Waar gaat het over?

Het begrip ‘album’ klinkt al bijna naar vervlogen tijden, maar het nieuwe album van Arcade Fire is op papier al helemaal een anachronisme: het is een dúbbelalbum. Dat is een statement op zichzelf. Een dubbelalbum, dat is plaatsnemen in een eregalerij: The White Album, The Wall, Blonde on Blonde, Mellon Collie and the Infinite Sadness, The Fragile.

De band uit Montreal, die het theater, de bombast en de grootse gebaren zeker op voorganger The Suburbs bepaald niet vermeed, is definitief overgestoken naar de symfonische rock. De aandacht in de voorpubliciteit was op maat: groots. David Bowie die meezong, Anton Corbijn die een van de twee (!) clips bij de eerste single regisseerde, en het hele album dat opeens verscheen op een ongebruikelijk kanaal voor integrale albums: YouTube. Het album als geluid, de film Black Orpheus uit 1959 als beeld.

Maar, verrassing: die eerste single, tevens openings- en titelnummer, klonk helemaal niet naar symfo. Niet eens naar rock, eigenlijk. Meer naar disco en funk. Alles erop en eraan ook: swingend shuffeltje, falsetstem, paar Franse zinnetjes erin. Maar de toon is gezet: dit is het album van de ambitie, maar wel een die zich afspeelt aan verlengde horizonten. Arcade Fire leek diep van binnen altijd een stadionrockband, maar met een te grote afkeer van gemakzucht en effectbejag om dat ten volle te worden. Reflektor is een stap verder daarvan, in ieder geval het ‘rock’-gedeelte van die term: hier belijdt een band zijn liefde voor niet zozeer de gitaren en de geheven vuisten, maar voor de synthesizers, de bas en de dansvloer. En niet alleen voor muziek uit het westerse deel van de wereld. Voorganger The Suburbs deed denken aan Springsteen, dit album aan Talking Heads. Win Butler heeft ook zijn zang veranderd: hij dreint minder, plaatst meer. De aanpak is onverminderd groots: ook nu klinkt Arcade Fire graag gedragen, en mochten in de studio schuiven omhoog en knoppen naar rechts. Ook over Butlers stem, wat af en toe nogal overdadig uitpakt.

Het is een imposant album, dat Reflektor, vanwege die hoorbare ambitie en de drang eigen grenzen te verleggen. Na meerdere luisterbeurten borrelen niettemin enkele bedenkingen op. Het album is erg lang. Niet omdat er zoveel nummers op staan, maar omdat het gros van die nummers ver boven de minuten klokt. En in vrijwel al die gevallen geldt dat het credo ‘less is more’ in de meest letterlijke zin deugdzaam was geweest. Maar daarvoor was de band duidelijk te verliefd op haar nieuwe wegen. De prijs: enkele nummers overrompelen aanvankelijk, maar zijn uitgewerkt voor ze hun finish hebben bereikt.

Voorganger The Suburbs was niets minder dan een meesterwerk, net als het album ervoor, Neon Bible. Daaraan, en aan hun intensiteit op het podium, dankt de band haar plek in de voorhoede van de popmuziek. Maar The Suburbs ging ook ergens over. Het was het album over het verlangen naar en tegelijk de afkeer van het stadscentrum. Waar gaat Reflektor over? Geen idee. Het lijkt soms of Butler de mooiste zinnen en meest treffende oneliners uit zijn notitieblok willekeurig onder elkaar heeft gezet. Reflektor is het type album dat een ambitieuze band minstens een keer in haar loopbaan moet maken. Net als de onherroepelijke opvolger: een opsmukloze terugkeer naar de basis.


Arcade Fire, Reflektor, label: Universal