De Franse politiek mist een briljante immigrantenzoon

Waar is Zinedine Zidane?

De Franse politiek mist een briljante immigrantenzoon die het land in vervoering brengt en het onbehagen wegneemt. In de eerste ronde van de parlementsverkiezingen won fatsoenlijk rechts. Maar in het zuiden blijft de weerzin tegen onveiligheid, immigranten en de Parijse politiek.

MARSEILLE — Het is niet eenvoudig om in Marseille op een verkiezingsavond de traditionele reacties waar te nemen. Er is geen spoor van overwinningsroes of verslagenheid te zien, behalve in de campagnelokalen van de kandidaten zelf. Het is een mediterrane lenteavond en de stembussen zijn eindeloos ver weg. Marseille is een stad van jongeren en mensen met bescheiden inkomens, en van hen heeft de helft niet gestemd. Ze zien er de zin niet meer van in. De zon en de zee zijn gratis, aan een nieuwe auto komt lang niet iedereen toe, en geen enkele politicus verandert daar wat aan. De werkloosheid is in Marseille met ruim vijftien procent bijna twee keer zo hoog als elders in Frankrijk. In de buitenwijken is het nog eens het dubbele. Nieuwe banen zijn voor mensen met hoge opleidingen. «Verkiezingen? Waarom zou ik er iets van denken? Alsof het iets uitmaakt wie er daarboven wint.» Minachtend gesnuif, vagelijk in de richting van Parijs. De twee steden zijn nooit vrienden geweest. In Parijs zetelt de macht, in Marseille, de tweede stad van het land, wordt meestal beter gevoetbald.

In de Vallon des Auffes, een inham van de rotsige Corniche langs de zee, dobberen de vissersbootjes onverstoorbaar op de golven. Ze deinen naast elkaar in de luwte van de mistral, de droge bergwind. De laatste gasten verlaten de restaurants. Een stel jongeren dat met een van hun moeders uit eten is geweest, vraagt halfdronken aan andere late wandelaars om de resultaten van de parlementsverkiezingen. De rechtse overwinning wordt schouderophalend aanvaard. En de twaalf procent voor extreem rechts? Een van de meisjes, zestien jaar jong en al bijna Miss Mediterranée, steekt enthousiast een vuist omhoog: «Bravo!» Er ontstaat enige verwarring over de vraag of zij tevreden is over de teruggang van extreem rechts ten opzichte van de presidentsverkiezingen. Integendeel. «Het is juist een mooie score. Alleen Le Pen kan echt iets aan de onveiligheid doen. Je kunt hier ’s avonds niet meer normaal uitgaan. Je wordt altijd lastiggevallen. En het zijn altijd immigranten. Die jongens willen niet integreren. Probeer het maar eens, ’s avonds lopen over de Cannebière.»

De grote, maar verpauperde verkeersader in het centrum is inderdaad allesbehalve gezellig, laat op de avond. In Noord-Marseille zijn wijken waar de politie weigert te komen, vanwege de verzameling stenen, bloempotten en vuilniszakken die er naar politiewagens zijn gegooid. Miss Mediterranée krijgt een goedkeurende blik van haar moeder, die gebruind en klein tussen de jongeren in staat en bezweert dat zij niets tegen buitenlanders heeft. «Er zijn hier te veel immigranten. En die jongens moeten worden aangepakt. Niet allemaal. Er zijn er die gewoon werken. En zo hoort het. Ik werk voor een miserabel loon van zesduizend francs (914 euro — tb).» Ze kijkt uitdagend om zich heen. «Maar zij verdommen dat.» Er valt een korte stilte, gevuld door de zee, de meeuwen en het water. Het vriendje, dat kaalgeschoren en lichtelijk beschonken achter haar dochter staat, haalt minachtend zijn neus op: «Ik vang elke maand ook niet meer dan het minimumloon. En ik houd mijn bek toch? Ik werk, elke dag. Ik ga niet stelen, ik ga niet dealen, ik breek geen auto’s open.»

Aan hun ergernis te horen is er geen enkele reden voor de Franse politici om opgelucht adem te halen, na de duidelijke overwinning die zich voor de gaullistische RPR van president Jacques Chirac aftekent. Links verloor, de extremen verloren, de Franse kiezers kozen pragmatisch voor de duidelijkheid van een rechtse president met een rechtse regering, met veiligheid als eerste programmapunt. Zelfs linkse kiezers stemden ditmaal rechts, om een nieuwe, verlammende cohabitation te voorkomen. Er is te veel energie verloren gegaan, daar in Parijs, bij de strijd die Chirac en Lionel Jospin tegen elkaar hebben gevoerd. Chirac heeft straks de handen vrij, maar zal ondertussen geen moment zorgeloos kunnen regeren. De weerzin tegen de onveiligheid, tegen immigranten en tegen de Parijse politiek is in een maand tijd, tussen twee verkiezingen in, echt niet op miraculeuze wijze verdwenen. Die valkuil staat wagenwijd open: denken dat de lagere score van het Front National — lager dan Jean-Marie Le Pen met zijn achttien procent bij de presidentsverkiezingen — wijst op een effect van de massale demonstraties tegen extreem rechts van begin mei.

In de Vallon des Ausses, naast de vissersbootjes, is een van de kaalgeschoren jongens aanzienlijk minder dronken dan hij lijkt: «Het Front scoorde nu lager, simpel omdat we vorige maand Parijs wilden waarschuwen met onze stem op Le Pen. Het moet afgelopen zijn met de onveiligheid. Maar Le Pen moet de macht helemaal niet krijgen. Daarvoor is hij veel te gevaarlijk.» Voor de harde kern van de Frontistes moet je elders zijn. In Orange bijvoorbeeld, waar bejaarde aanhangers van het Front komen wonen omdat daar Jacques Bompard regeert, een authentieke FN-burgemeester met een nationaal-socialistisch wereldbeeld. Bompard is dankzij veel bloembakken in het centrum en politie daaromheen een tamelijk geliefde burgemeester, en was vrijwel zeker van zijn overwinning vorige week. Toch komt zelfs hij waarschijnlijk niet in het parlement. In de tweede ronde neemt hij het op tegen de conservatieve Thierry Mariani, die al tweemaal eerder van hem won met steun van een gestaag meer verbitterd wordend links.

De volgende morgen jaagt de mistral door de straten van Marseille. Bij het gemeentehuis, aan de oude haven, is de straat opgebroken. Het zand wervelt de hal binnen. Françoise Gaunet zit in de luwte op de zesde etage en is de gaullistische wethouder van «hygiëne, gezondheid, aids, verslaving, en preventie van gezondheidsrisico’s bij jongeren». Ze zegt opgeruimd dat Chirac zich geen steviger overwinning had kunnen wensen, en blijkt zich bewust van haar verantwoordelijkheid. «We weten het maar al te goed. Als we ditmaal niet zorgen voor een succesvol integratiebeleid, gekoppeld aan een zichtbare aanpak van de onveiligheid, dan is het Front over een paar jaar nog veel sterker dan nu.»

Die analyse deelt Jean Vincetti. Hij is een oude, bronstige gaullist en actief als campagneleider van de gaullist Renaud Muselier. Het partijlokaal is klaar voor de laatste week. Voor vandaag staat er een grote pan rundvlees in tomatensaus voor de plakkers en de colporteurs. Vincetti overziet zijn troepen met een vaderlijke glimlach. «De RPR is een familie. Als je er eenmaal bij hoort, ga je nooit meer weg.» Hij overziet de stemmen in zijn kiesdistrict in het centrum van de stad en concludeert dat het eigen kiezersvolk goed is opgekomen, terwijl links is weggebleven. Niemand wilde op de linkse tegenstander stemmen, een Groene Parijzenaar. Muselier is er een van de harde lijn. Progressieve Franse jongeren liepen tegen hem te hoop, omdat hij als parlementariër rave parties aan regels bond. Wie geen toestemming vraagt voor zo’n lawaaiig evenement en toch drie, vier dagen lang een veldje bij een dorp aan flarden danst, wordt dankzij het wetje van Muselier sinds kort gestraft met inbeslagname van de geluidsapparatuur. Zo moet dat, vindt Vincetti, en vinden de kiezers, want niemand zal Muselier aanstaande zondag nog verslaan. In elk geval niet de Front National-kandidaat die met hem in de tweede ronde is gekomen. Links zal tandenknarsend op Muselier gaan stemmen.

Bij het communistische dagblad La Marseillaise is de stemming allicht minder vrolijk dan bij de gaullisten. Het blad heeft aan de historische teruggang van de communistische PCF — vier procent — zo min mogelijk aandacht geschonken, maar niemand maakt zich illusies over de tweede ronde. «Als een linkse regering geen sociaal perspectief schetst, verliest zij haar kracht. Als zij zich niet verzet tegen de liberale globalisering is zij misschien wel populair bij rechts, maar dat zal er niet op stemmen», zegt politiek redacteur Maurice Brandy, zelf al jaren geen PCF-partijlid meer. «Vorig jaar, bij de sluiting van de koekjesfabriek van Lu, in Calais, kwam Jospin op bezoek, om te zeggen dat hij er helaas niets aan kon veranderen. Sociaal-liberaal, onhandig en koel. Daarna kwam Chirac. Die bleef uren, schudde alle handen, en beloofde dat hij er iets tegen zou doen. Toen Jospin daarna zo verongelijkt aftrad, na zijn nederlaag, werden de arbeiders van Lu helemaal woedend. Hij had gezegd dat de kiezers zijn beleid niet hadden begrepen, terwijl het toch zo geweldig was. ‹Ce con, il ne comprend vraiment rien.› Die zak snapt er echt niks van, zeiden ze bij Lu.»

Die ergernis geldt ook in Marseille, dat jarenlang een socialistische stad was. De socialistische partijleiders, klinkt het in Marseille, zijn wel in de macht maar niet in het volk geïnteresseerd. Vandaar dat ze meer onderling rivaliseren dan de wijken in trekken. «Een kiesdistrict, daar moet je jaren in werken. Als een boer op een veld. Jaar in, jaar uit», zegt de gaullist Vincetti die het weten kan. Dan liever een regering van gaullisten. Die pakt de onveiligheid tenminste aan. Naast werkloosheid is dat per slot van rekening ook iets waar juist de arbeiders het meest last van hebben. Hun oude auto’s worden in de fik gestoken. De veilige parkeergarages in het centrum blijven onberoerd.

Duidelijkheid zonder illusies. Explosieve sociale spanningen, zonder hoop. Angsten waar niemand een antwoord op heeft. In Marseille komt in politieke gesprekken al snel een voetbalmetafoor omhoog. De Franse politiek mist een Zinedine Zidane. Frankrijk mist een briljante immigrantenzoon, die het land in vervoering brengt en iets wegneemt van het Europese onbehagen in deze nieuwe eeuw.