Toneel: ‘Plattegrond van de kunst en omstreken’

Waar ben je?

Medium toneel
V.l.n.r. Czeslaw de Wijs, Margijn Bosch en op de voorgrond Vincent van den Berg in Plattegrond van de kunst en omstreken © Jorn Heijdenrijk

Wanneer een toneelspeler in een ruimte waar toneel wordt gemaakt (repetitielokaal, podium) vraagt ‘Waar ben je?’ werkt dat als een vliegwiel voor de verbeelding. Waar fantaseer je nu te zijn? Waar gaan we heen? Of gewoon – nou ja, gewoon – waar ben je? Welke deur van jouw, van jullie geschiedenis wil je openmaken? De vraag valt vaak in de sober ingerichte ruimte waar Vincent van den Berg, Margijn Bosch en Czeslaw de Wijs van ’t Barre Land hun voorstelling Plattegrond van de kunst en omstreken spelen. Waar ben je? Toneel als ruimte van herinnering. Waar een overmoedige kinderfantasie zich mengt met het beeld van de toneelspeler als jonge kunstenaar. Kijken naar een dienstmeisje in een deurenklucht op een zwart-wit-teeveetje en denken: dat kan ik ook. Nog precies weten hoe je ooit onder een toeschouwerstribune vandaan kroop, omdat daar je eerste opkomst was in Voorjaarsontwaken.

Drie toneelspelers kijken terug naar hoe het begon. Ze mengen beelden uit hun jeugd met teksten die nu worden omarmd. Over de poes van Samuel Falkland/Herman Heijermans en haar vier verse ‘blinde en leelijke kopjes die gulzig kruipen naar de tepels’. Ze verdwalen speels in Goethe’s voorspel in het theater voor Faust: ‘Hoe maken wij dat alles nieuw en fris/ en tevens zinrijk en aantrekkelijk is?’ Of ze herinneren zich een cruciale scène uit die speelfilm over een toneelfamilie. Ze stellen zich voor aanwezig te zijn in de drukkerswerkplaats van Hendrik Werkman (De Ploeg) waar de titel en het affiche van vanavond naar verwijzen. Zo leeg als de ruimte is, zo vol is de blokhut van het archief in hun hoofden. Ze koesteren hun vertellingen als teruggevonden speelgoed. En het is een godsgeschenk om naar ze te luisteren. Omdat alles zo aanraakbaar is, zo dichtbij. Tot aan de al lang gestorven barman van het al lang gesloopte, zo vaak bezochte toneelcafé aan toe.

Bijna langs de neus weg maken we vanavond opnieuw kennis met een stuk uit 1891, Frühlings Erwachen, over ontluikende seksualiteit bij voorgelogen jongeren. Een tekst die er zo vaak is geweest, op keerpunten in de toneelgeschiedenis van de afgelopen 125 jaar. De gecensureerde wereldpremière door Max Reinhardt in Berlijn in 1906, vijftien jaar na de eerste publicatie van de tekst, die al voelde als een stuitbevalling. De oefening in karigheid van Peter Zadek in 1965 in Bremen met Bruno Ganz, één jaar later met Nederlandse toneelspelers (waaronder Joop Admiraal) herhaald. En in 1988, toen de acteurs van vanavond Wedekind op een tribune speelden, met in hun oren een enthousiast joelend voetbalpubliek dat buiten een Europees kampioenschap vierde.

Toen ik door de vrieskou naar huis fietste, neuriede iets in mijn kop (een poes die jongen werpt? een knaap zonder hoofd?) een regel Annie Schmidt: ‘Ik zou je ’t liefste in een doosje willen doen/ en je bewaren, héél goed bewaren!’ Maar dat kan niet met toneel.

Mis dit derhalve niet!


Plattegrond van de kunst en omstreken door ’t Barre Land, 16 en 17 maart Toneelschuur Haarlem, 23 en 24 maart Monty Antwerpen; barreland.nl