De vijf beste werken van Remco Campert volgens Alma Mathijsen

Waar de lichtheid zit

Remco Campert (1929), ‘de meest verstaanbare van de Vijftigers’, krijgt op 8 oktober de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren uitgereikt. Zijn oeuvre omvat talloze gedichten, columns, verhalen en romans.

Medium campert 20r. 20  20 c2 a9 20paul 20levitton 1

Bewonderaar en schrijver Alma Mathijsen (1984) gidst ons door deze weelde in vijf fragmenten. ‘Ik heb van hem geleerd om het kleine te nemen en dat het grote te laten vertegenwoordigen. Campert kan als geen ander zware onderwerpen zich op een lichte manier laten aandienen.’

1) Een jonge mooie vriendin en andere belevenisen (1998)

‘Als er één boek is dat je moet teruglezen van Campert als je van de bank wil rollen van het lachen, is dit het wel.’ Eén verhaal in deze bundel bezit deze kwaliteit bij uitstek, vertelt ze, namelijk De rekening komt later. In dit verhaal wordt de beeldend kunstenaar Dennis Tafel opgevoerd. Hij grossiert in het creëren van gigantische kunstobjecten, zoals een grote kartonnen doos die hij bij een firma te Stadskanaal bestelt.

D. Tafel, beeldend kunstenaar, Willem Sparkweg 36, Amsterdam aan Kartonnagefabriek Het strovuur te Stadskanaal.

Geachte heer,
Hierbij verzoek ik u te vervaardigen: een hele grote doos. Afmetingen tien meter bij tien meter bij tien meter.

Hoogachtend, D. Tafel

Het gaat alleen niet zo goed met Dennis. ‘Deze jongen heeft, zoals het een kunstenaar betaamt, een heleboel wilde nachten gehad en ontzettend veel loze beloften gedaan. Zodoende heeft hij zich diep in de penarie gewerkt.’ Omdat zijn schulden zich opstapelen, schrijft Dennis ten einde raad een brief aan de beroemde schrijver Remco Campert, met de vraag of deze twintigduizend gulden kan overmaken. Maar tevergeefs; de heer Campert schrijft terug dat hij momenteel in Zuid-Amerika verblijft en Dennis’ verzoek niet kan inwilligen.

2) Tjeempie of Liesje in Luiletterland (1968)

‘Dit boek is zo leuk en goed en grappig. Het was het eerste boek dat ik las waarin duidelijk werd gemaakt dat literatuur niet iets is om met zijden handschoentjes aan te pakken. Campert laat dan ook het hoofdpersonage Liesje gewoon lekker avonturen beleven en fijn met iedereen naar bed gaan.’ Tjeempie is een persiflage op literaire grootheden als Mulisch en Reve. ‘In mijn exemplaar had iemand in koeienletters overal de naam van de auteur gezet waar het over ging. Boven hoofdstuk 6, over de bes tgekapte schrijver van Nederland, stond dus heel groot “Harry Mulisch”. Wel zo gemakkelijk.’

‘Wat is seks’, vroeg ze.
De schrijver, die zich juist voor zijn kunstenaarsarbeid aan het gereedmaken was en zijn pantalon uittrok, bedacht zich geen ogenblik en antwoordde, balancerend op een been: ‘De vraag is het antwoord.’

3) Licht van mijn leven (2014)

‘Campert signeerde ooit mijn exemplaar van Het leven is vurrukkuluk. Dat deed hij door een dikke pijl naar de titel te tekenen met daaronder de tekst “onthoud dat goed!”. En zo is het ook. Natuurlijk zijn er moeilijke, zware en vreselijke dingen, maar Campert kan altijd aanvoelen waar de lichtheid begint, waar de lichtheid zit.’ Het gedicht Licht van mijn leven, het titelgedicht van zijn laatste bundel, is hier een voorbeeld van. ‘Alhoewel het de dood beschrijft, is het niet zwaarmoedig. Het beschrijft hoe het zou moeten gaan: opgenomen worden in het fijnstof van de stad. Dat is zo erg nog niet.’ Bovendien toont het de band van de schrijver met Amsterdam, de stad waar Campert vrijwel zijn hele leven woonde. ‘Die man is Amsterdam.’

(..) In Amsterdam, Van Eeghenlaan zeven,
te midden van dichters (Luceberts schaterlach,
Schierbeeks hikkende Boek Ik), zagen
mijn wóórden het licht
dat me niet meer verliet, trouw
door dik en dunner dan dik
nu zoveel jaren later
loop ik nog even door de straten
van datzelfde Amsterdam, tot
in een knipperend ogenblik
het leven me loslaten zal
laat me dan, dat moment gekomen
opnieuw nog even
zweven boven het Stedelijk
dan verder al hoger
boven de bomen in het Vondelpark
waarna ik, mijn tijd opgeheven,
voor eeuwig uiteenval, me verenig
met het fijnstof van de stad,
met de spiegeling van het zonlicht
in het water van de gracht
en word meegenomen met de glimlach
en de dromen van het meisje
dat ik eens op een tramhalte zag

4) Om vijf uur in de middag (2010)

‘Dit boek bevat de beste openingszin ooit geschreven: “Ik, Wim Klein, wil neuken, en wel zo snel mogelijk.” Daar heb ik verder niks over te zeggen.’

5) Bierviltjes in Das Magazin (2011)

Toen literair tijdschrift Das Magazin zijn eerste editie lanceerde, ontving de redactie per post twee bierviltjes met daarop poëzie van Campert. Bijgesloten vonden zij een aantal postzegels; mochten zij Camperts werk niet van voldoende kwaliteit achten, dan kon het per ommegaande retour worden gestuurd. Mathijsen: ‘Ik vind het geweldig dat een schrijver als Campert op deze manier zijn publiek nog steeds opzoekt. Hij heeft zo de wens om gelezen te worden, prachtig is dat. Campert is de eeuwige jonge, en dat komt door dit soort dingen.’

In de nacht tussen dromen en waken in
wist ik dat ik zou schrijven de volgende ochtend
als de wereld begon
het woord en het licht
maar eerst de poes nog eten geven
sneeuw schuiven voor de deur
brood kopen bij de bakker
flessen in de flessenbak
het dagelijks leven waar de poezie niet zonder kan

‘Schrijven is voor Campert een levensbehoefte, een tweede natuur. Als dat ooit ophoudt, is het klaar.’


Remco Campert treedt op 29 september op in De Brakke Grond tijdens Een ode aan Campert_. Op 8 oktober ontvangt hij in Brussel uit handen van de Belgische koning de Prijs der Nederlandse Letteren._


Beeld: Remco Campert. Foto Paul Levitton