Commentaar: Vaders

Waar blijven de vaders?

De krapte in de kinderopvang betekent voor werkende ouders een dagelijks terugkerend probleem. Vraag willekeurige ouders naar hun ervaringen op dit gebied en de hoofdpijnscenario’s vliegen over tafel. Van extreme wachttijden voor een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang (BSO) tot oppassers die uitvallen omdat ze ziek, zwak of misselijk zijn. Dit in combinatie met het niet kunnen vinden van een huishoudelijke hulp — het levert vooral voor vrouwen tropenjaren op. Aangezien de meerderheid van de mannen voor wassen, koken en schoonmaken de neus ophaalt, zijn het de vrouwen die ’s avonds binnenshuis staan te sloven (de tweede baan).

Het is inmiddels een bekend deuntje: werkende moeders leggen het loodje. Ze worden ziek, belanden in de WAO, ze gaan parttime werken of houden er helemaal mee op. Ook aan de aanbodkant horen we al jaren afgezaagde geluiden. Het ene na het andere kabinet beschouwt het tekort aan kinderopvang als een speerpunt van sociaal beleid. De laatste tien jaar zijn er weliswaar duizenden opvangplekken bijgekomen, maar dat kwam neer op een beperkte inhaalslag.

Nu echter uit onderzoek blijkt dat van de vrouwen tussen de 20 en 65 jaar met kinderen 12,5 procent aan de slag wil, mits er voldoende betaalbare opvang én huishoudelijke hulp is, wordt het een hot issue voor de overheid. Door de werkgroep Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) is berekend dat bij goede voorzieningen ruim 75 duizend fulltime vacatures kunnen worden vervuld. Een ingestelde Commissie Dagarrangementen heeft vorige week staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken een ambitieus plan voorgelegd: om in 2010 de arbeidsparticipatie van vrouwen te laten groeien van 52 procent naar 65 procent, moeten er tweeduizend door de overheid gefinancierde multifunctionele accommodaties voor opvang komen. Het idee is dat bij dag arrangementen zorg en arbeid beter op elkaar worden afgestemd.

Inmiddels wordt er door bedrijven als Unilever met zo’n «gemaksbalie» geëxperimenteerd. Naast kinderopvang kunnen ouders via een abonnementsysteem een beroep doen op persoonlijke dienstverlening.

Een fantastisch streven, juist vanwege het realistische idee dat het niet alleen gaat om een opvangplek, maar ook om flexibiliteit van tijd en allerlei activiteiten eromheen (brengen en halen naar vriendjes en ballet, boodschappen doen et cetera). Om het personeelstekort op de markt te omzeilen, zegt Unilever te willen werken met «uitgerangeerde allochtonen of WW’ers en WAO’ers die in ruil voor subsidie scholing en begeleiding zullen krijgen».

Dat zijn nog eens optimistische geluiden: het aantal WAO’ers daalt en uitgebluste vrouwen trekken zorgeloos weer naar de werkvloer. Een soort «moeders voor moeders»-project, waarbij de ene moeder professioneel klust en zorgt om de andere moeder aan het werk te houden. Maar waar blijven toch de vaders, die altijd beweren wel minder te willen werken (25 procent) en het zelden doen?