Waar is hun menselijkheid?

Iedereen weet dat Utrecht de stad van de (nsb) beweging was. Iedereen weet vermoedelijk ook dat die beweging vooral op de Maliebaan, rand centrum, zat.

Een klein half jaar geleden leidde deze bekendheid nog tot een relletje toen een niet nader genoemde grapjas in een huis aan huis verspreide brief aankondigde dat op de huidige locatie van een kinderdagverblijf aan de Maliebaan een nsb-museum gevestigd zou worden. Dat dit onzin was, begreep iedere ingewijde. Zo’n museum, op zich niet eens zo’n idioot idee overigens, is in Nederland ondenkbaar.

Wat ik niet goed wist en wat Ad van Liempt in zijn boek over de Maliebaan uitvoerig beschrijft, is dat er aan de Maliebaan niet alleen een stuk of vijftien nationaal-socialistische instellingen huisden maar ook het aartsbisdom van Utrecht, een drukkerij van Vrij Nederland en betekenisvolle personen als verzetsstrijder Marie Anne Tellegen, grootondernemer Frits Fentener van Vlissingen en de rector magnificus van de universiteit, Louis van Vuuren. Hiermee werd de Maliebaan zoiets als een stoomketel van de oorlog. Althans, dat is wat de ondertitel van dit boek suggereert: nsb, SS, kerk en verzet op een strekkende kilometer. Maar is dat ook zo? Was de Maliebaan, zoals op een witte pagina aan het begin van dit boek staat, ‘de spannendste straat van Nederland tijdens de bezetting’?

Het antwoord op deze vraag valt op basis van de voorliggende tekst niet te geven en dat komt doordat Van Liempt weliswaar suggereert dat hij microhistorie brengt, maar dat feitelijk niet doet. Hij brengt een geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog met voortdurende verwijzing naar de Utrechtse Maliebaan. Dat is iets anders.

De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog is sinds enkele jaren in een nieuwe fase beland. In deze fase vergruist het beeld. Decennialang was het helder als glas en contrastrijk, zeg zwart-wit. Vervolgens was de oorlog een decennium of zo vaag, veelvormig, onduidelijk, lees grijs. Sinds kort wordt het oorlogsbeeld opnieuw duidelijk, niet in grote lijn maar in detail: veelkleurig. Deze veelkleurigheid heeft weliswaar het nadeel dat ‘de oorlog’ uit elkaar valt, zij heeft het voordeel dat het inzicht erbij wint: beeld en werkelijkheid komen dichter tot elkaar en het verhaal wordt inzichtelijker, begrijpelijker, menselijker. Microhistorie is bij uitstek de methode om een dergelijke veelkleurigheid vorm te geven. Het kan niet anders dan dat Ad van Liempt, auteur in sneltreinvaart van een flink aantal opmerkelijke boeken over de Tweede Wereldoorlog, zoiets ook in dit geval voor ogen heeft gestaan. Dat is niet helemaal gelukt. Waarom niet?

Mussert besloot zijn voormalige joodse vriend te mijden en vluchtte naar de andere kant van de straat

Ik overdrijf, er staan wel degelijk microhistorische verhalen in dit boek. Een daarvan gaat over een bijna-ontmoeting tussen Mussert en een oude studiegenoot, collega en voormalige vriend, (de joodse) Jacob Paul Josephus Jitta. De man werkte aan het begin van de oorlog bij Rijkswaterstaat dat toevallig eveneens op de Maliebaan zat. Het was daarom bijna onvermijdelijk dat de twee elkaar een keer zouden tegenkomen. Zo gebeurde in de winter van ’40-41, toen de jodenvervolgingen nog niet begonnen waren maar de nsb zich wel al in antisemitische richting had ontwikkeld. Althans, het gebeurde bijna. Mussert besloot op het allerlaatste moment een ontmoeting te vermijden, klom over een sneeuwberg en vluchtte naar de andere kant van de straat. De grote oorlog in een klein mensenverhaal. Zo zijn er wel meer. Maar wie vooral dergelijke verhalen zoekt, komt met Aan de Maliebaan toch enigszins bedrogen uit. Daarvoor staat er te veel algemene en bekende oorlogsgeschiedenis in, over de Meidagen, de Nederlandse Unie, de kerken, grote stakingen, strijd tussen SS en nsb, jodenvervolging en ga zo maar door. Hier staat tegenover dat er bijna nergens een kijkje in de nsb-wereld te vinden is – toch de alles bepalende factor op de Maliebaan. We horen niet van het dagelijks leven op de kantoren. We ontmoeten, op een paar gevallen en de kopstukken na, nauwelijks de mensen die deze kantoren bevolkten. We lezen niet hoe ze ingericht waren. Er wordt weinig verteld over de onderlinge verhoudingen, behalve als het over het bekende thema van de rivaliteit tussen nsb en SS gaat. En de mensen bestaan uit weinig meer dan namen plus enkele, veelal nare, feiten.

Opmerkelijk genoeg hebben we betere inkijkjes in het dagelijks leven van de Maliebaan als het over degenen gaat die niet aan de kant van de Duitsers stonden – verzetslui, kerkelijken, bestuurders. Zij verschijnen hier wel als mensen. De nsb’ers en Duitsers, Mussert tot op zekere hoogte uitgezonderd, niet. Zij zijn figuren, marionetten. Waarom slagen we – in dit geval een liberaal en weinig vooringenomen man als Ad van Liempt – er niet in hun menselijkheid te zien? Is dat omdat ze, zoals in een vorige generatie steeds weer beklemtoond werd, daarover niet of nauwelijks beschikten of ligt dat aan ons, eventueel aan de bronnen? In ieder geval lijkt het nog altijd onmogelijk de (in historiografische zin van het woord) ‘sympathie’ op te brengen die voor een veelkleurig portret over de andere kant van de oorlog vereist is. Wellicht is dat begrijpelijk, misschien is het bij gebrek aan bronnen onvermijdelijk, maar het maakt dat je niet anders kunt dan constateren dat de Maliebaan van toen vermoedelijk voor altijd verdwenen is, eerst in de papier-, daarna in de gemoedsversnipperaar.


Medium vanliempt

Ad van Liempt, Aan de Maliebaan: De kerk, het verzet, de NSB en de SS op een strekkende kilometer. Balans, 240 blz., € 16,95


Beeld: De Utrechtse Maliebaan tijdens de oorlog (Fotograaf onbekend)