De droomwereld van ons speelgoed

Waar is G.I. Joe gebleven?

Toen spelcomputers nog te duur waren, speelden jongens met G.I. Joe’s. Dat waren geen poppen, maar actiefiguren, getraind in de moerassen van Louisiana. Joost de Vries had er wel tachtig.

HET BEGINT ergens eind augustus, begin september, als de Intertoys-gids (316 bladzijden) op de mat ploft en bij tienduizenden kinderen door heel Nederland een zaadje ontkiemt, dat zich door het zenuwstelsel heen wortelt en groeit en groeit totdat het in december op ontploffen staat. Dit is de spanningsboog die Sinterklaas heet, of voor anderen Kerst.
Voor de oudere kinderen, de non-believers, eindigt de spanningsboog vaak al voor pakjesavond, namelijk wanneer hun vaders en moeders parkeren voor Toys XL in Utrecht, ‘de grootste speelgoedwinkel van Nederland’. De Toys XL ligt aan de andere kant van de meubelboulevard, ver buiten het centrum, nog voorbij Kanaleneiland. Je komt hier niet toevallig even langs, en in het eerste weekend van december zie je de stationwagons af en aan rijden, zoekend naar een parkeerplek terwijl de kinderen op de achterbank tegen het raam aan hijgen als enthousiaste labradors.
Ook als je in geen tien jaar in een speelgoedwinkel bent geweest, denk je in eerste instantie dat je in een feest van herkenning terecht bent gekomen. Op de bordspellenafdeling van Toys XL liggen de titels van weleer: Jenga, Twister, Vier op 'n rij, Wie is het?, Ganzenbord, zelfs Mens erger je niet. Maar hoe meer er hetzelfde is gebleven, hoe meer er is veranderd. Op de nieuwste Monopoly-uitgave, Monopoly U-build (Parker, €35,99, vanaf 8 jaar) staat een grote sticker: 'Kies hoe lang je speelt!’, met de keuzes van het '30 minuten startersparcours’ tot het '90 minuten profparcours’. Bij Risk en Triviant vind je soortgelijke aanduidingen: de tijd dat bordspelen nog landerige middagen mochten vullen is voorbij. De kids doen aan time management.
Pijnlijker blijkt de nieuwste uitgave van Trivial Pursuit: Wedden dat je ’t weet (Hasbro, €34,99, vanaf 12 jaar), dat werd verkozen tot Speelgoed van het Jaar in de categorie 12-plus. Ooit gold Trivant nog als de Grote Bepaler wie de slimste persoon van de familie was. De afgelopen jaren is het spel al gesimplificeerd, doordat je minder vaak hoefde te gooien om een driehoekje te verdienen, nu win je het spel niet door wat je weet, maar door te in te zetten op wat je tegenstander niet weet. Is dit de verwording van het tweede-fase-onderwijs? Waarin je als scholier niet meer hoeft te weten, maar alleen nog hoeft te weten waar je het antwoord kan vinden? De puinhopen van de onderwijsvernieuwingen van Paars reiken tot in de speelgoedwinkel.
Onaangetast is het gelukzalig roze domein van Barbie, nog steeds de pop die het allemaal heeft: een Fiat 500 met open dak (Mattel, €34,99, vanaf 3 jaar), een eigen haarsalon (Mattel, €32,99, inclusief Barbie, spiegel, draaistoel, exclusief shampoo), een serie prinsessenjurken en een BMI van Olympisch niveau. Nog altijd is de meisjespop de grootste attractie van de speelgoedwinkel, zo lijkt het, op basis van het aantal vierkante meters dat er voor haar is uitgetrokken. Er staan wat modieuze concurrenten in de schappen - meest notabel: de Justin Bieber-pop (Bridge Direct, €19,99, vanaf 6 jaar), die er levensechter uit ziet dan het tieneridool zelf - maar uiteindelijk staat Barbie’s heerschappij buiten kijf. De formule van accessoires en droomhuizen is nauwelijks aangepast, al zijn er een paar nieuwe technische varianten in haar universum, zoals Pratende Ken, of Sweet Talking Ken zoals hij in het Engels heet (Mattel, €29,99, inclusief batterijen, vanaf 3 jaar), de panseksuele levenspartner van Barbie, die nu is uitgerust met een mechanisme waarop je een boodschap kunt inspreken.
De enige wezenlijke aanpassing zit in Barbie zelf: haar gezicht is jonger geworden. Konden meisjes haar vroeger als frisse twintiger nog voorstellen als dolfijnentrainer, stewardess of zelfs presidentskandidaat, nu ziet ze eruit als zestien. Je vraagt je toch af wat dit betekent: zien meisjes hun idool liever als hip, whatsappend schoolmeisje dan als beginnende carrièrevrouw? Kostbare grond voor feministen gaat verloren.
De Prijs voor Het Speelgoed Dat Het Meeste Pijn Doet Als Je Er Met Je Blote Voeten Op Gaat Staan gaat naar alles van het populaire Schleich: miniatuur-dinosaurussen, -eenhoorns, -ruiters, -boerderijdieren (Schleich Knabstrupper Hengst, €7,99, vanaf 3 jaar) en -elfen gemaakt van keihard onbuigzaam plastic.
Midden in de winkel, aan de rand van het gebied dat wordt aangeduid als 'Boy’s’ staat een van de meest citeerbare gezinnen.
Zoon: 'Is dit geweer twintig meter lang? Dat kun je toch nooit optillen?’
Vader: 'Nee, hij schiet twintig meter ver.’
De vader staat ermee in zijn handen en lijkt die twintig meter in zijn hoofd te visualiseren. En gelijk heeft hij: de Nerf Vortex Nitro Blaster (Hasbo, €59,99, vanaf 8 jaar) is een wasmiddelgroen, futuristisch geval dat kleine ronde schijven van foam afschiet, een lasergeleid vizier heeft en door de Britse krant The Guardian werd uitgeroepen tot speelgoed van het jaar. In de Nerf-reeks tel je een dozijn varianten, waar een volledige afdeling in de winkel voor in het leven is geroepen. Het is er druk, veel jongetjes staan eromheen met hun veelal geïnteresseerde vaders en ergens is dat begrijpelijk: dit lijkt een van de weinige speelgoedgebieden waar een grote sprong voorwaarts is gemaakt. Oorlogje spelen is inherent aan opgroeien als jongen en een van de activiteiten die hij relatief vroeg laat vallen; in de bosjes naar elkaar toesluipen met een plastic geweer en BRATATA-TAK-TAK-TAK! roepen, heeft iets onbevredigends. Zodra het mogelijk is gaan de kinderen liever lasergamen of paintballen, omdat dat minder fantasie vereist: je kunt daadwerkelijk iemand raken. Het is spannend. Maar lasergame is duur en paintballen onveilig, Nerf lijkt; for the time being, een slimmere oplossing.
Op veel andere plekken straalt de speelgoedwinkel tijdloosheid uit. Er is een grote hoek met auto’s in alle soorten en maten, er zijn opblaasbootjes, plastic zwaarden, sleeën en inline-skates. Lego gaat keurig met de populaire trends mee. Dit jaar liggen er de even dure Star Wars-, Pirates of the Caribbean- en Harry Potter-lijnen. Vooral die laatste levert megadozen af, waarin je heel de toverschool Zweinstein na kan bouwen (Lego, € 129,99, vanaf zes jaar) of alleen de scène uit Harry Potter and the Deathly Hallows waarin Harry Voldemort confronteert, Harry Potter: Het Verboden Bos (Lego, €14,99, vanaf 6 jaar) - maar waarom ziet Hermione eruit alsof ze negentig kilo weegt? En waarom valt ze Hagrid aan? Zoals Barbie een roze hoek heeft, zo heeft Playmobil nog steeds een blauwe hoek. De poppetjes hebben nog steeds hetzelfde formaat, kunnen hetzelfde en hebben dezelfde wezenloos blije uitdrukking op hun gezicht.
In feite is er niets dat je tien jaar geleden in je speelgoeddoos kon hebben dat nu niet meer verkrijgbaar is. Behalve G.I. Joe.

BIJ ONS THUIS speelde mijn broer met Transformers en ik met G.I. Joe. We hebben het nu over de vroege jaren negentig. Deze G.I. Joe en Transformers-tweedeling was redelijk karakteristiek voor alle kinderen die op onze keurige protestants-christelijke basisschool zaten, in ons keurige forensendorp. Je speelde met het een of met het ander. Een tijdlang waren de actiefiguurtjes van de Teenage Mutant Ninja Turtles populair, en, na Steven Spielbergs Jurassic Park, brak een dinosaurusmanie aan die minstens een decennium heeft geduurd, maar uiteindelijk kwam je steeds bij G.I. Joe en Transformers terug.
Transformers waren, al zou dat projectie van mijn kant kunnen zijn, net een slag braver dan G.I. Joe. Transformers waren buitenaardse robots die je kon veranderen in voertuigen, de good guys in auto’s, de bad guys in vliegtuigen, en met auto’s spelen vond ik als kind al snel kinderachtig. Bovendien waren robots onrealistisch: G.I. Joe was het echte werk. Dit waren actiefiguurtjes die net tussen de duim en wijsvinger pasten en die de elite-eenheid van het Amerikaanse leger vertegenwoordigden. Je kon hun benen en armen buigen en hun nek draaien en ze zo bewegingen laten maken met hun bijhorende messen en mitrailleurs. Ze hadden stoere gezichten en lieten Playmobil ver achter zich als kinderlijk en braaf - sowieso kwamen de Playmobil-fans in onze klas steevast uit de meer christelijke gezinnen (wij waren 'niets’, zeiden we altijd), wat het in onze ogen meteen nog suffer maakte - al kon je op verjaardagspartijtjes makkelijk de Playmobil-pistooltjes en -zwaardjes achteroverdrukken en die dan gebruiken voor je G.I. Joe-poppetjes.
Mijn lievelingspoppetjes waren Tunnelrat en Outback. Tunnelrat was getraind in de moerassen van Louisiana (dat stond achter op de verpakking), hij droeg een bandana, een zwarte spijkerbroek met cowboylaarzen, had zwarte camouflagestrepen op zijn gezicht en droeg een machinegeweer bij zich dat vanaf de grond tot voorbij zijn navel kwam. In de reguliere versie had Outback een oranje baard en een wit T-shirt, maar ik had de Tiger Force-versie, het 'G.I. Joe-jungleteam’, waarin hij een witte baard had en een oranje T-shirt. Alsof hij ineens in de overgang was beland. Zijn specialisatie: geheime missies achter de vijandelijke linies.
Ik had misschien tachtig verschillende G.I. Joe’s. De meeste kreeg ik van alle tantes, juffen en buurvrouwen die op bezoek kwamen toen ik een jaar in het ziekenhuis lag. Mijn moeder zal het een en ander gecoördineerd hebben, want ik kreeg nooit dubbele. Heel soms kreeg je, meestal van moeders van klasgenootjes met wie je niet zo bevriend was, poppetjes van een B-merk (je betaalde al gauw dertien, veertien gulden voor een echte Joe) en zelden lukte het me mijn irritatie daarover te maskeren. Je had er niets aan. Die B-merken waren vaak simpeler en vaak een kop groter dan de G.I. Joe’s, waardoor het leek alsof Tunnelrat en Outback met hun freak of nature-broertje op stap waren.
Oorspronkelijk waren de poppen groter, meer van het formaat Barbie, toen ze in 1964 in de VS door speelgoedfabrikant Hasbro werden gelanceerd. De term 'poppen’ werd bewust door producent Hasbro vermeden: het waren 'actiefiguren’, want jongetjes vonden poppen immers niet leuk. Dat was voor meisjes, al werden de Joe’s geleverd met evenveel outfits als een gemiddelde Barbie. De eerste drie figuurtjes waren Rocky (een soldaat), Skip (een zeeman) en Ace (een piloot), om zo alle takken van het leger aan bod te laten komen - een beslissing waar Hasbro al snel spijt van zou krijgen. Naarmate de Vietnam-oorlog escaleerde en het anti-oorlogssentiment in de VS zich verspreidde probeerde Hasbro G.I. Joe van het leger los te koppelen. Er werd geprotesteerd bij speelgoedwinkels: 'G.I. Joe must go!’ In een poging te redden wat er te redden viel verschoof Hasbro de focus. De Joe’s werden nu bestempeld (op de verpakking) als 'avonturier’: zo was er een astronauten-Joe, een schatzoeker-Joe, een diepzeeduiker-Joe en, de best verkopende van allemaal, Kung Fu-Joe, wiens handen in een speciale 'Kung Fu-grip’ stonden.
In de tweede helft van de jaren zeventig veranderde er veel op het gebied van jongensspeelgoed; als gevolg van de oliecrisis van 1973 werd plastic schaarser en werd het grote formaat waarin de actiefiguren verschenen aanzienlijk duurder (dit leidde tot de doorbraak van Playmobil, dat al in een klein, drie inch-formaat produceerde). En misschien wel belangrijker: de soldaten en de avonturiers wisten de kinderen niet meer zo te boeien nadat de eerste Star Wars-film van George Lucas in 1977 in de bioscoop ging draaien. De miniatuur-Luke Skywalkers en -Darth Vaders hadden de Joe’s zo zeer uit de schappen geconcurreerd dat Hasbro begin jaren tachtig overwoog de hele serie op te heffen. Maar op een gelukkige avond, zoals het verhaal wil, op een benefietdiner in New York, stond de directeur van Hasbro in het herentoilet te plassen naast de directeur van Marvel, de stripboekenuitgeverij. Tegen alle urinoir-etiquette in raakten de twee aan de praat en in no time verscheen G.I. Joe: A Real American Hero, een haasje-over van Marvel en Hasbro, waarin Hasbro een nieuwe serie poppetjes lanceerde, op het kleinere duim-en-wijsvingerformaat, en Marvel stripboeken (en later een tekenfilmserie) publiceerde met die poppetjes in de hoofdrol.
Het was een nieuw format: de eerste generaties G.I. Joe’s waren poppen waarvan je als kind aan één genoeg had, bij A Real American Hero waren er tientallen poppen, allemaal nieuwe personages die allemaal eigen specialisaties hadden. Er was ook een vijand in het leven geroepen: Cobra (goed voor nog eens een paar dozijn actiefiguurtjes), een apolitieke terreurorganisatie die alles op alles zette om de wereldvrede te verstoren, geleid door Destro, een man met een zilveren schedel en een discopak. Ik had Destro. Hij was duurder dan andere poppetjes, een slimme marketingtruc, omdat hij alleen geleverd werd met een soort vliegende troon.

AL IN 1693 suggereerde de filosoof John Locke dat leren lezen en schrijven wellicht een meer aangename ervaring zou zijn als er 'dice and play-things with the letters on them’ waren, zodat kinderen het alfabet al spelenderwijs konden leren. In toenemende mate hebben we speelgoed een educatieve functie toegeschreven, soms in overdreven mate. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bevroren de VS de internationale tegoeden van de Duitse speelgoedproducent Anker, omdat zijn bouwstenen de Duitse jeugd te goed zouden leren hoe je versterkingen moest bouwen. Er zijn meer voorbeelden, denk aan het verbod op Monopoly in de Sovjet-Unie, omdat het kinderen kapitalistische waarden zou bijbrengen. Dat zijn uitwassen, maar natuurlijk doet elk speelgoed in meer of mindere mate een beroep op het groeiende besef voor algebra en logica of op deductieve vaardigheden.
Zoiets gold ook voor G.I. Joe. In tegenstelling tot eerdere generaties poppen was G.I. Joe niet één pop, die je met je meedroeg als een veredelde knuffel/mascotte, maar gaf het je een toegang tot een hele in te vullen wereld. Door de veelvoud aan personages werd je in staat gesteld zelf hele verhaallijnen te bedenken, veldslagen na te spelen en alle intriges te verzinnen die bij de strijd tegen Cobra hoorde. In een essay over Action Man (door Hasbro op de markt gebracht als Engelse variant van G.I. Joe), opgenomen in de bundel Anglo-English Attitudes (1999), schrijft de Britse auteur Geoff Dyer dat in decennia waarin er druk gespeculeerd werd over het potentieel van virtual reality, alle kinderen met hun Action Man al een eigen virtual reality in handen hadden, in de privacy van hun eigen huis.
Waarschijnlijk viel de A Real American Hero-reeks midden in de gouden periode van actiefiguurtjes, toen spelcomputers nog te duur waren en de games te rudimentair om met de fantasiewerelden te concurreren die bij de Joe’s hoorden. Elke Intertoys had een hele wand met G.I. Joe’s - niet alleen de poppetjes, maar ook alle voertuigen die je erbij kon kopen. En met al die verschillende personages waren de Joe’s een statussymbool onder kinderen, die meest manipuleerbare doelgroep, want wie de meeste Joe’s had, kon zonder meer op het respect van zijn klasgenootjes rekenen.
Waar zijn ze gebleven? Ikzelf verloor ze uit het oog toen ik naar de brugklas ging, en als je opzoekt wat er in die tijd met de Joe’s gebeurde, in de tweede helft van de jaren negentig, tekent zich al snel een beeld af. Na 1994 bracht Hasbro elke paar jaar een nieuwe serie op de markt, elke keer bestaande uit minder personages. Het bloedde dood en het is niet moeilijk te bedenken wat ervoor in de plaats is gekomen. G.I. Joe richtte zich op de moeilijkste doelgroep onder kinderen, namelijk de jongetjes tussen pak ’m beet negen en twaalf. Een leeftijd waarop je enerzijds als een kind wil spelen, in je eigen wereldje, en anderzijds steeds meer opkijkt naar oudere kinderen. En die speelden naarmate de jaren negentig vorderden steeds meer met spelcomputers, niet met speelgoed.
Wat is er in de Toys XL op de plek gekomen waar ooit de Joe’s hingen? Mijn gok is Uncharted 3: Drake’s Deception (Sony , €59,99). In de Toys XL staat het heel prominent, met kartonnen borden van de personages, in de games-hoek, vlak naast de kassa. Het is het derde deel van een serie videogames over Nathan Drake, een avonturier-archeoloog met een kuif en een hippe Arafat-sjaal, die deze keer op zoek gaat naar de legendarische verloren stad Iram. Misschien is het woord game nog iets te veel. Uncharted 3 is prachtig geanimeerd, met zo'n strikte verhaallijn dat het de facto een film is, waarin jij een van de personages mag besturen. In vergelijking met G.I. Joe vergt Uncharted nul fantasie van de kinderen.
Heel soms kom je G.I. Joe nog wel eens tegen, onverwacht, ergens op het internet, in de categorie camp. Tijdens de periode van tekenfilms maakte G.I. Joe een aantal public service announcements - de Amerikaanse Sire-reclames - waarin een Joe een groepje kinderen aansprak op gevaarlijk gedrag, rijden zonder licht, roken, in bomen klimmen, et cetera. Het probleem is dat de Joe’s, waar ze ook waren, hun themakleding droegen. Harnassen, petten, leren jacks zonder shirts. Ensembles die je waarschijnlijk nu met de gay parade associeert. Kinderen van vandaag hebben daar een radar voor, veel meer dan twee decennia terug. Als je nu een matroos met een oorbel, een papegaai, een getrimde baard en een te kort afgeknipte spijkerbroek in een zandbak tussen de spelende kinderen aantreft, denk je niet: 'Hé! Daar hebben we Shipwreck!’, maar bel je direct de politie, of op z'n minst De Telegraaf.