Waar het begin ligt

Jorge Semprun

Twintig jaar en een dag

Uit het Spaans (Veinte años y un dia, 2003) vertaald door Mariolein Sabarte Belacoru

Meulenhoff, 287 blz., € 15,50

Voor het eerst heeft Semprun, inmiddels ruim tachtig, weer een boek in het Spaans geschreven. De roman gaat ook over zijn eigen Spaanse verleden. De twintig jaar uit de titel slaat op een gebeurtenis uit 1936; en een dag is de vooravond van de laatste herdenking ervan, 18 juli 1956. Verder is er nog sprake van dertig jaar later, én van begin deze eeuw. Hoofdthema is de vraag waar het begin van een geschiedenis ligt en in welke variaties ze voortleeft. In 1936, begin van de Burgeroorlog, trekken boeren naar het landgoed La Maestranza, zonder boze bedoelingen, maar om het te «collectiviseren». Daarbij schiet de jongste van de drie eigenaren er het leven bij in, nota bene de meest liberale. Elk jaar vindt er een boeteceremonie plaats: de moord wordt nagespeeld door dagloners om de overwonnenen op hun plaats te zetten, waarbij het slacht offer eerst door diens broer, de geestelijke, en daarna door de zoon gespeeld wordt. Nu de laatste herdenking aanstaande is, 1956, kondigen de dag loners een staking aan, terwijl op het landgoed zich een (ook politiek) gemêleerd gezelschap van gasten verzamelt. Aanwezig is een politiecommissaris die ter plaatse sporen hoopt te vinden van de geheimzinnige leider van de studentenonlusten. Om de clou meteen te ont hullen: die man van vele pseudoniemen is tevens de verteller in de roman, een alter ego van Semprun.

Het spelletje met de verteller en de lezer is wat aan de flauwe kant, zoals ook de plaats van handeling interessanter is dan de handeling. Het gaat om geschiedenis: die van de intriges van de communisten onder Franco na de oorlog. Die steken echter als graten uit het verhaal, omdat Semprun eenvoudigweg te veel feiten en namen kwijt moest. En dat terwijl hij om de haverklap de lof op het romanschrijven zingt, dat hij afzet tegen de boekhoudkundige ge schiedschrijving. In 1956 verscheen ook het geheime rapport van Chroetsjov – jammer dat Semprun daaraan alleen maar een paar gladde frasen over de wedergeboorte van de oude idealen vastknoopt. Inzake vrouwen spreekt een kenner, een oude, wat niet wegneemt dat alle verhalen, ook die over ondeugende liefdes, in de roman een beetje belegen aandoen. Maar ook zo’n boek hoort bij een niet gering oeuvre.