Toneel

Waanzin met een systeem

Alle mannen gevallen. Actrice Sacha Bulthuis wandelt langs ze. En spreekt ze toe. Via de taal van Gerardjan Rijnders, die haar bij toneelgroep De Appel regisseerde in een museum vol beelden aan zee.

Ze is in het begin ver weg van ons. Lot, een vrouw die van de museumdirecteur na sluitingstijd door de beeldencollectie mag dwalen — ze kan niet tegen museummassa’s. Ze praat aanvankelijk wat kifterig tegen de beelden, óver de beelden, over wat ze moeten voorstellen: «Mag ik zeker zelf weten/ Zelf invullen/ Waarom?/ Ik laat me niet dwingen/ Niks stelt het voor/ Is een hoop steen/ Een berg ijzer.» We zien haar uit de verte, horen haar wel. Op het moment dat ze ons nadert, verandert de toon van haar vertelling. Ze herinnert zich een ervaring die «spartelend, zwaaiend, maaiend» was. Een beroerte, een verkrachting? In ieder geval zat er een ziekenhuisopname aan vast.

Beroerd of de vergeten medeminnaar is een bijna-monoloog, te danken aan het feit dat Gerardjan Rijnders sinds twee jaar «vrij man» is, ongebonden door het theaterlandschap dwaalt en zijn geestverwanten in de kunst voor het uitzoeken heeft. In dit geval zijn dat Lida en Theo Scholten, die een beeldenmuseum leiden verzonken in een Schevenings duin. En Appel-actrice Sacha Bulthuis, een vrouw met een dampkring om zich heen, een actrice die iedere ruimte kleiner maakt omdat ze zelf groot en groots is. Van de zevenhonderd beelden uit de collectie van het museum Beelden aan Zee koos Gerardjan Rijnders er tachtig, allemaal mannen. In samenspraak met vormgever Marc Warning legde hij de gebeeldhouwde mannen op de vloer, de zwaarste op autobanden. Sacha Bulthuis zwerft er iedere avond tussen kwart over acht en kwart over negen langs, mijmerend, pratend, jankend, schreeuwend, achtervolgd door Aus Greidanus, plaaggeest, mannelijk alter ego, exponent van de mannen in het leven van Lot; een bedenksel van haar, de dood?

Beroerd is zowel kristalhelder als raadselachtig. Waanzin met een systeem. We mogen schijnbaar een uur (haar laatste?) in het hoofd van Lot kijken. Haar man komt voorbij, haar gestorven zoon, een vluchtige ontmoeting met een man in een lift die ze pijpt («Deed ik gewoon/ Keurig Haags vrouwtje of niet»). Alles gespeeld in een berekenende vorm van emotionaliteit, nergens sentimenteel. En vol met scherpe, hilarische uithalen die onweerstaanbaar op de lachspieren werken. De tekst is in zoverre «typisch Rijnders» dat hij een collage vormt van anekdotes en observaties van de auteur en flarden van gesprekken die hij met de actrice voerde voor hij begon te schrijven. Maar, en ook dat is «typisch Rijnders», het is geen ballenbak van toevalligheden, het is een ijzersterke constructie, een woord-film die Lot in het aangezicht van de naderende dood (of een volgende beroerte) aan zichzelf en ons voorbij laat trekken.

De tekst is uitgegeven als een soort catalogus van de tentoonstelling De mannen van Gerardjan Rijnders. En ook daaruit blijkt dat de regisseur en zijn muze elkaar mooi in balans houden: voor het lichtelijk pathetische slot dat de auteur achter zijn schrijftafel bedacht, vonden ze een oplossing die oneindig veel mooier is, in wankel evenwicht — letterlijk — met de tentoonstelling. Ik zal dat slot hier niet verklappen — het is, in zijn effectieve eenvoud, gewoon té mooi voor woorden.

Beroerd of de vergeten minnaar, tot en met 29 maart (zondag 23 maart matinee om 14.00 uur) in museum Beelden aan Zee, Harteveldstraat 1, Scheveningen (iets voorbij het Kurhaus, richting Kijkduin). Reserveren: 070-3502200. Catalogus: vijf euro. www.toneelgroepdeappel.nl