FILM Encounters at the End of the World

Waanzin in de ijswereld

De vragen die Werner Herzog stelt in Encounters at the End of the World hebben een scherp randje van absurdisme en ironie, maar ze zijn óók gedoopt in eerlijkheid en hartstocht. Waarom zijn we zo lief voor natuur- en dierenactivisten terwijl niemand zich bekommeren over het verdwijnen van de allerlaatste sprekers van een taal?

Waarom buit een chimpansee de ogenschijnlijk onderdanige dieren om zich heen niet uit, bijvoorbeeld door op een zebra te springen en de zonsondergang tegemoet te rijden? Kunnen pinguïns gek worden? Als de mens in de toekomst uiteindelijk is uitgestorven – een scenario dat talloze wetenschappers inmiddels als een voldongen feit beschouwen – komen er dan buitenaardse archeologen onderzoek instellen, komen ze dan kijken wat voor werk we deden, ooit op de Zuidpool?

Antarctica is de setting van Herzogs documentaire. Toch heeft de regisseur evenveel aandacht voor de wetenschappers in het morsige onderzoeksstation McMurdo, stuk voor stuk geniale freaks, als voor de vulkanen en uitgestrekte, witte landschappen en pinguïns en ijsberen en allerlei vreemde wezens onder de ijszee. Het gaat Herzog niet om de pracht van de natuur, maar om de ziel van de mens.
Tussen alle buitenissige vragen die Herzog zelf stelt, rijst ook een andere vraag, namelijk waarom de maestro zelf niet in beeld komt? Immers, hij is zo nadrukkelijk aanwezig als verteller, met zijn kenmerkende, zwaar Duitse accent, dat het nogal stoort dat we hem niet zien. Een gemiste kans. Het is altijd spannend wanneer Herzog in beeld verschijnt, hetzij als doel voor een met een windbuks schietende onbekende in Amerika tijdens opnames voor een BBC-interview, hetzij als acteur in experimentele films als Julian Donkey-Boy (Harmony Korine, 1999). Hertzog tussen de waanzinnige pinguïns was zeker de moeite waard geweest.
Nu horen we hem alleen maar. Vol passie beschrijft hij wat we zien, en dat mondt halverwege de film uit in een essentieel moment: drie pinguïns, alleen op het grote scherm, alleen op de ijsvlakte, lopen naar waar er eten is. Eén van hen blijft plots staan. Hij wacht totdat de anderen uit beeld zijn verdwenen. Dan kiest hij een andere richting, op naar onherbergzame gletsjers in de verte waar hij, zo vertelt een wetenschapper, zonder twijfel de dood zal vinden. ‘Waarom?’ hoor je Herzog vragen. Maar het gaat hem niet om het dier; die pinguïn is een metafoor. Vervreemding en waanzin in de ijswereld – dat wil Herzog uitbeelden. Wat doen die freaks in McMurdo? En: wat zoeken wij op deze aarde? Wij, zelfdestructieve wezens. (En het kan niet anders; wie goed kijkt, of wie op een zekere manier wil kijken, ziet hem als een geest in de film: Kinski, de maniakale Kinski, vriend en alter ego van Herzog.)
Herzog vindt antwoorden het beste in extreme omstandigheden. Hij fotografeert het landschap op poëtische wijze, zoekend naar schoonheid in vorm. Hij gebruikt net als in bijvoorbeeld Heart of Glass (1976) afwisselend ontregelende en lyrische muziek om de kijker te overweldigen, en hem tot nadenken te stemmen over de menselijke aard.
Over de vooruitgang in de moderne wereld toont Herzog zich negatief, soms sarcastisch. ‘Menselijk avontuur is alle betekenis kwijtgeraakt,’ zegt hij, ‘en ik wacht op de eerste mens die Antarctica binnen hopt op een pogostok.’
Humor, wanhoop, melancholie, eenzaamheid en schoonheid vormen afwisselend de toon in Encounters at the End of the World. Het is een prachtige film, diep spiritueel, door en door menselijk en uiteindelijk volslagen inspirerend.

Te zien vanaf 11 juni