Waar is de nieuwe Clausewitz?

Deze week is het negen jaar geleden dat het Amerika van George Bush jr. en het Verenigd Koninkrijk van Tony Blair de aanval op het Irak van Saddam Hoessein begonnen.

In onze cultuur moet een grote gebeurtenis op z’n minst tien jaar geleden zijn voor we aan een herdenking beginnen en dus is deze ouverture tot een catastrofe onopgemerkt voorbijgegaan. De Amerikanen hebben het land intussen verlaten (op meer dan 1500 man ambassadepersoneel na), er zijn verkiezingen gehouden. Ter bevestiging van het herstel wordt in Bagdad deze week de topconferentie van de Arabische Liga gehouden. Misschien is er een soort democratie in aanbouw.

Maar Amerika heeft de oorlog niet gewonnen. De oorlog is niet beëindigd met de capitulatie van een vijand waarna de overwinnaar voortaan geen grote politieke en militaire problemen meer heeft. Regelmatig blazen sjiieten en soennieten elkaar op, en in die failed state waarin voor ‘ons’ niets meer te doen valt, blijft de olie voor het Westen van het grootste belang.

Het begin van de oorlog in Afghanistan, vorig jaar, is trouwens ook nauwelijks herdacht. President Obama heeft beloofd dat de laatste Amerikaanse soldaat in 2014 zal vertrekken en intussen is het daar in principe min of meer hetzelfde liedje als in Irak: geen capitulatie van een identificeer­bare vijand, geen nieuw bewind waar­mee voortaan zaken valt te doen, maar een chaos die de betiteling van staat niet verdient. Waarom zal het Westen dan vertrekken? Omdat het de uitzichtloosheid moe is, geen mensenlevens en geld meer wil verspillen aan een probleem dat we tenslotte als onoplosbaar hebben erkend. Volgens een enquête van The New York Times wil tweederde van de ondervraagden een versnelde terugtrekking.

Intussen is in Noord-Afrika een ontwikkeling aan de gang die we vorig jaar de ‘Arabische lente’ noemden. Omwentelingen in Tunesië, Libië en Egypte, en in Syrië een opstand die zich tot een burgeroorlog heeft ontwikkeld zonder dat we er iets aan kunnen of willen doen. Een interventie wordt niet eens meer overwogen. Impliciet heeft het Westen daarmee zijn machteloosheid in dit deel van de wereld erkend. En daarmee is een principieel nieuwe fase in de internatio­nale verhoudingen aangebroken: niet alleen het definitieve einde van het oude imperialisme (dat al meer dan een halve eeuw op zijn retour was), maar ook de stilzwijgende erkenning dat Amerika met zijn bondgenoten niet langer de enige en opperste supermacht is.

In de oorlogen die na 9/11 zijn uit­gebroken, heeft het Westen onder leiding van Amerika historisch gezien op een ongekende manier gefaald. Dat wordt nu wel stilzwijgend door onze leiders erkend, maar de oorzaken blijven officieel onbesproken en wat de gevolgen aangaat zijn we nog niet eens aan het begin van een diagnose toe. Over de oorzaken van het falen is in de loop der jaren wel een grote hoeveelheid literatuur verschenen, waarin de schuld van Bush en de neoconser­vatieven uitvoerig en haarscherp wordt omschreven. Daarbij gaat het hoofdzakelijk over de vergissingen, de zelfoverschatting en de leugens waarmee het publiek is wijs­gemaakt dat oorlog onvermijdelijk was.

Op een groot deel van de Amerikaanse publieke opinie heeft dit geen noemenswaardige invloed gehad. Dat wordt nu duidelijk in de verkiezingsstrijd, waarin de Republikeinse kandidaten op het gebied van de buitenlandse politiek in principe hetzelfde nummer als Bush blazen. De illusie van Amerika’s almacht en grootheid duldt in deze kringen geen tegenspraak. Obama kan zich onder deze omstandigheden geen beslissingen veroorloven die door de Republikeinen meteen als capitulatie zullen worden ontmaskerd. En in het verre kielzog handhaaft Nederland zijn dappere geknutsel in Kunduz.

Er is nog een andere kant aan de oorlogen die we sinds 9/11 voeren. In het algemeen gaan we ervan uit dat we een terroristische vijand moeten verslaan en tegelijkerijd een volk van een islamistische dictatuur moeten bevrijden. Dat blijkt niet zonder ‘collateral damage’ te gaan, zoals we het eufemistisch noemen. Een bom uit een onbemand vliegtuigje treft een school of een bruiloft, een soldaat die de kluts is kwijtgeraakt gaat wild om zich heen schieten of verbrandt een stapel korans. Maak er over de afgelopen tien jaar eens een lijstje van. Voor de volken die we willen bevrijden zijn we vreemdelingen. Door deze ‘bijkomende schade’ maken we ons gehaat.

Daarbij komt dat het Westen sinds tien jaar een nieuw soort oorlog voert, waarin onze enorme legers worden aangevallen met bermbommen, autobommen, zelfmoordenaars. Het is geen guerrilla, het is een oeverloze strijd waarvoor we geen naam hebben, noch een manier om de onbetwiste overwinning te behalen. In 1830, het jaar van zijn dood, is Vom Kriege verschenen, het standaardwerk van Carl von Clausewitz. ‘Oorlog is niets anders dan een voortzetting van de politiek met andere middelen’ – die sleutelformule kennen we. Maar aan welke nieuwe middelen ontbreekt het ons in deze tijd? Er is dringend behoefte aan een nieuwe Clausewitz.