Waar gaat het mis?

Mijn moeder heeft een video. Daarop zit een ronde knop van een soort modern rubber. Zij wil aan die knop draaien, maar dat kan niet. Je moet die knop indrukken, maar weer niet in het midden, maar aan de zijkanten. Het is niet ingewikkeld, maar mijn moeder begrijpt het niet. Daarbij zijn de lettertjes: FFD, REW, PLAY, STOP/EJECT niet groter dan drie punten. Kan mijn moeder niet lezen. Hoeft ook niet. Op haar afstandsbediening zitten diezelfde lettertjes, maar dan nog kleiner, afgedrukt op knopjes. Als ze die knopjes indrukt, verschijnen die lettertjes op haar scherm. Maar dan moet de televisie wel aan. Soms lukt haar dat. Maar die lettertjes verdwijnen naar verloop van tijd zomaar. Dan raakt mijn moeder in paniek en denkt dat het apparaat kapot is. Ik leg uit dat die lettertjes wel moeten verdwijnen, omdat je anders altijd naar die lettertjes kijkt. Je moet dus in de tijd dat die lettertjes verschijnen, beslissen wat je wilt instellen. Dit levert niet minder paniek op.

Het faxapparaat is al een jaar geleden naar mijn neef gegaan. Mijn moeder heeft er twee faxen mee verstuurd. Ook dat apparaat was te ingewikkeld. Dat je ermee kon faxen en telefoneren en dat het een antwoordapparaat was, kon zij niet aan; de knoppen waren ook te klein, evenals de lettertjes. Oud worden: de wereld moet groter worden als jij kleiner wordt. Soms wil mijn moeder ons trakteren op een film. Dan belt ze een nummer op en krijgt te horen wat de mogelijkheden zijn en moet dan een 1 of een 2 intoetsen. Er gebeuren altijd twee dingen. Zodra het antwoordapparaat aan de andere kant opneemt met bijvoorbeeld: ‘Hallo, u bent verbonden met de automatische kaartenbestelservice’, dan zegt mijn moeder elke keer: 'Dag mijnheer…’ Om daarna pas te ontdekken dat ze met een antwoordapparaat spreekt. Vervolgens is ze daar zo beroerd van, dat ze de instructies niet meer volgt. Er zijn dingen die ze wel kan: geld halen met een pincode bijvoorbeeld. Maar lezen wat er op haar creditkaart staat, kan ze weer niet. Die rare kleine, schuine cijfers leest ze voortdurend verkeerd. En ze weet nog steeds niet waar ze moet kijken als haar wordt gevraagd: 'Tot wanneer is uw kaart geldig?’ Soms gaan mijn moeder en ik samen de stad in. Zij wil gewoon de stad zien, ik wil meestal iets kopen. Laatst stonden we voor een computerwinkel te kijken naar zo'n elektronische zakagenda. 'Ik wil zo'n ding, laten we binnen kijken’, zei ik. We werden geholpen. De man legde mij uit hoe het apparaat werkte, en ik begreep er niets van. Ik zag het voordeel niet boven een gewone agenda. Ik snapte de man niet, en ik snapte het apparaat niet. Ik wilde er geen duizend gulden aan uitgeven, dus ik zei: 'Ik moet er nog even over denken.’ Toen we weer buiten stonden zei mijn moeder: 'Wat ben je toch knap, dat je al die dingen weet.’ 'Ik weet het juist niet meer’, zei ik. Mijn moeder maakt tegenwoordig foto’s. Ze gaat dan naar de fotowinkel op de hoek, koopt voor twintig gulden een weggooicamera en fotografeert dan alles wat bijna doodgaat: de hond, de katten, mevrouw Bergsma, de tuin, mevrouw Jo van Vonderen, mevrouw Van Vliet-Kaal, Annie Lacroix en haar man Benjamin, Viktor Friedjof en zijn hond Bas, Dulcinea en Patron - de twee siamese katten van Ank van Proosdij-Van Kalkhoven. Bij dat fototoestel hoeft ze alleen maar een knopje in te drukken en meer dan een meter afstand te nemen. Ze neemt alles 'totaal’ op, nooit een close-up; iedereen van hoofd tot voeten. 'Waarom mam?’ 'Je moet alles zien. Een mens is toch niet alleen een hoofd of een middenstuk?’ In de zoeker van dat toestel ziet ze weer meer dan ik zie.