Smartengeld voor slachtoffers Gronings bevingsgebied

‘Waar is hier de menselijkheid?’

Slachtoffers van de Groningse gaswinning kunnen binnenkort aanspraak maken op smartengeld, als zij hun leed tenminste hard kunnen maken. ‘Verdriet is niet in geld uit te drukken.’

Twee kleintjes waren er vorige week: één van 0.6 en één van 1.2 op de schaal van Richter. Nee, die voel je niet, vertelt Ger Warink in zijn achtertuin in Loppersum. Vaker hoor je ze. Bevingen klinken als onweer en als het epicentrum een dorp verder ligt, dan hoor je ze komen en weer gaan. ‘Rrrrr, boem! En rrrrr…’ Je ervaart ze ’s nachts het meest intens. Dan hoor je het huis kraken, de kasten en de vloeren, je hoort gruis vallen achter de wanden. Als je naar buiten kijkt, zie je de bomen heen en weer gaan.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Groene-redacteur Roos van der Lint over het aardbevingsleed in Groningen. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Ja, je schrikt je elke keer weer rot. Het huis van Warink en zijn vrouw, waarin hij ook een muziekwinkel runt, heeft er inmiddels honderden doorstaan en is total loss. Ze vielen er als een blok voor toen ze het in 1994 kochten, een pand uit 1906 met sierlijk metselwerk en kleine kantelen op het dak, maar de muren vertonen inmiddels talloze scheuren en door bodemdaling als gevolg van de aardgaswinning helt de voorgevel acht centimeter naar links. Naast de voordeur hangt een bord met een tekst die Warink zelf bedacht: ‘Onverklaarbaar bewoonde woning’.

Sinds hij in 2006 voor het eerst melding maakte van aardbevingsschade deed Warink als bewoner van Loppersum vaker zijn verhaal, soms demonstratief met zijn koffer vol papierwerk in een nieuwsstudio. Hij deed mee aan de hoorzittingen in de Tweede Kamer en voerde gesprekken met Economische Zaken. Minister Kamp zat hier bij hem aan tafel, premier Rutte kwam op bezoek bij de buren. Hij was een van de Groningse muzikanten die samen met Freek de Jonge een strijdlied voor Groningen op muziek van Ede Staal bracht bij De wereld draait door. Maar aan zijn situatie, en aan die van duizenden anderen, veranderde lange tijd weinig tot niets.

Inmiddels is de kogel door de kerk: het huis van Warink wordt gesloopt, alleen de voorgevel blijft staan. Eigenlijk zouden ze morgen naar een tijdelijke woning overgaan, voor onbepaalde tijd, maar de sloop is voor de tweede keer uitgesteld. Het zwembad in de tuin had Warink alvast opgeruimd, maar nu komt er toch nog een zomer in het ‘oude’ huis.

De schade, de strijd en de stress hebben hun tol geëist. Warink is er hartpatiënt van geworden, vertelt hij, heeft last van boezemfibrilleren. Hij zit er nu ontspannen bij, in T-shirt met spijkerbroek en voeten die rusten op de lage salontafel, maar eigenlijk kan hij er niet over praten. ‘Na vijftien jaar ben ik uitgestreden. Ik wacht nog steeds. Er is licht aan het eind van de tunnel, maar hoe lang is die tunnel nog? Ik moet mezelf in bescherming nemen.’

Een veilig huis

Onder de naam ‘Een veilig huis, een veilig thuis?’ deed Gronings Perspectief in 2019 een kwalitatief onderzoek naar het welbevinden en de leefomgeving van kinderen en jongeren uit het Gronings gaswinningsgebied. Bij het onderzoek verscheen tevens een publicatie met tekeningen en brieven die kinderen en jongeren tijdens het onderzoek hebben gemaakt. Een aantal van hun tekeningen ziet u hier.

De gaswinning in Groningen is van meet af aan een kwestie van cijfers geweest met weinig oog voor de menselijke gevolgen van de industrie. Het gaat over geld, gas en schade, uitgedrukt in euro’s, kubieke meters en aantallen scheuren. Het gaat over aardbevingen gemeten op de schaal van Richter, waarbij alleen uitschieters het nieuws halen. Maar achter de kilo’s dossiers die bewoners over hun huizen in bezit hebben, gaan bergen problemen schuil die niet in cijfers zijn uit te drukken. Stress, angst, woede en verdriet, soms resulterend in sociale problemen en gezondheidsklachten, leggen mensenlevens lam. Deze immateriële schade blijft echter goeddeels onzichtbaar: anders dan huizen staan mensen niet in de steigers. Niemand die hun zorgen ziet, niemand die er verantwoordelijkheid voor hoeft te nemen.

Ger Warink uit Loppersum is één van naar schatting tienduizenden bewoners van Groningen die naast fysieke schade kampt met immaterieel aardbevingsleed. De Rijksuniversiteit Groningen doet sinds 2016 onderzoek naar de psychosociale impact van de gaswinning. Gronings Perspectief laat zien dat er aantoonbaar verband is tussen de waargenomen schade aan een huis en de gezondheid van een bewoner. Cijfers uit 2016 liegen er niet om: van Groningers met meervoudige schade is het aantal met een hoog risico op mentale gezondheidsklachten 39 procent hoger en het aantal met veel gezondheidsklachten tachtig procent hoger dan normaal, in vergelijking met Groningers zonder schade. Doorgerekend werd dit toen geschat op vijf mensen per jaar die konden overlijden aan de problematiek, een voorzichtige schatting.

Een belangrijke oorzaak van de gezondheidsklachten schuilt in de ‘ervaren veiligheid’: het meemaken van een beving, de opgelopen schade en het gebrek aan vertrouwen doen een aanslag op het veiligheidsgevoel met alle gevolgen van dien. Weinig mensen zijn bang voor een ware catastrofe, zoals het instorten van hun huis, maar velen maken zich chronisch zorgen. Hoofddocent sociale psychologie Katherine Stroebe geeft leiding aan het onderzoek en wil bij dat laatste wel een kanttekening plaatsen: het kan een coping strategy zijn. ‘Het kan zijn dat bewoners zich, meer dan ze willen toegeven, zorgen maken over de veiligheid van hun huis. Dat weten we simpelweg niet uit op basis van ons onderzoek. Het besef dat er in het dagelijks leven een catastrofe zou kunnen plaatsvinden, is heel bedreigend’, zegt zij aan de telefoon.

Een deelonderzoek ging specifiek in op de ervaring van kinderen en jongeren in Gronings gaswinningsgebied. Ze vertellen over het meemaken van aardbevingen, hun perceptie van schade, angst en veiligheid. Sommige van hun uitspraken relativeren, andere ontroeren. Een kind van elf: ‘Nou, het voelde wel een beetje als een onverwachte massage alleen dan niet zo lekker.’ Een kind van zes denkt in bed vaak terug aan haar vorige huis. Interviewer: ‘Hoe gaat het dan als je wil gaan slapen?’ Kind: ‘Dan zeg ik gewoon even: doei, lief huis.’ Volgens Stroebe zou meer onderzoek naar de belevingswereld van kinderen moeten worden gedaan.

Het gevoel van veiligheid is een belangrijk maar tevens ongrijpbaar component van de aardbevingsproblematiek: gevoel is niet in cijfers te vatten en ook niet exact te definiëren. Stroebe: ‘Het gaat er bij veiligheid niet alleen om of een huis fysiek veilig is, maar ook hoelang je al verwikkeld bent in procedures. Wij clusteren dat in het woordje “gedoe”: hoeveel gedoe heb je gehad? Dat is natuurlijk moeilijk te meten.’ Toch is dat belangrijk: volgens het onderzoek kan beleid dat alleen inzet op fysieke veiligheid het gevoel van veiligheid zelfs ondermijnen, omdat het geen erkenning is van het grotere probleem. Het bagatelliseren en het ontkennen van de ernst van de impact is, vermoeden de onderzoekers, daarbij een van de belangrijkste factoren die bijdraagt aan chronische stress.

Dus toen Johan Atema, directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (nam), onlangs in de krant beweerde dat slechts vijftig in plaats van 26.000 huizen versterkt zouden hoeven te worden, had dat waarschijnlijk een direct gevolg voor het welzijn van de bewoners. Hij ging met zijn ‘relativerende’ uitspraken over de noodzaak van de versterkingsoperatie als een olifant door een porseleinkast. Stroebe noemt de uitspraken ‘zeer ongelukkig’. ‘Voor veel mensen is de versterking van hun huis een strohalm en hij trekt de noodzaak daarvan ineens in twijfel. Het bagatelliseren van de problematiek en het creëren van nog meer onzekerheid over de toekomst doet het gevoel van onveiligheid alleen maar toenemen.’

Groningen heeft volgens de onderzoekers te kampen met een ‘chronische’ ramp waarvan mensen, anders dan bij een acute ramp, minder goed kunnen herstellen omdat de ramp maar voortduurt. Recent onderzoek naar gezondheidsklachten toont weliswaar lichte verbetering, maar er is nog steeds een kwetsbare groep. En er is nog iets, vertelt Stroebe. ‘In recent onderzoek viel ons de alertheid van bewoners op. Ze letten iets meer op dan voorheen, lijken meer “aan” te staan. Bij elk geluid en elke beweging denken ze: is dit een aardbeving? Die alertheid past bij het chronische karakter van de problematiek. Net als de schadeafhandeling is het onderdeel geworden van hun leven, maar niet op een prettige manier.’

De prijs van dit leed, ondervonden door zo veel mensen, over zo een lange tijd? Vijftienhonderd tot maximaal vijfduizend euro per persoon

De aardbeving als natuurfenomeen is van oudsher omgeven door mythes. Bij gebrek aan een verklaring voor het schudden van de aarde bieden bovennatuurlijke krachten houvast. Japan heeft het verhaal van Namazu, een reusachtige vis die verborgen ligt onder de eilanden en aardbevingen veroorzaakt wanneer hij zwiept met zijn staart. De Azteekse kalender kende een speciaal teken voor aardbevingen, een soort rad met armen dat de grond omwoelt met in het midden een boos oog.

Het land boven het Groningenveld behoeft geen mooie verhalen: de aardbevingen zijn een direct gevolg van de aardgaswinning die hier sinds 1963 de bodem in beweging brengt. Bewoners ervaren ze niet als het noodlot, maar als onrecht dat hun wordt aangedaan. Als je een symbool voor deze bevingen moest bedenken, dan zou dat het euroteken in de ogen van directeuren, aandeelhouders en ministers door de jaren heen moeten zijn.

De oorzaak van de Groningse bevingen mag dan onnatuurlijk zijn, het effect is hetzelfde: op ongezette tijden begint de grond onbedaarlijk te schudden, met angst, schade en frustratie tot gevolg. Bodemdaling als gevolg van gaswinning doet huizen verzakken. Wat is de prijs van dit leed, ondervonden door zo veel mensen, over zo een lange tijd?

Zoals het er nu naar uitziet vijftienhonderd tot maximaal vijfduizend euro per persoon, voor wie dat leed hard kan maken. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (img) is in juni begonnen met een pilot voor honderd huishoudens die mogelijk in aanmerking komen voor een vergoeding van immateriële schade, het zogenaamde smartengeld. Kinderen kunnen aanspraak maken op een bedrag ter hoogte van één derde van het bedrag dat een ouder toegekend krijgt.

De smartengeldregeling kent, zoals de meeste regelingen in Groningen, een lange aanloop die begon met een rechtszaak van een groep gedupeerden tegen de exploitant van het Groningenveld, de nam, in handen van Exxon en Shell. De rechtbank oordeelde in maart 2017 al dat de nam aan een deel van de bewoners immateriële schade ten gevolge van de aardbevingen moet vergoeden. De nam ging in beroep en het gerechtshof kwam tot dezelfde conclusie. De nam ging in cassatie en de uitspraak van de Hoge Raad wordt verwacht in oktober van dit jaar. Het gaat hoe dan ook niet van harte. Zoals de rechter in de laatste uitspraak opmerkt: ‘nam is geen filantropische instelling maar een dochtervennootschap van twee multinationals.’

Het woord is nu aan het img, vorig jaar in het leven groepen als onafhankelijk bestuursorgaan dat de aansprakelijkheid van de nam moet afwikkelen voor zowel de materiële als de immateriële schade. Dat is niet alleen een megaklus, maar ook geen eenvoudige opgave. Zoals bestuursvoorzitter Bas Kortmann zegt, in een online gesprek samen met bestuurslid Ellen Giebels: ‘Het Gronings probleem is een veelkoppig monster, met niet alleen de nam die tekort is geschoten maar ook de overheid die niet altijd adequaat heeft gereageerd. Het vertrouwen in Groningen in de overheid is gering, zo niet onder nul, en daar hebben wij als img ook last van. We worden gezien als het zoveelste overheidsclubje dat hier komt helpen. We moeten vechten om het vertrouwen te krijgen.’

Kortmann, jurist en voormalig rector magnificus van de Radboud Universiteit Nijmegen, benadrukt hoe uniek de situatie in Groningen is: in Nederland bestaan geen voorbeelden van honderdduizenden mensen die een verzoek tot schadevergoeding doen. Voor immateriële schade komen daar enkele hobbels bij. Smartengeld wordt in Nederland weinig toegekend en dit soort leed bevindt zich bovendien in een hoekje van de rechtsspraak. Het gaat om ‘persoonsaantasting’ in de categorie ‘zeer ernstig verdriet’ en dat verdriet is lastig om vast te stellen.

‘Bij de een veroorzaakt zoiets ellendigs als terugkerende aardbevingen een veel groter verdriet dan bij de ander. Dat betekent dat je voor een schadevergoeding een systeem moet ontwikkelen met een zekere vorm van standaardisering, maar binnen die standaarden zo veel mogelijk rekening moet houden met individuele situaties’, zegt Kortmann. Een andere hobbel is dat de bedragen voor smartengeld in Nederland ten opzichte van sommige andere landen laag zijn. ‘Een van mijn grootste angsten is de overspannen verwachtingen bij de Groningers. De overheid heeft ons als opdracht gegeven ruimhartig te handelen en wij zoeken de grenzen op van wat mogelijk is. Maar we moeten binnen het juridische speelveld blijven omdat we de aansprakelijkheid van iemand anders afwikkelen.’

In de regeling zoals deze nu op tafel ligt, wordt Gronings leed gemeten aan de hand van een aantal ‘bouwstenen’: de omvang van de fysieke mijnbouwschade, de veiligheid van de bewoner, de locatie van de woning en de afhandelingsduur van schademeldingen. Daarnaast is er een persoonlijke vragenlijst die de consequenties daarvan kan spiegelen en die tevens is ingevuld door drieduizend Nederlanders om de antwoorden van de Groningers te kunnen wegen. Anders dan bij fysieke schade komen er in principe geen deskundigenrapporten bij de regeling kijken, wat niet betekent dat vertellen over ervaren leed voldoende is om voor vergoeding in aanmerking te komen. Zelfs een verklaring van een huisarts geeft bijvoorbeeld geen doorslag want, zo is de gedachte, ieder mens heeft een andere drempel om hulpverlening te zoeken. Het is zoeken naar concrete gronden voor het bestaan van smart.

Ellen Giebels is hoogleraar psychologie en heeft zich bij het img met name beziggehouden met de psychologische onderbouwing van de regeling. Die is volgens haar gedegen. ‘Het is belangrijk dat je mensen serieus neemt, dat je ze de gelegenheid geeft om schadevergoeding aan te vragen en, als ze willen, hun verhaal te doen. De bedragen van immateriële schadevergoeding zijn weliswaar relatief bescheiden maar het toekennen geeft een belangrijk signaal aan de samenleving. Het is een collectieve erkenning van het leed in Groningen.’

Dat van die huisarts vindt ze ook lastig, want het gevoel van mensen is echt, maar ze begrijpt dat een huisartsbezoek alleen juridisch gezien geen stand houdt. We lopen de bouwstenen door en stuiten bij ‘veiligheid’ op een soortgelijk dilemma. Een concreet signaal van een gevoel van onveiligheid is het doen van een zogenaamde aos-melding: een acuut onveilige situatie waarna het img de bewoner binnen 48 uur duidelijkheid geeft over de constructieve veiligheid van een woning. Uit het jaarverslag van het img blijkt dat in 2020 maar liefst 622 meldingen van een acuut onveilige situatie werden gedaan waarvan 109 gegrond en 513 ongegrond werden bevonden. Wat betreft aos-meldingen vormen alleen gegronde meldingen binnen de regeling een aanwijzing voor ervaren veiligheid.

Kun je niet stellen dat alle mensen die een melding deden, zich werkelijk onveilig hebben gevoeld? Giebels zegt: ‘Het doen van een aos-melding is natuurlijk een indicatie dat er iets aan de hand is, alleen valt een ongegronde melding niet binnen deze regeling. We hebben voorbeelden van mensen die twee of drie keer een melding hebben gedaan. Hoe kan het dat ze die angst houden terwijl er iemand is geweest die heeft gezegd dat hun situatie veilig is? Daar moet je wat mee, maar dat is op dit moment niet de rol en de taak van het img.’

Bas Kortmann vult aan: ‘Verdriet is niet in geld uit te drukken en moeilijk te wegen. Je zoekt naar elementen waar je dat verdriet uit kunt afleiden en je moet daarbij grenzen stellen. Het enkele feit van een aos-melding is niet voldoende. Aan de ene kant maken we situaties mee die veel onveiliger zijn dan mensen zelf denken, die vervolgens hun huis uit moeten en dat niet willen. Aan de andere kant maken we situaties mee waarbij we zeggen: die man of vrouw had op dat moment gewoon aandacht nodig. Wat betreft het veiligheidsaspect was er weinig aan de hand, wat niet wil zeggen dat er met die persoon niets aan de hand hoeft te zijn. Dit zijn twee extremen en er zit heel veel tussenin.’

Giebels en Kortmann benadrukken dat een aos-melding binnen de regeling maar een van de indicatoren is voor het vaststellen van veiligheid: de bouwstenen vertegenwoordigen elk een ander stuk leed en samen met de vragenlijst moet dat een afgewogen beeld van het leed geven. De pilot zal uitwijzen of dat alles strookt met leed in de praktijk.

‘Ik heb altijd gezegd: máák het huis maar gewoon. Wij willen rust. We willen gewoon wónen, leven. Zielenpijn, hoe moet je dat nu repareren?’

De Groninger Bodem Beweging, de belangenvereniging voor mensen met schade door de gaswinning, is door het img nauw bij de regeling voor smartengeld betrokken en voelt zich bij deze regeling goed gehoord. Dat neemt niet weg dat de achterban vraagtekens zet bij de ‘waanzin’ ervan, vertelt bestuurslid Ciska van Aken door de telefoon. ‘Geld staat in geen verhouding tot het leed dat mensen hebben meegemaakt en nog altijd meemaken. Of een bewoner nu vijftienhonderd of vijfduizend euro krijgt, het gevoel van onrecht is zo groot dat het sowieso wordt ervaren als een fooi.’

Dat bewoners ook voor immateriële schade, dat voor een groot deel veroorzaakt is door procedureleed, opnieuw een procedure moeten doorlopen, noemt zij een duivels dilemma. ‘Sommige mensen vinden het fijn om hun verhaal nog eens te doen, anderen zeggen: tuig toch niet weer een kerstboom op, je weet om welke mensen het gaat, stort het bedrag gewoon op hun rekening. Voor beide reacties is begrip. Het is aan het img om daar zo goed mogelijk mee om te gaan.’

Het grote zeer bij veel Groningers zit er volgens Van Aken in dat ze zich ‘ontzettend gepiepeld’ voelen: de gevolgen van de gaswinning zijn een te groot probleem waar van begin af aan te weinig regie op is geweest. ‘Wat je steeds tegenkomt is het verschil tussen de systeemwereld en de leefwereld. Hoe zet je het probleem juridisch zo goed mogelijk weg en wat is de ervaring van de mensen die in de shit zitten. Dat geeft veel verdriet, terwijl iedereen het ook goed wil doen.’

De leefwereld van de Groningers ziet aardbevingscoach Myléne Piek elke dag. Ze ontvangt me in centrum De Meenschaar in Bedum waar welzijnsorganisatie Mensenwerk Hogeland is gevestigd, maar ze werkt door de hele gemeente. In de wachtkamer hangt een poster van het img. Onder een foto van een Groningse vlag die wappert voor een oude kerktoren nodigt het instituut bewoners uit voor een spreekuur. Piek heeft goed contact met de instanties maar werkt onafhankelijk en dat is voor haar belangrijk: zij hoeft niets van de bewoners, ze is er puur en alleen om hen te ondersteunen. Dat kan praktisch zijn, bijvoorbeeld door samen een brief te lezen van een instantie als het img, maar meestal is het een kwestie van luisteren en de aandacht bij de bewoner proberen te verzetten van alleen maar dat problematische huis.

Aardbevingscoach is een vrij nieuwe functie die Piek bekleedt sinds 2019, en de problemen waar zij mee in aanraking komt zijn complex. Ze vertelt: ‘Er is sprake van aardbevingsproblematiek, maar vaak zit daar nog iets onder. Dat kan een relatie zijn die niet goed loopt door de stress van aardbevingsschade. Of geestelijke problematiek: mensen die in het verleden een trauma hebben opgelopen dat door dit dossier getriggerd wordt.’

Angst en wantrouwen zijn veelvoorkomend. Ze ziet hoe mensen zich vastbijten in het dossier omdat ze naar hun idee niet worden gehoord. Piek: ‘Wat doet het met je als je niet gehoord wordt? Op een gegeven moment krijg je een bepaalde drive om het tegendeel te bewijzen. Het kost mensen meestal meer dan dat het oplevert.’

Ze zag mensen met een goede baan die deze door de stress rond een huis verloren. Een vrouw met nachtmerries die steeds droomde dat alles om haar heen ineenstortte. Een gezin dat uit elkaar ging omdat de moeder zich niet meer veilig voelde in huis. Zij ging naar een huurwoning, hij bleef achter in het ‘onveilige’ huis, de kinderen pendelen heen en weer. Piek vindt het goed dat er een regeling voor immateriële schadevergoeding komt, maar voor al deze gevallen noemt ze het ook een ‘kleine pleister’.

Ger Warink vertelt hoe hij jarenlang de cijfers uit zijn dossier paraat had en nog steeds rakelt hij bedragen en percentages op als een doorgewinterde schade-expert. Op uitkering van de waardedalingsregeling, waar momenteel veel om te doen is, wacht hij al tijden, en het precieze bedrag blijft een vraagteken.

Dan zegt hij: ‘Maar luister, waar is de menselijkheid hier? De menselijke norm is helemaal kwijt, het gaat alleen om cijfers en het uitkeren van zo min mogelijk geld. Zo voel ik het. Datzelfde heb ik met immateriële schade. Gaat dat niet om vijftienhonderd euro?’ Hij slaat met zijn hand op zijn voorhoofd. Hij doet mee met de pilot van het img maar via een belangenbehartiger. ‘Weet je wat mijn gezondheid mij gekost heeft? Het valt niet in geld uit te drukken. Het gaat ons ook helemaal niet om het geld. Ik heb altijd gezegd: máák het huis maar gewoon. Wij willen rust. We willen gewoon wónen, leven. Zielenpijn, hoe moet je dat nu repareren?’

Het Groningse probleem is een veelkoppig monster dat huist in een juridisch moeras. De onvoorspelbaarheid van de bevingen, een proces diep onder de grond, staat in schril contrast met de ijzeren wetten die boven de grond gelden om de boel weer op te knappen. Op papier mogen regels volkomen logisch zijn, bewoners ervaren ze vaak als onrechtvaardig.

Voor het leed dat met de versterkingsoperatie gepaard gaat bijvoorbeeld – het wachten op een woning, het tijdelijk verhuizen naar een andere plek of dorp en alle ongemak en onzekerheid die daarmee gepaard gaan – kan geen smartengeld worden aangevraagd. Het img behandelt de aansprakelijkheid van de nam , en aangezien versterking een overheidsaangelegenheid is, in handen van de Nationaal Coördinator Groningen, is de nam daar niet op aan te spreken. Het is feitelijk de overheid die mensen soms lang laat wachten. Maar de mensen wachten evengoed.

Als we helemaal opnieuw konden beginnen, zegt Bas Kortmann, kun je je afvragen of er niet een deltaplan voor Groningen ontworpen had moeten worden. ‘Dat je dorp voor dorp gaat kijken naar wat er opgeknapt moet worden en daarbij niet precies kijkt naar de herkomst van de schade, dat kost alleen maar geld aan deskundigen. En dat je ook iets extra’s doet om het verdriet goed te maken.’

Momenteel buigt een parlementaire enquêtecommissie zich over de vraag hoe het in Groningen zover heeft kunnen komen, en onderzoekt daarbij de rol van de overheid, die op verschillende niveaus bij de gaswinning is betrokken. Kortmann benadrukt dat het img overheidsfalen niet goed kan maken via de immateriële schadevergoeding. ‘Ik denk zelf dat daar waar Groningers verdergaande verwachtingen hebben dan wij waar kunnen maken, mogelijk ruimte is voor de overheid om bij te springen. Bijvoorbeeld door een vorm van compensatie toe te kennen. Immateriële schade kun je overigens ook vergoeden in natura in plaats van geld. Dat instrument is in ons recht bij immateriële schadevergoeding onbekend en zou je in de politiek moeten beslissen.’

De Lagestraat in Loppersum, waar het huis met de muziekwinkel van Ger Warink staat, leidt van de uitgestrekte velden van de Ommelanden naar het centrum van het dorp, in een rechte lijn naar de Petrus en Pauluskerk met een historie die teruggaat tot het jaar 1217. Rechts van de smalle weg loopt een echte Hollandse sloot, groen van het kroos, met aan de rand een imposante rij lindes. Het epicentrum van het Groningse aardbevingsgebied laat zich aan de buitenkant niet zomaar kennen, maar de tekenen zijn daar: het geluid van bouwwerkzaamheden dat opstijgt uit de zijstraten, de grote sticker van een fakkel met de tekst ‘Strijd voor Groningen’ die prijkt op de ruiten van enkele etalages.

We lopen van de achtertuin naar de voorkant van het huis en bewonderen de kantelen op het dak, waarvan er één beschadigd is. Dat stuk steen was met de beving van Zeerijp naar beneden gekomen. Warink doneerde het aan Freek de Jonge voor zijn tentoonstelling in het Groninger Museum, in een glazen kastje op een fluwelen kussen.

Het nieuwe huis wordt mooi, daar is Warink van overtuigd. De gevel zal straks met twaalf muurankers per vierkante meter aan het nieuwe huis worden vastgezet. Hij zal altijd scheef blijven, dat is dan maar zo.

Maar er zijn ook zorgen. De bodemdaling is een doorgaand proces en het is de vraag hoe het straks zal zijn, in het nieuwe huis. Laatst zei een man uit Kantens tegen hem: ik heb een prachtig huis teruggekregen, maar het is niet mijn huis. Warink zegt: ‘Dat is waar ik bang voor ben: dat de ziel uit het huis verdwijnt. Ik wil zo veel mogelijk bewaren. De indeling blijft gelijk, dus waar de slaapkamer was, daar komt hij ook weer. Je bent geborgen in je huis. Het is jóuw huis.’

Het is ook de vraag hoe Loppersum er over een paar jaar uit zal zien. Warink vertelt dat alle huizen in de straat gesloopt of versterkt gaan worden. Dat grote nieuwbouwhuis, twee huizen verderop? Gebouwd in 2012 maar door de gevolgen van bodemdaling moet het volledig gestript worden. Op de plek waar nu een schutting staat? Daar stond een prachtig huis met nog een toonbank uit de zeventiende eeuw. Het braakliggende stuk grond verderop? Daar stond een boerderij met ook nog een gedeelte uit de zeventiende eeuw. Opgekocht en platgegooid. En wat eenmaal verdwijnt, komt niet meer terug. Dat is waar hij van wakker kan liggen: ‘Straks wonen we in een decor van wat ooit was.’