De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Corona: Een bedreiging voor de euro

Waar blijft de reddingsboei?

De Covid-19-crisis vraagt om Europese solidariteit, maar de Nederlandse regering blijft dwarsliggen. De halsstarrigheid van Mark Rutte en Wopke Hoekstra brengt het voortbestaan van de muntunie in gevaar.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Brussel, 26 maart. David Sassoli, voorzitter van het Europees Parlement, tijdens een videoconferentie met EU-leiders over de coronacrisis © Council / PE / Isopix

Tijdens een crisis schijnt de ware aard van mensen naar boven te komen. Als dat cliché ook voor landen geldt, dan logenstraft Nederland de optimistische overtuiging dat in moeilijke tijden solidariteit de boventoon voert. Weliswaar vertelt de nieuwste overheidscampagne dat we corona ‘alleen samen’ kunnen bestrijden, die saamhorigheid reikt voorlopig niet verder dan de eigen grens. Natuurlijk kijken we met afgrijzen naar de humanitaire ramp die zich afspeelt in Italië, tonen we medeleven met slachtoffers en nabestaanden, maar zodra economische steun ter sprake komt geven we niet thuis. Dan is het ‘eigen huishoudboekje eerst’.

Dat was in ieder geval het signaal dat premier Mark Rutte en minister van Financiën Wopke Hoekstra afgaven tijdens het Europese crisisberaad afgelopen week. Terwijl de meeste regeringsleiders doordrongen leken van de noodzaak van een krachtige gezamenlijke respons, wekte Nederland wrevel door dwars te liggen.

Misschien mag het geen verbazing wekken. De vorige keer dat de eurozone een existentiële crisis doormaakte, was Nederland ook niet te betrappen op enig mededogen. De Grieken hadden er zelf een puinhoop van gemaakt, dus moesten ze nu op de blaren zitten, was destijds de teneur. Dat het bezuinigingsbeleid veel Grieken in bittere armoede stortte, was van ondergeschikt belang. Dit moest een waarschuwing zijn voor andere landen: denk niet dat je ongestraft kunt potverteren. Denk niet dat je mede-lidstaten je zomaar te hulp schieten. Toenmalig minister Jeroen Dijsselbloem vatte het ondiplomatiek samen in zijn gewraakte uitspraak: ‘Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven om u vervolgens om bijstand te vragen.’

Even leek het erop alsof Hoekstra zich ditmaal wat coulanter zou opstellen. ‘In een situatie zoals nu, die zo uitzonderlijk is, moet je zij aan zij gaan staan met de Italianen’, zei hij half maart aan tafel bij Buitenhof. ‘Je moet de flexibiliteit bieden die men daar nodig heeft om de economie zo goed mogelijk overeind te houden.’ Maar wie dacht dat deze mooie woorden een voorbode waren van onbaatzuchtige daden, kwam al snel bedrogen uit. Tijdens de videovergadering van de eurogroep gaf Hoekstra zijn collega’s duidelijk te kennen dat hij niet van plan was om af te wijken van de stringente lijn van zijn voorgangers.

Op de agenda stond het voorstel om noodlijdende landen te hulp te schieten via het Europees Stabiliteitsmechanisme (esm). Dat permanente noodfonds, met 410 miljard euro in kas, werd opgericht in de nasleep van de eurocrisis, om lidstaten die in acute financiële problemen verkeren een reddingsboei te kunnen toewerpen. Voor situaties zoals deze, zou je denken.

Het probleem is alleen dat er strenge voorwaarden verbonden zijn aan de hulp. Elke lidstaat die aanklopt bij het esm kan worden onderworpen aan een strikt regime van hervormingsmaatregelen. Dat jaagt hulpbehoevende landen angst aan, omdat ze bij Griekenland hebben gezien hoe desastreus zulke opgelegde bezuinigingen kunnen uitpakken. Veel eurolanden, Spanje en Italië voorop, willen de criteria daarom tijdelijk versoepelen. Deze crisis is immers niet het gevolg van verkwistende regeringen of roekeloze bankiers, maar van een virus dat de hele wereldeconomie platlegt. Dit is overmacht.

Hoekstra keek daar toch anders tegenaan. Hoe kan het, vroeg hij zich af, dat landen als Nederland en Duitsland de afgelopen jaren wél financiële buffers hebben opgebouwd, terwijl de landen die nu als eerste om hulp vragen daar kennelijk niet in zijn geslaagd? Het is dezelfde schuld-en-boete-retoriek die we kennen van de eurocrisis. Zuidelijke lidstaten zouden hun huiswerk niet hebben gedaan en vervolgens het handje ophouden bij de regeringen die braaf hebben gespaard. Toen waren het de luie Grieken, nu de ongedisciplineerde Italianen. Hoekstra ontpopt zich in rap tempo tot de nieuwe Dijsselbloem, de man die in Zuid-Europa nog altijd wordt verafschuwd.

Terwijl zijn vraag vrij eenvoudig te beantwoorden valt. De reden dat de mediterrane economieën nauwelijks vlees op de botten hebben, is dat ze door Brussel op dieet zijn gezet. Bezuinigen was de afgelopen jaren het devies van de budgettaire haviken. Voor Italië en Spanje maakte dat het alleen maar lastiger om hun economische herstel aan te jagen, laat staan dat ze ruimte hadden om buffers op te bouwen. Hun kwetsbare positie heeft meer te maken met de scheve monetaire machtsverhoudingen binnen de eurozone dan met nationaal wanbeleid. Juist het gebrek aan Europese solidariteit tijdens de vorige crisis heeft ervoor gezorgd dat de ‘zwakke’ broeders bij deze nieuwe tegenslag niet sterker staan.

Vooralsnog is de Europese Centrale Bank de enige instantie die handelt in gemeenschappelijk belang. De ecb lanceerde een Pandemic Emergency Purchase Programme van maar liefst 750 miljard euro. Bij eerdere opkoopprogramma’s gold de beperking dat de ecb niet meer dan een derde van de staatsschuld van een lidstaat op de balans mocht hebben. Maar in deze uitzonderlijke situatie besloot de ecb de beperkingen op te heffen. ‘Onze toewijding aan de euro kent geen grenzen’, liet ecb-president Christine Lagarde weten.

Het kabinet zegt te vertrouwen op experts, maar slaat het advies van economen in de wind

Maar Lagarde begrijpt dat het monetaire verruimingsbeleid enkel effect heeft als dat gecombineerd wordt met stevig stimuleringsbeleid vanuit de overheden. Vandaar dat ze voorstander is van ‘eurobonds’. Eurobonds zijn collectieve schuldpapieren: obligaties namens de gehele eurozone. Nu leent ieder land apart op de kapitaalmarkten en dat zorgt voor uiteenlopende rentes. Waar de Duitsers gratis geld kunnen lenen, is dat voor Italianen een stuk prijziger. De financiële markten hebben immers meer fiducie in de robuustheid van de Duitse economie dan in de kredietwaardigheid van Italië.

De discussie over de eurobonds is bepaald niet nieuw. Al sinds de creatie van de gemeenschappelijke valuta gaat het over de weeffouten en instrumenten om die te corrigeren. Landen in de muntunie hebben hun soevereiniteit over monetair beleid vrijwillig opgegeven, zou het dan niet redelijk zijn om de risico’s te spreiden? Zijn transferbetalingen niet onvermijdelijk? Bij economische tegenspoed treden dit soort vraagstukken opnieuw op de voorgrond. Tijdens de eurocrisis klonken er al pleidooien voor de ‘europeanisering van de staatsschuld’. En vorige week ondertekenden negen regeringsleiders een brief aan EU-voorzitter Charles Michel waarin ze aandringen op eurobonds: ‘We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een effectief en verenigd Europees antwoord’, schreven ze.

Het laat zich raden wie de felste tegenstander is. ‘Onder geen enkele omstandigheid’ zou Nederland instemmen met eurobonds, verklaarde Mark Rutte. Ook Angela Merkel is niet happig op het idee. Geredeneerd vanuit nationale belangen is hun gebrek aan enthousiasme verklaarbaar: de rente op en aflossing van eurobonds zou een extra kostenpost betekenen. Nederland en Duitsland, landen die constant hameren op begrotingsdiscipline, vrezen bovendien dat minder hervormingsgezinde lidstaten de budgettaire teugels laten vieren als de risico’s gedeeld worden. Maar zouden regeringsleiders er niet goed aan doen om voorbij het onmiddellijke eigenbelang te kijken? Niemand is gebaat bij de instorting van de eurozone. Kunnen we niet leren van de fouten die zijn gemaakt tijdens de eurocrisis? De gebreken van de muntunie die toen aan het licht kwamen zijn niet gerepareerd, of op z’n best met houtje-touwtje-oplossingen die bij de eerste de beste stresstest lijken te bezwijken.

Het grote verschil met destijds is dat Dijsselbloem voorzitter was van de eurogroep en een machtig tandem vormde met zijn Duitse collega Wolfgang Schäuble. Nu stuit de Nederlandse opstelling op verzet. In de Volkskrant hekelde een anonieme ambtenaar de ‘Nederlandse middelvinger’ naar het zuiden. De Portugese premier noemde Hoekstra’s optreden ‘walgelijk’. Nog voordat Covid-19 tot een pandemie was verklaard oogstte Rutte al kritiek vanwege zijn koppigheid tijdens de onderhandelingen over het nieuwe EU-budget. ‘Kinderlijk’, vond Merkel. Zelfs bij onze oosterburen is er inmiddels minder geduld met de Hollandse zuinigheid.

Waar Merkel de voorkeur geeft aan de versoepeling van de voorwaarden van esm-steun, schaarde een zevental Duitse economen zich in de Frankfurter Allgemeine Zeitung achter het idee van collectieve schuldbekentenissen. ‘Dit is het moment waarop de vaak gepropageerde Europese lotsverbondenheid de vlag moet voeren’, schreven ze. Diezelfde boodschap verkondigden vijf economen, onder wie Thomas Piketty, in de Financial Times: ‘The Covid-19-crisis will make or break the eurozone.’ Alleen onderlinge solidariteit, die gestalte moet krijgen in eurobonds, kan vermijden dat de coronacrisis uitgroeit tot een tweede staatsschuldencrisis. In eigen land pleitte Klaas Knot, directeur van De Nederlandsche Bank, in een interview met de NRC voor een Europees vangnet. Zijn voorganger Nout Wellink riep de regering op om het verzet tegen eurobonds te staken. ‘Laten we die schuld als een gezamenlijke verantwoordelijkheid beschouwen’, zei hij op Radio 1.

Vooralsnog wil Mark Rutte daar niets van weten. Terwijl het kabinet bij de bestrijding van het virus keer op keer benadrukt dat het vertrouwt op deskundigen, slaat het deze adviezen van economische experts in de wind.

Dat Rutte zich profileert als een hardliner heeft ongetwijfeld te maken met de hete adem die hij voelt vanaf de rechts-populistische flank. Als het aan de pvv en FvD ligt blijven de grenzen dicht als de pandemie straks onder controle is. Voor hen is de implosie van de euro eerder een zegen dan een vloek. Rutte wil het Nederlandse electoraat, zeker dat deel dat minder warme gevoelens heeft voor de EU, tonen dat hij niet bang is om in Brussel zijn spierballen te laten zien. In 2012 was het: ‘geen cent meer naar de Grieken’, nu zwaait hij met een belerend vingertje naar de Italianen. Hij wil uitstralen dat hij pal staat voor de belangen van de Nederlandse belastingbetaler, zelfs in deze tijd van gezamenlijke beproevingen.

Het doet denken aan het riskante spel van David Cameron, die zich in Brussel ongeliefd maakte door telkens te klagen over de nadelen van de EU, publiekelijk afgaf op de Europese bureaucratie en vervolgens verbaasd was dat het merendeel van de Britten tegen zijn advies in vóór de Brexit stemde. Net zomin als Cameron de EU wilde verlaten, wil Rutte dat de muntunie uiteeenvalt, maar ondertussen brengt zijn halsstarrigheid dat scenario wel dichterbij.

In Italië vindt volgens een recente opiniepeiling 88 procent dat de EU te weinig doet om hun land te helpen. Het percentage Italianen dat gelooft dat het EU-lidmaatschap meer nadelen dan voordelen oplevert steeg van 47 in november tot 67 nu. Niet verwonderlijk, gezien het gebrek aan solidariteit, met name vanuit Nederland, waar de karikatuur van de vlijtige calvinisten versus de spilzieke Zuid-Europeanen nog altijd domineert. Was dat sentiment tien jaar geleden al misplaatst, tijdens deze gemeenschappelijke gezondheidstragedie is het ronduit verwerpelijk. Want zoals de Belgische econoom Paul De Grauwe het verwoordde in een interview met De Morgen: ‘Als je nu niet bereid bent om te helpen, waarom hebben we dan in godsnaam een unie?’

Hoekstra lijkt te zijn geschrokken van alle kritiek. ‘Ik heb mijn boodschap te weinig empathisch gebracht’, zei hij bij rtl-z. Het kabinet wil ‘op een solidaire manier kijken wat redelijk en verstandig is’. Wat dat precies inhoudt kon de minister nog niet zeggen.