Essay - Religie is niets

Waar is de mens?

Het geloof is menselijk, en een logisch gevolg van onze zoektocht naar zingeving. Dat wordt vergeten in de kritiek op ‘de’ islam. Maar de islam is van zichzelf niets. Er zijn slechts mensen. En daar zullen we het mee moeten doen.

Medium essay

De echo’s van de terreurdaden in Parijs van een maand geleden galmden nog na terwijl in de media, en dan vooral op Twitter, de discussie over het wezen van de islam voor de zoveelste keer in alle hevigheid losbarstte. pvv-leider Geert Wilders liet tot tweemaal toe via de media weten dat wij ‘in oorlog’ waren met de islam. De terreur in Parijs had nog maar eens bewezen dat de islam intrinsiek slecht is, een ‘ideologie van de haat’, zoals Wilders haar ook wel pleegt te noemen.

Verschillende moslimleiders namen nochtans direct afstand van de terreurdaden. Woordvoerder Yassin El Forkani van het Contactorgaan Moslim en Overheid zei: ‘Wat er vandaag in Parijs gebeurd is, staat ver van de islam af. Moskeeën moeten afstand nemen van zulke terroristische daden, want ons geloof gaat over barmhartigheid.’ Ook op sociale media namen moslims afstand van de terreurdaden door te stellen dat deze niets te maken hadden met de islam, want zij is nu juist een religie van de vrede.

Andere moslims betuigden openlijk hun steun aan de terreuracties. Het satirische weekblad Charlie Hebdo had immers ‘de islam’ beledigd, en daar volgt maar één straf op: de dood. De meer extremistische islamcritici riepen dat het nu tijd werd om ‘de islam’ uit Nederland te verwijderen. Op het tamelijk rechtse journalistieke online platform Jalta stelde de adjunct-hoofdredacteur aldaar dat iedereen die nu nog de islam verdedigde een ‘collaborateur’ was.

Zo gaat dat eigenlijk elke keer wanneer er ergens op de wereld door moslims een terreurdaad wordt gepleegd. Telkens volgt er een discussie over het wezen van de islam. Is zij nu goed of slecht? De discussie is sinds 11 september 2001 niet wezenlijk veranderd. Het zijn rituelen geworden, de uitgekauwde meningen en verwijten die diverse partijen vanuit hun (virtuele) schuttersputjes op elkaar afvuren. Het debat over de islam wordt in Nederland gedomineerd door een nieuwe kaste van atheïsten. Zij veroverden bij (online) media hun vaste plekje van waaruit zij nog bijna dagelijks hun ‘religiekritiek’ wereldkundig maken. Zij introduceerden het begrip ‘islamisering’, dat inmiddels in de dagelijkse berichtgeving van de media nauwelijks nog tussen aanhalingstekens wordt gezet of in een context geplaatst (interessant hoe Duitse kranten in hun berichtgeving over de anti-islambeweging Pegida dat wél doen). Er wordt mee bedoeld: de islam grijpt langzamerhand de macht.

Dat religie slechts ellende en rampspoed over de mensheid brengt, tonen de nieuwe atheïsten aan met het opsommen van een indrukwekkende hoeveelheid rottigheid uit heden en verleden: de kruistochten, heksenverbrandingen, homovervolging, 9/11, anti-abortusactivisten, zelfmoordterroristen, vrouwenhaat, cultuurvernietiging et cetera. Het rijtje kan moeiteloos worden aangevuld met de ultra-barbaarse wreedheden van Islamitische Staat in Irak en Syrië, met de terreurdaden in Parijs.

Maar buiten dit feitenrelaas van religieuze intolerantie en haat onderzoeken de nieuwe atheïsten ook de heilige geschriften van de religies die zij zo verafschuwen. Vooral koranexegese wordt nog dagelijks driftig beoefend door lieden die menen dat het Avondland door cultuurrelativisme en linkse politiek-correctheid aan ‘de islam’ ten prooi valt. Soera’s die vertellen dat afvalligen en ongelovigen moeten worden gedood worden gretig gepost op sociale media en webfora, dit alles met als doel de wereld ervan te overtuigen dat ‘de islam’ het pure kwaad vertegenwoordigt op aarde. De atheïst staat niet langer aan de zijlijn maar is een kruisridder die het kwaad met luide stem en een in zuur gedoopte pen te lijf gaat.

En daarmee manifesteert de militante atheïst – of religiecriticus zoals hij of zij zich tegenwoordig noemt – zich steeds meer zelf als een gelovige, en wel een die onbewust teruggrijpt op een stokoude religieuze traditie: de eeuwige strijd tussen goed en kwaad. Deze strijd vormde de kern van het zoroastrisme, de religie die in de vijfde eeuw voor Christus door koning Darius tot staatsgodsdienst werd verheven in het Perzische rijk. Het zoroastrisme was een inspiratiebron voor het gnosticisme en het manicheïsme die beide een dualistische geloofsleer uitdroegen. Het manicheïsme ontstond, eveneens in Perzië, in de derde eeuw na Christus en werd even een wereldgodsdienst die kon wedijveren met het christendom, dat ook door haar is beïnvloed, net als ook de islam.

Het manicheïsme spreekt van een wereld van licht en een wereld van duisternis die in een onderlinge strijd zijn verwikkeld. Het is opmerkelijk hoe tegenwoordig vooral activistische atheïsten, veelal ook liberalen, de ‘Verlichting’ omhelzen als een haast metafysische kracht van het goede die tegenover het kwaad staat dat ‘de islam’ heet. Alsof de Verlichting letterlijk een enorme lamp was die ’s nachts aan het firmament werd ontstoken om de westerse mens helderheid te verschaffen over zijn wereld en over de omgang met zijn medemens. Deze dualistische kijk op de wereld is in hoge mate religieus en daarmee paradoxaal, aangezien atheïsten toch bij uitstek diegenen zijn die religie afwijzen.

De militante atheïst grijpt onbewust terug op een stokoude religieuze traditie: de eeuwige strijd tussen goed en kwaad

De kern van religiekritiek is dat je religie moet definiëren en dus afbakenen. De islam moet iets zijn, anders is elke kritiek erop zinloos. Hetzelfde geldt voor het begrip islamisering. Wanneer de islam bezig is de macht te grijpen, moet er een duidelijke definitie zijn van die islam. Want wát grijpt er nu precies de macht? Volgens islamcritici is de islam slecht. Dat wringt. Immers: wanneer je de islam definieert als het kwaad moet je dat op een bepaalde manier in overeenstemming zien te brengen met het feit dat er, naast al-Qaeda, IS en jihadi’s zonder naam op de aardkloot miljoenen moslims rondlopen die niet veel beter of slechter handelen dan de gemiddelde goddeloze Nederlander. Of die juist uitgesproken verstandige en dappere dingen zeggen en doen.

Het is tamelijk bizar om de laatste winnares van de Nobelprijs voor de vrede, de Pakistaanse Malala Yousafzai, te afficheren als een vertegenwoordigster van een ‘haatideologie’. Zij werd op vijftienjarige leeftijd bijna doodgeschoten door de Taliban om het enkele feit dat zij als meisje naar school ging. Nu is zij wereldwijd pleitbezorger van het recht van meisjes om onderwijs te mogen volgen; én ze is belijdend moslim. Hoe brengen wij háár islam in overeenstemming met die van Geert Wilders? Door haar neer te zetten als een onechte moslim. Malala heeft haar eigen religie niet goed begrepen. Want die is onmiskenbaar slecht. Een dergelijke redenering sprak uit een stukje van de columnist Opheffer (pseudoniem van Theodor Holman) in De Groene Amsterdammer van december 2014, waarin hij zijn verbazing uitsprak over het feit dat er moslims waren die de islam zagen als een religie van vrede terwijl teksten in hun heilige boeken toch duidelijk opriepen tot intolerantie en moordzucht. Ergo: een échte moslim slaat de ander de hersens in, of is dat in ieder geval van plan.

Ik beschouw mijzelf als een christen. Toch geloof ik niet dat bij vrouwen de handen moeten worden afgehakt wanneer zij per ongeluk de ballen aanraken van de man waarmee hun eigen man toevallig op dat moment aan het vechten is. Zo staat het wel geschreven in de Heilige Schrift. Waarom geloven mensen iets anders dan wat er geschreven staat in de heilige boeken? Waarom worden die heilige boeken zo verschillend geïnterpreteerd? Waarom geven zij aanleiding voor gelovigen om elkaar inderdaad de hersens in te slaan omdat de ander de ‘verkeerde’ interpretatie heeft van die heilige boeken? Waarom kennen islam, christendom en jodendom zoveel verschillende stromingen, substromingen, bizarre sektes? Waarom zijn er moslims die homoseksualiteit in overeenstemming kunnen brengen met de islam terwijl andere moslims menen dat de islam hun dicteert om homo’s van flats te werpen?

Allereerst natuurlijk omdat die heilige boeken conflicterende boodschappen uitzenden waaruit iedereen zijn eigen betekenis kan destilleren. Maar vooral omdat de mens nu eenmaal zijn eigen weg kiest in zijn tragische zoektocht naar zingeving. Wat zich in het hoofd van de mens afspeelt, laat zich niet definiëren en afbakenen. Ziedaar een van de gevolgen van la condition humaine. De zinloosheid die wij ervaren van de verdrietige wetenschap dat wij geboren worden om enige tijd later weer te sterven, noopt ons tot het zoeken naar de ‘zin van het leven’. Velen vinden die nog altijd in Allah of Jezus Christus. Op welke manier zij dat doen, heeft te maken met een samenspel van factoren die nooit helemaal te peilen zijn: geografie, afkomst, sociaal netwerk, psychische gesteldheid, intelligentie, gevoel voor humor, mate van emancipatie, opleiding, angst, armoede. Zo kan het gebeuren dat een schaapherder in Jemen de islam anders interpreteert dan pvda-politica Fatima Elatik in Amsterdam-Zeeburg.

In Europa zijn voor velen de oude, monotheïstische religies niet meer leidend in de zoektocht naar zingeving. Dat betekent niet dat mensen niet meer geloven. Het geloof manifesteert zich alleen op een ander en veel breder gebied: Feyenoord, Boeddha, naakt in een tipi op een Indiaanse trom slaan, Satudarah, André Hazes-verering, stille tochten. De Leidse godsdienstsocioloog Meerten ten Borg doopte deze tendens ‘religieuze verwildering’. Hoe mensen tot hun geloof komen, heeft met dezelfde – complexe – factoren te maken die bepalen op welke manier iemand in Jezus, Jahweh of Allah gelooft. >

Maar zingeving wordt ook gevonden in politiek. Zoals de Engelse filosoof John Gray zo pregnant uitlegt in zijn boek Zwarte mis zijn ook verlichtingsideologieën als liberalisme, socialisme, kapitalisme en communisme weinig anders dan pseudo-christelijke zingevingsprojecten waar God is vervangen door het geloof in een vrije markt, een onzichtbare hand of in een heilstaat waarin alle mensen gelijk zijn.

**
Ook het geloof in de Verlichting zelf kan zingevend zijn. Die schitterende, benevolente kracht, die ons mensen de rede schonk, de tolerantie, de vrijheid van meningsuiting. En die niet heeft kunnen voorkomen dat in het door haar aangeraakte Avondland mensen de meest afschuwelijke daden verrichtten. Het waren mensen die elkaar met miljoenen vermoordden vanuit de loopgraven in Vlaanderen, die de gaskamers van Auschwitz bedienden, die hun handtekening zetten onder een document waarmee het lot van honderdduizenden werd bezegeld. Het waren mensen die het apartheidssysteem bedachten, die in Nederlands-Indië oorlogsmisdaden begingen, het waren mensen die de mannelijke bevolking van Srebrenica in de bossen buiten de stad samendreven en executeerden. Zoals het een mens was die in Noorwegen 77 jonge sociaal-democraten vermoordde op een eiland. Zoals het mensen waren die in Parijs een bloedbad aanrichtten op de redactie van Charlie Hebdo, of zoals het mensen zijn die in Syrië en Irak onder de vlag van hún islam aan het moorden zijn.

De strijders van IS doen denken aan het boek De welwillenden van de Frans-Amerikaanse schrijver Jonathan Littel. Die roman is grotendeels een aaneenschakeling van gruwelijke moordpartijen van SS’ers aan het Oostfront. Het gebrek aan emotie, de koele berekening waarmee het moorden gepaard gaat, de voldoening wanneer gestelde doelen worden gehaald – is het met IS heel anders? Islamcriticus, cineast en kritisch pvda-lid Eddy Terstall zei enkele weken terug op Twitter het volgende over de misdaden van Pol Pot en zijn Rode Khmer en het nazisme: ‘Dat waren de rotte (en gelukkig grotendeels afgestorven) takken van de Verlichting.’ En over die Verlichting: ‘De basis van ons geluk.’ Zelden werd het geloof in de Verlichting zo krachtig verwoord. Maar waar is de mens gebleven?

Ook moslims lijden aan la condition humaine die zowel heeft geleid tot afgrijselijke misdaden als nobele daden en prachtkunst

De president van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, Winfried Kretchmann van Die Grüne, verwoordde het daags voor Kerstmis een beetje anders. Hij riep op om een dialoog aan te gaan met de aanhangers van Pegida (Patriotische Europäer Gegen die Islamisierung des Abendlandes), die de afgelopen maanden regelmatig in diverse Duitse steden demonstreerden tegen de door hen geconstateerde islamisering van Europa. Volgens Kretchmann moesten we begrip tonen voor de aanhangers van Pegida aangezien zij immers gedreven werden door angst. Hij toonde ook begrip voor die angst zelf en deed een moreel appèl op ‘de islam’: ‘Zij moet zich net als andere religies reinigen van mensenrechtenvijandige stromingen.’ Met andere woorden: religies moeten worden zoals wíj zijn. Wij: de vrije, tolerante, seculiere burgers van Europa. Alleen: waar bevindt zich die islam waartoe hij zich richt? Waar zijn die andere religies? Is er een e-mailadres islam@islam.world waar hij met zijn oproep terecht kan? En verwacht hij dan een antwoord van de islam? Dat zij terugmailt: ‘We zullen ons best doen’?

Enkele weken terug werd de Franse politieke wetenschapper Dominique Moïsi geïnterviewd in De Groene Amsterdammer over de internationale politieke verhoudingen van deze tijd. Ook de islam kwam aan bod in het interview. De journalist vroeg Moïsi: ‘Maar is dat ressentiment (van jihadisten – bdb) niet het gevolg van het vijanddenken dat diep ingebakken zit in de leer en de geschiedenis van de islam?’ Moïsi antwoordde: ‘Dat weet ik niet. Zo’n extremisme is geen product van religie, maar van de menselijke natuur.’ En die menselijke natuur ontbreekt grotendeels in de discussie over de islam.

In Nederland heeft Geert Wilders daar een grote rol in gespeeld. Vrij snel na zijn breuk met de vvd verkondigde hij dat hij niets tegen moslims had, maar alleen iets tegen de islam. Dat was een politieke meesterzet die is uitgegroeid tot dé politiek correcte mantra van het afgelopen decennium. En die de mens uit de discussie heeft verbannen. Terwijl het juist wél om de mens gaat, en dus ook om de moslims. De moslim die joden beschermde in een Parijse supermarkt en de moslim die de redactie van Charlie Hebdo bewaakte. Maar ook om de moslims die de aanslagen pleegden, die vrouwen en kinderen onthoofden in Syrië, Irak, Nigeria. Zoals ook moslims lijden aan la condition humaine die in de geschiedenis zowel heeft geleid tot de afgrijselijkste misdaden als de nobelste daden van medemenselijkheid en de prachtigste kunstwerken.

**
De islam, waar mensen een moreel oordeel over vellen, bestaat niet. Net zoals andere religies in moreel opzicht niet bestaan. Islamcritici bekritiseren in feite een gedachte die in hun eigen hoofd is ontstaan maar waarvan zij geloven dat deze een absolute en metafysische betekenis heeft. Zoals de duivel voor velen in Nederland vroeger het absolute kwaad vertegenwoordigde – een reële, zij het onzichtbare, aanwezigheid in het dagelijkse leven – maar niet meer was dan een creatie van het eigen brein. De islam bestaat, net als christendom en jodendom, slechts als verzamelnaam voor verschillende, zeer uiteenlopende geloven en gelovigen die bepaalde overeenkomstige kenmerken hebben, of als een begrip dat je kunt gebruiken in de geschiedenis. Zoals: de opkomst van de islam.

Maar een moreel oordeel vellen over de islam is zowel in positieve als in negatieve zin irrationeel omdat de islam van zichzelf niets ‘is’. Er zijn slechts mensen. Daar zullen we het mee moeten doen.

De Romeinen en Grieken hadden dat laatste goed begrepen. Hun godenwereld op de Olympus was een afspiegeling van alles wat de menselijke natuur zoal behelst: het vermogen om te moorden, te haten, lief te hebben, jaloers te zijn, compassie te tonen, barmhartig te zijn. De goden waren niet ánders dan de mensen, ze waren alleen maar machtiger. Ze konden bijvoorbeeld toveren. Niet dat de Romeinen en Grieken door dit besef betere mensen waren dan andere volkeren (wat ze wel dachten te zijn). Dat is onmogelijk. Zij waren immers ook mensen. Alleen leken zij beter te begrijpen dat goed en kwaad uit de mens zelf komen en niet uit dualistische, metafysische machten.

Niet dat er alleen maar rottigheid voortkomt uit de gelovige mens. Geloven wordt griezelig wanneer de gelovige ‘de ander’ ontmenselijkt, of wanneer hij de mens uit het geloof verbant ter meerdere eer en glorie van die absolute, metafysische entiteit die hij zelf heeft bedacht. Wanneer zulke gelovigen (politieke) macht krijgen, wordt het er veelal niet vrolijker op, zoals de geschiedenis van de mens keer op keer weer bewijst. Maar naast het feit dat het geloof menselijk is, een logisch gevolg van onze zoektocht naar zingeving, kan het ook een kracht van menselijkheid zijn.

In het laatste jaar van zijn leven in de belegerde Syrische stad Homs bood de jezuïtische pater Frans van der Lugt zijn buurman de imam aan om in zijn kerk te komen preken nadat diens moskee door een bom was vernietigd. De imam zorgde weer voor brood voor beide geloofsgemeenschappen. Moslims maakten de kerk schoon. Mensen in nood die elkaar hielpen. Van der Lugt had jarenlang voor geestelijk zwakkeren gezorgd in Syrië, had onder meer een Syrische homoseksueel geholpen uit de kast te komen, gaf de inwoners van Homs tijdens de burgeroorlog te eten, weigerde diezelfde inwoners in de steek te laten, ook al werd de wijk waar hij woonde frontgebied. Nadat hij op 7 april vorig jaar door onbekenden was doodgeschoten, is zijn graf uitgegroeid tot een bedevaartsoord waar zowel christenen als moslims samenkomen. De kans lijkt groot dat hij ooit door de paus heilig wordt verklaard. Voor pater Frans was medemenselijkheid de kern van zijn christelijke geloof. Ook dat is een gevolg van la condition humaine.

Binnert de Beaufort is schrijver en publiceerde onder meer De lompe leeuw: Waarom Nederlanders zo onbeschoft zijn (2006), De kalief van Amsterdam (2010) en Man haalt rijbewijs: Een auto biografie (2014)