inderdaad genuanceerd over de politie. Alleen: deze twee onderzoeken beperken zich tot het Haagse politiekorps. Het derde onderzoek, Proactief handhaven en gelijk behandelen (2012), oordeelt eveneens mild over de politie, maar ook dit onderzoek is van bescheidener schaal.

Je zou denken: Bouman en Mutsaers, die hebben elkaar gevonden. Waarom probeert Bouman dan het werk van Mutsaers te ondermijnen met kleinere onderzoeken? Omdat de politie nooit publiekelijk aantijgingen van discriminatie erkent. In een interne blog klagen over het gif discriminatie dat het politiewerk verziekt? Dat is mogelijk. Maar concludeert bijvoorbeeld Amnesty International (2013) dat de politie etnisch profileert, dan noemt de nationale politie dat een ‘aanname’ die ‘ongegrond en onjuist’ is. De rijen moeten gesloten blijven, zelfs wanneer er kritiek geleverd wordt die intern wordt gedeeld.

Uiteraard is de politie niet een bende racisten. Maar...

Uiteraard is de politie niet een bende onverbeterlijke racisten. Maar nu hebben we nota bene een korpschef die zich grote zorgen maakt over toenemende intolerantie door de politie. Zorgen die door onderzoekers gedeeld worden. Bij elkaar reden genoeg om die zorgen bloedserieus te nemen. En hoe neem je ze serieus als politie? In ieder geval niet door onwelgevallig onderzoek te bagatelliseren. Eerder door meer verplichtende maatregelen te overwegen. En daarmee bedoel ik niet een lesmodule ‘multi-cultureel vakmanschap’. Ik bedoel maatregelen die werkelijk kunnen voorkomen dat agenten hun boekje te buiten gaan.

Volgens Mutsaers heeft de toegenomen handelingsvrijheid van agenten discriminerend gedrag in de hand gewerkt. Ze mogen te veel naar eigen inzicht optreden. Een manier om dit te remmen is het ‘stopformulier’. Daarin noteren agenten waarom ze iemand hebben aangehouden en wat zijn/haar etniciteit is. Analyse van die gegevens – hoeveel aanhoudingen leiden tot een zaak of worden geseponeerd? – maakt duidelijk of agenten te vaak tot etnisch profileren overgaan. Discriminerend gedrag is daarmee makkelijker te corrigeren.

Goed plan, zo’n stopformulier. Ook de nationale politie zag er aanvankelijk wel wat in. Er was de intentie om er na de zomer mee te experimenteren in Tilburg. Maar plotseling krabbelde de politie terug. Van een voorgenomen experiment was opeens geen sprake meer. Waarom deze draai? Bang dat de stopformulieren zullen onthullen hoe diep ‘het gif’ de politieorganisatie is binnengeslopen? Wat de reden ook is, het haalt de bodem weg uit Boumans blog van afgelopen februari. Bezorgd vertelt hij over een politie die ‘geen verbinding, maar repressie uitstraalt’. Hij wil een politie voor iedereen zijn en roept zijn agenten op zich daarnaar te gedragen. ‘Binnen en buiten.’ Klinkt nobel, maar zonder regels die dit soort correct gedrag van agenten kunnen afdwingen is het niet meer dan holle retoriek.