Waar is mijn portefeuille?

Met hem heb ik al jaren een haat-liefderelatie. Ik kan niet zonder hem maar droom van de dag dat ik me voorgoed van hem zal bevrijden. Hij is zwart, zwaar en op het eerste gezicht lijkt hij ietwat vermoeid en versleten. Het liefst druk ik hem continu tegen mijn hart want zolang mijn lijf hem voelt weet ik dat hij me niet ontrouw kan zijn. Dat hij niet weer plots gaat verdwijnen, mij in een afgrijselijke staat van ontreddering achterlatend. Ik heb dit al zo vaak meegemaakt. Uren wachten bij de telefoon met het zweet in de handen. Wie zal hem dit keer vinden en misschien terugbrengen? Ik haat mijn portefeuille. Hij laat me altijd op cruciale momenten in de steek. Tien jaar geleden liet ik even de voordeur open om aan de overkant een pakje sigaretten te gaan kopen. Het was drukkend warm. De straat was verlaten en de oostenwind deed hier en daar wat droge stofwolkjes ontstaan. In de achtertuin speelden de kinderen en op de mantel van de open haard glom zijn zwarte leer. Toen ik een paar minuten later terugkwam speelden de kinderen nog, maar hij was ervandoor gegaan. Hij had een passerende hand bereid gevonden hem op reis mee te nemen. Hij houdt van avontuur, sensaties en gaat het liefst permanent vreemd. Insluipen, zei de politie. Maar ik weet wel beter. Hij is een verleider en laat geen kansen onbenut.

Twee dagen later moest ik in Luxemburg zijn voor het vertrek van de Ronde van Frankrijk. Zonder paspoort, creditkaart en perskaart. Hij heeft wel een fantastische zomer gehad. Dankzij de bankafschriften kon ik zijn spoor op de voet volgen. Eerst de nachtwinkels uit Rotterdam, dan Amsterdam en vervolgens het verre Duitsland. Drie maanden later deed de herfst zijn intrede. Hij vond een nieuwe hand bereid hem een lift te geven. Hij gruwt van kou en regen. Hij kwam uitgeput terug. Leeg, futloos en vooral plat als een pannekoek. Voor straf hield ik hem twee jaar in een la opgesloten. Zijn plaats was tijdelijk door een splinternieuw exemplaar ingenomen. Ik tel ze niet meer, de keren dat hij me in de steek heeft gelaten. Altijd geduldig wachtend op een moment van onoplettendheid. Hij weet dat ik een sloddervos ben. Hij is deskundig in het ontglippen, glijden, ploffen en verdwijnen. Hij kan zich soms onzichtbaar maken, zodat hij op een restauranttafel, naast de autostoel, op de toonbank van een winkel achtergelaten wordt. Ooit heb ik hem midden in de nacht in het zand van een verspringbak teruggevonden. Een andere keer heb ik het huis helemaal overhoop gehaald en vond hem uiteindelijk terug… in de ijskast. En hoe vaak heb ik niet de kaarten voor niets laten blokkeren terwijl hij rustig in een la lag te dommelen? Mijn vriendin heeft gelezen dat boogschutters hun portefeuille voortdurend verliezen. Was ik maar een vis of een stier. Op een dag besloot ik vreemd te gaan. Het was een heerlijke lentenacht en mijn hart liep over van liefde. Hij is stikjaloers en, ondanks zijn geafficheerde drang tot onafhankelijkheid, zeer bezitterig. Hij bleef in het bos alleen achter. De verrader. De moraalridder. De volgende dag moest ik, afgekoeld en gekrenkt, honderd kilometer afleggen om hem bij zijn vinder op te halen. Afgelopen week heeft hij iets nieuws uitgehaald. Achter de ruitewisser van de auto vond ik een briefje met een telefoonnummer en een met rode balpen geschreven mededeling: ‘Beste bestuurder vermoedelijk lag uw portefeuille naast uw auto. Is meegenomen door auto kenteken SF-20-GL.’ Ik kreeg de bekende verschijnselen: duizelingen, kortademigheid, zweetaanval en bonkend hart. Ik wilde het huis weer in om naar de bank en de creditkaartenorganisatie te bellen maar zag opeens een zwart rechthoekig oog dat me vanachter de tweede ruitewisser aangaapte. Hij heeft ook humor. Op zeventig gulden na was hij heel teruggekomen. Geen kaart die ontbrak. Heeft hij op het geweten van de opraper ingepraat? Had hij voor het eerst heimwee? Misschien. Maar hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik ervan overtuigd raak dat een fundamentele wijziging heeft plaatsgevonden. Net als ik wordt hij gewoon een dagje ouder.