Boeren versus bouwers

Waar kalkoenen klokken zwijgen de hijskranen

Sommige veebedrijven vergiftigen natuurgebieden in hun eentje met meer stikstof dan we gezamenlijk in een jaar besparen door slechts honderd kilometer per uur te rijden. Het sluiten van een handjevol topvervuilers biedt weg- en woningbouw noodzakelijke ruimte.

‘Hier liep vorige week nog een sloot’, zegt Robert Ketelaar, landschapsecoloog van Natuurmonumenten, terwijl hij op kaplaarzen door het Korenburgerveen in Gelderland loopt. ‘De provincie heeft hier een veeboer uitgekocht en we hebben de bovenste twintig centimeter van de grond moeten verwijderen. Je wilt niet weten hoeveel kunst- en varkensmest hier in de vorige eeuw allemaal op het land is gegooid.’ Inmiddels is maaisel uit het gebied over de grond gestrooid en grijpt de natuur haar kans. ‘Over twee jaar staan hier in het voorjaar weer de wilde orchideeën waar dit gebied om bekendstaat’, zegt Ketelaar.

Als we van het veengebied naar het moeras lopen verandert de geur van muf naar kruidig. Gagel en riet gaan steeds meer overheersen. Een stapel gerooide berkenstammetjes ligt langs de kant. Soms is het sluiten of verplaatsen van een veehouderij noodzakelijk om de natuur te herstellen, zegt Ketelaar. In het Korenburgerveen leverde het nu al resultaat.

Hoe anders is het in het Speulderbos, een natuurgebied van Staatsbosbeheer in het noordwesten van de Veluwe, waar stuwwallen met eiken, beuken en berken overgaan in akkers, heide en graslanden. Een mooi gezicht, maar schijn bedriegt, waarschuwt Arjan Snel, hoofd van Staatsbosbeheer Gelderland. De biodiversiteit gaat hier hollend achteruit. Bramenstruiken en brede stekelvarens zijn overal te zien, paddenstoelen staan er nauwelijks. ‘Terwijl die er volop zouden moeten groeien’, vult collega-boswachter Florian Bijmold aan. ‘Te veel stikstof verzuurt de bodem en dat tekent het doodvonnis voor veel planten.’

Een heideveld in het aangrenzende Sprielderbos ligt er kaal bij. Vorig jaar is het veld gechopperd. De bovenste laag was zo zuur als azijn en is weggehaald om ruimte te bieden aan de planten die minder stikstof aankunnen. In het Sprielderbos kunnen de boswachters alleen nog aan schadebeperking doen: chopperen, maaien, nabegrazen en mineralen toevoegen. De gemeente Ede ging begin deze maand zelfs zover een helikopter in te zetten om gedurende twee weken meer dan duizend ton kalkhoudend schelpengruis over de Veluwe uit te strooien. Het zijn lapmiddelen en dure maatregelen bovendien, maar volgens de boswachters van Staatsbosbeheer geen structurele oplossingen. ‘We plakken pleisters.’

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Adrián Estrada, Felix Voogt en Evert de Vos over de grootste stikstofuitstoters. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Terwijl boswachter Bijmold ons rondleidt over de Veluwe, scharrelen op vijftig meter afstand van het Natura 2000-gebied 24.000 kalkoenen rond, in vier schuren, zonder ammoniakfilters. Op het dak staat een roestige, metalen kalkoen die de windrichting aangeeft. Tezamen zijn de dieren verantwoordelijk voor een reusachtige hoeveelheid stikstofneerslag op kwetsbare natuur, zelfs meer dan de gehele landelijke snelheidsverlaging tot honderd kilometer per uur heeft opgeleverd. De enige stikstofmaatregel die het kabinet er in anderhalf jaar doorheen heeft gekregen, en waar alle automobilisten van Nederland aan bijdragen, wordt elk jaar overtroffen door één kalkoenboerderij in Ermelo.

Dat blijkt uit berekeningen van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en De Groene Amsterdammer, voor onder meer Trouw en de Gelderlander. We maakten een balans op die provincies en rijksoverheid tot dusver verzuimden op te maken, door de stikstofuitstoot van boerenbedrijven te leggen naast de afstand tot kwetsbare Natura 2000-gebieden. Daarvoor doken we in de vergunningenregisters van provincies en verzamelden we gegevens over ruim negentienduizend veehouderijen. Zo kwamen we tot een lijst van topvervuilers, agrarische bedrijven wier uitstoot relatief de meeste schade veroorzaken en die daarmee andere activiteiten, zoals de bouw van woningen, in het gebied blokkeren.

We ontdekten grote verschillen tussen agrariërs: een handjevol topvervuilers veroorzaakt vele malen meer stikstofdepositie dan vele andere boerenbedrijven tezamen. Voor een efficiënte aanpak van het probleem maakt dat groot verschil. De kalkoenboer in Ermelo stoot zelfs 61 keer zoveel stikstof uit over de natuur als een ‘gemiddelde’ veeboer.

Ondertussen staat Nederland stil. Bijna ander-half jaar nadat de Raad van State een streep zette door het stikstofbeleid van de regering, kunnen belangrijke weg- en woningbouwprojecten nog steeds niet van start. Vorige maand bleek dat Rijkswaterstaat nog steeds voor vijf van de zeven belangrijkste wegenbouwprojecten ‘stikstofruimte’ tekortkomt: de nieuwe wegen zorgen voor meer stikstof op natuurgebieden, wat sinds de uitspraak van de hoogste rechter niet meer mag. Duizenden banen in de bouwsector staan op de tocht, waarschuwt Bouwend Nederland.

De stikstofcommissie van oud-minister Johan Remkes adviseert het gericht uitkopen van ‘piekbelasters’ als een belangrijke oplossing voor de korte termijn. Minister van Landbouw Carola Schouten, politiek verantwoordelijk voor de piekbelasters onder de boeren, wacht echter tot de meest vervuilende agrarische bedrijven zich vrijwillig melden voor een uitkoopregeling. Oktober vorig jaar opende het ministerie een ‘stikstofrechtenmarkt’, waarop boeren hun stikstofruimte kunnen verhandelen. De provincies worden opgezadeld met de uitvoering daarvan, wat volgens ons onderzoek leidt tot een lappendeken van tegenstrijdige maatregelen.

Ten zuiden van het verzuurde Speulderbos, aan de andere kant van de Veluwe, in het Gelderse dorpje Otterlo, liggen de voormalige sportvelden van SV Otterlo. Door de weelderige begroeiing beginnen die ook wat weg te hebben van een wilde vlakte. De dichtgetimmerde kantine van de club is overwoekerd en aan het hek hangt een roestig slot. 65 gloednieuwe woningen en een dorpshuis met uitzicht op het bos hadden hier moeten staan, een project dat volgens de oorspronkelijke planning begin dit jaar afgerond had moeten worden. De stikstofproblematiek gooide echter roet in het eten waardoor de gemeente nooit een natuurvergunning heeft kunnen krijgen. Nu ligt het terrein er verwaarloosd en ietwat griezelig bij.

Een stuk levendiger is het verderop, op het terrein van een kalverbedrijf waarvan de eigenaar liever niet met naam geciteerd wil worden. Uit de met zonnepanelen bedekte stallen klinkt veelstemmig geloei. Vannacht zijn honderden nieuwe kalveren geleverd en na aankomst zijn die altijd nog wat luidruchtig, legt de boer uit. Hij kent de inmiddels verlaten sportvelden van SV Otterlo goed, maar de relatie met ammoniakuitstoot van zijn eigen bedrijf ziet hij niet. Hoe zouden zijn kalveren schade kunnen veroorzaken op de naastgelegen Veluwe? Bovendien voert het bedrijf de mest af naar een mestverwerker waardoor de uitstoot relatief laag zou moeten zijn. Aan een vrijwillige opkoopregeling zal hij zeker niet meedoen, zegt de eigenaar.

Maar een doorrekening van de emissiegegevens van zijn bedrijf levert een ontnuchterend beeld op. Met zeven ton ammoniakuitstoot per jaar en enkele tientallen meters afstand tot de Veluwe behoort de kalverhouderij tot een van de grootste veroorzakers van stikstofneerslag uit onze database. De neerslag op de Veluwe is zelfs meer dan zeshonderd keer hoger dan de stikstofruimte die de 65 Otterlose woningen en het dorpshuis nodig hebben. Dat betekent dat dit bedrijf per dag meer stikstofneerslag op de Veluwe veroorzaakt dan het stilgelegde woningbouwproject zou veroorzaken in een jaar tijd.

De kalverhouderij bij Otterlo veroorzaakt per dag meer stikstofneerslag op de Veluwe dan het stilgelegde woningbouwproject zou doen in een jaar tijd

Dit soort rekensommen zijn ongebruikelijk. Informatie over de daadwerkelijke stikstofuitstoot van veehouderijen zoals die van de kalverboer is niet openbaar, in tegenstelling tot die van niet-agrarische bedrijven zoals fabrieken en energiecentrales. Wel registreren de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg beperkte gegevens uit vergunningen digitaal, waar we – deels op verzoek – toegang toe kregen. Op basis daarvan stelden we de afgelopen maanden een kaart samen waar we ook de locaties van stikstofgevoelige natuur in plaatsten.

De resultaten uit onze analyse tonen dat een kleine groep veehouderijen voor onevenredig veel stikstofneerslag zorgt. Deze grote vervuilers hebben altijd twee dingen gemeen: ten eerste komt uit hun stallen relatief veel ammoniak, omdat ze veel dieren houden, ze ouderwetse stallen hebben of een combinatie daarvan. Ten tweede liggen ze dicht tegen een kwetsbaar natuurgebied, meestal niet meer dan een paar honderd meter.

Sinds 2002 is het niet meer toegestaan om een intensieve veestal op minder dan 250 meter van een beschermd natuurgebied te bouwen. Toch vonden we in die kritieke zone meer dan achthonderd veebedrijven, waarvan er 25 behoren tot de tien procent grootste uitstoters van ammoniak in Nederland. Daar hebben die bedrijven overigens geen schuld aan; ze zaten al dicht op een natuurgebied voordat het verboden werd. Wel zijn veel bedrijven sinds het verbod in 2002 tegen beter weten in nog uitgebreid. De helft van de piekbelasters die we vonden heeft in de afgelopen tien jaar nog een nieuwe vergunning ontvangen.

De gevolgen zijn ingrijpend. Zo neemt een varkensbedrijf op een ongelukkige locatie net naast het Brabantse natuurgebied Kempenland-West net zoveel stikstofruimte in als de bouw van 3700 woningen zou doen. De varkens in die stallen veroorzaken bijna honderd keer zoveel stikstofdepositie op dat natuurgebied als dieren in een stal tien kilometer verderop.

Een kalverhouderij in Elspeet overschrijdt in haar eentje al ruim twee keer de toegestane hoeveelheid stikstofneerslag op het naastgelegen stukje heide. Dat geldt voor in totaal zes bedrijven in ons onderzoek. Allemaal overschrijden ze elk afzonderlijk de totale maximale waardes op nabije natuur. Zolang er niks wordt gedaan aan deze veehouderijen is het onmogelijk om de beschadiging van die gebieden te stoppen.

‘Zie je die groene gloed?’ Landschapsecoloog Robert Ketelaar van Natuurmonumenten wijst naar de gras- en mosbegroeiing op de stuifduinen in natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen. Dit duingebied midden in Noord-Brabant ontstond achthonderd jaar geleden na overbegrazing en te vaak afplaggen, in wat achteraf de intensieve landbouw van de Middeleeuwen genoemd kan worden. Het losse zand kon door de wind verwaaien en vormde een uniek stuiflandschap. Nu is het een natuurpark van 3400 hectare, maar het landschap wordt sterk bedreigd, nog slechts 270 hectare is ‘levend stuifzand’.

De neerslag van stikstof uit zich in vergiftiging, verzuring, vermesting en verarming, doceert Ketelaar terwijl hij op zijn telefoon controleert of we de juiste route volgen. Door de verzuring krijgen grassen en invasieve mossen op de duinen veel kans. Ook brandnetels, braamstruiken en uiteindelijk berken rukken op, waardoor de zandduinen langzaam maar zeker begroeid raken.

Door de verzuring verdwijnen ook belangrijke mineralen uit de grond en dat heeft grote gevolgen. Onlangs vonden onderzoekers jonge koolmezen op het nest met gebroken pootjes door kalkgebrek. De rupsen die de vogels door hun ouders gevoerd kregen, hebben zichzelf gevoed met planten die te veel stikstof hebben opgenomen. ‘We zien ook moedervogels die hun spierreserves hebben aangesproken om eieren te kunnen leggen. De hele voedselketen raakt verzwakt en ontwricht door die stikstofdepositie’, zegt Ketelaar.

En ook hier is een piekbelaster aan te wijzen. Op steenworp afstand van het kwetsbare natuurgebied mag een varkensboer volgens de meest recente vergunning (uit 2015) bijna achtduizend varkens, zeugen en biggen houden. Ondanks de innovatieve luchtfilters op het dak wordt per jaar zo’n vijfduizend kilo ammoniak de lucht in gepompt. Het boerenbedrijf in Biezenmortel is een van de topvervuilers uit ons onderzoek. Op het berkenbosje achter het bedrijf valt ruim tweehonderd keer meer stikstof dan een paar kilometer verderop. De eigenaar wil ons niet te woord staan.

Aan de andere kant van de Loonse en Drunense Duinen, tussen Waalwijk en Den Bosch, ligt de A59. Geplande werkzaamheden op die weg, begroot op bijna 120 miljoen euro, liggen al anderhalf jaar stil door de stikstofcrisis. Elke drie dagen verstrooit de Biezenmortelse varkensboer evenveel stikstof over het natuurgebied als voor de volledige herstructurering van de snelweg nodig zou zijn.

Hoe kunnen veehouderijen op zo’n korte afstand van een natuurgebied blijven bestaan en op sommige plekken ook nog uitbreiden? Een deel van de verklaring zoemt dag en nacht rond op de servers van het rivm. Wie in Nederland activiteiten uitvoert waarbij stikstof vrijkomt, krijgt vroeg of laat te maken met rivm-rekenprogramma Aerius. Doorrekening met dit superprogramma is een verplicht onderdeel van de Wet natuurbescherming. Of je nu een nieuwe landingsbaan aanlegt, een woonwijk bouwt of een stal uitbreidt, Aerius berekent hoeveel van de vrijgekomen stikstofuitstoot neerdwarrelt op kwetsbare natuur en zo schadelijke verzuring veroorzaakt.

Voor een bouwproject gaat dat ongeveer zo: per machine vul je de coördinaten in van de locatie, het brandstofverbruik, de gebruiksduur, de cilinderinhoud en een van de honderd emissieklassen volgend uit het bouwjaar, het brandstoftype en het vermogen van de machine in kwestie. Nadat je elke hijskraan, elk aggregaat of ander werktuig hebt ingevoerd klik je op ‘bereken’. Verbazingwekkend snel geeft Aerius per rekenpunt – 250.000 in totaal – de neergedaalde stikstof weer met een nauwkeurigheid van 0,14 milligram per hectare per jaar, rekening houdend met lokale omstandigheden zoals de gemiddelde windrichting en de ruwheid van het terrein waarop de stikstof zal neerdalen.

In de afgelopen jaren mochten grote vervuilers uitbreiden en renoveren, zolang ze met Aerius konden aantonen dat de stikstofneerslag op het natuurgebied per saldo niet zou toenemen. Een hele extra stal kan op deze manier bijvoorbeeld gecompenseerd worden met een nieuwe, ammoniak-zuiverende luchtfilter in een bestaande stal. >

Aerius is technisch gezien een knap staaltje werk. Het programma won in 2016 zelfs de Computable Award voor ‘ict-project van het jaar’ in de categorie overheid. Ook de rijkscommissie die vorig jaar door minister Schouten werd gevraagd om Aerius te beoordelen, was positief over de wetenschappelijke basis van de rekenmethode. Desondanks beoordeelde ze de methodiek als ‘niet doelgeschikt’ voor gebruik in de vergunningverlening. Wat blijkt: Aerius is té precies. De berekeningen die de basis vormen voor vergunningen, bieden volgens de commissie ‘schijnzekerheid’.

Beleidsmakers rekenden met Aerius precies uit tot hoever ze maximaal konden gaan met de uitstoot van stikstof. De gevolgen in de praktijk deden er niet toe

Dat komt doordat het rekenprogramma je de mogelijkheid biedt om een uiterste grens op te zoeken, met een theoretische precisie waar de praktijk zich om allerlei redenen niet aan houdt. Stikstofuitstoters kunnen op papier tot op de milligram nauwkeurig berekenen hoeveel ze de natuur mogen belasten, letterlijk tot de grens van het toelaatbare. In de praktijk gaan ze er echter geheid overheen, zoals bijvoorbeeld bleek in 2018, toen de Wageningen Universiteit lucht-zuiveringssystemen van stallen in de praktijk testte. Het rendement op papier, eerder vastgesteld door een Duitse boerenorganisatie, bleek in de praktijk meer dan een kwart te optimistisch. Dus ging de natuur er alsnog op achteruit.

Ook het regeringsbeleid Programma Aanpak Stikstof werd mede mogelijk gemaakt door Aerius, waarmee beleidsmakers precies uitrekenden tot hoever ze maximaal konden gaan. De gevolgen in de praktijk deden er niet toe, tot het onverbiddelijke oordeel van de hoogste rechter op 29 mei 2019 gehakt maakte van de regeringsaanpak.

Sindsdien geldt: de natuur mag absoluut niet meer verslechteren. Met het rekenprogramma in de hand probeert het kabinet niettemin nog steeds het onderste uit de kan te halen, oftewel ‘vrijvallende stikstofruimte zo efficiënt mogelijk in te zetten’, aldus minister Schouten. Zolang op papier de stikstofneerslag lijkt te dalen, hoeven er geen pijnlijke besluiten genomen te worden.

Denemarken, een land met een vergelijkbare ecologie en veehouderij als Nederland, gebruikt voor de vergunningverlening een relatief eenvoudige maar effectieve afstandstabel. De Deense bouwregels worden strenger naarmate een boerderij dichter bij een natuurgebied ligt. Met zo’n tabel is het onmogelijk om stikstofruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken. De Denen behaalden hiermee de afgelopen jaren aanzienlijk betere ecologische resultaten dan Nederland. Het complexere rekenwerk gebruiken de Denen alleen voor de wetenschap, niet voor het verstrekken van een vergunning.

Het uitkopen van piekbelasters, topvervuilers of ‘grote uitstoters’ in een bufferzone rond natuurgebieden is een maatregel die door veel experts wordt aanbevolen. Lourens Loeven, directeur van de Commissie voor de Milieueffectrapportage, ziet dat dergelijke bedrijven een grote invloed hebben op de natuur. ‘Grote stikstofbronnen in de nabijheid van natuurgebieden maken het nagenoeg onmogelijk om natuurdoelen te halen.’

Wat doen de provincies met die kennis? Dat ligt eraan aan wie je het vraagt. Limburg noemde afgelopen januari het aanpakken van zware belasters in zijn Aanvalsplan Stikstof een ‘quick-win’, maar heeft de start van die aanpak inmiddels naar volgend jaar verschoven. Overijssel vindt de strategie ‘geen zinvolle benadering’ en zal zich voorlopig niet richten op individuele bronnen van stikstofvervuiling, laat een woordvoerder weten. Gelderland richt zich wel op piekbelasters, zoals in de uitkoopregeling voor de kalverhouderij waarvoor boeren zich tot 1 december vrijwillig kunnen inschrijven. Het is een van de weinige concrete plannen die we vinden, in dit geval overigens een initiatief van de kalversector zelf die door de coronacrisis in zwaar weer verkeert.

Minister Schouten presenteerde begin deze maand een nieuwe uitkoopregeling, speciaal voor zware uitstoters. Maar ook die is nadrukkelijk vrijwillig. Ook voor de provincies, die de regeling moeten uitvoeren, is vrijwilligheid cruciaal bij de omgang met potentiële deelnemers, zegt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg. ‘Alleen al het benaderen van piekbelasters voor de regeling kan een gevoel van onvrijwilligheid veroorzaken.’ Dat roept de vraag op of bedrijven zich überhaupt zullen melden zolang niemand ze vertelt dat ze een piekbelaster zijn.

Daarnaast vertrouwt het kabinet op de on-langs geopende slimme ‘stikstofmarkt’, die buiten de overheid om zijn werk zou moeten doen. Een stoppende varkensboer kan de ‘uitstootruimte’ in zijn vergunning bijvoorbeeld verkopen aan een woningbouwproject. Of aan een andere veehouder die wil uitbreiden. Hoe dit precies gaat uitpakken is een raadsel. De provincies moeten het beleid vormgeven, maar doen dat elk op hun eigen manier.

Zo laat de provincie Gelderland geen verkoop van uitstootrechten toe; enkel verhuur. Dit vanwege zorgen om het ‘ongecontroleerd opkopen van agrarische bedrijven’. Overijssel staat de verkoop wel toe en noemt de ‘enorme behoefte’ aan nieuwe bouwvergunningen als reden. Noord-Brabant ziet het als ‘een van de weinige beschikbare opties’. Drenthe stelt de opening van de markt voorlopig nog even uit, mede vanwege het ontbreken van een centrale registratie van stikstofruimte.

Ook bij veel boeren overheerst de scepsis. Toen de Groningse Provinciale Staten in oktober debatteerden over het wel of niet toestaan van stikstofhandel, of ‘externe saldering’, stonden voor het provinciehuis alweer een paar protesttrekkers. Boerenorganisatie lto is een tegenstander van externe saldering en pleit, net als de provincie Drenthe, voor een ‘deugdelijk’ registratiesysteem. Zonder een dergelijk systeem zou er per transactie stikstofruimte kunnen weglekken en niet ‘zo efficiënt mogelijk’ ingezet worden voor de landbouw.

De stikstofcrisis is in de eerste plaats een crisis voor de natuur, die jaren, zo niet decennia nodig zal hebben om volledig te herstellen. Om dat te bereiken zal iedereen een steentje moeten bijdragen: industrie en verkeer moeten hun uitstoot verminderen, de veestapel zal moeten krimpen en veehouderijen zullen moeten verduurzamen. Maar de stikstofcrisis is inmiddels ook een economische ramp, waarin elke dag telt. Meer dan een jaar geleden noemde de commissie-Remkes het uitkopen van piekbelasters al een belangrijke oplossing voor de korte termijn. Toch blijven de grootste vervuilers tot nu toe buiten schot.

In Gelderland ligt de bouw van zeker drieduizend woningen stil en ook het provinciebestuur van Overijssel zegt snel stikstofruimte nodig te hebben voor nieuwe woningen. Werk aan infrastructuur zal volgend jaar al sterk teruglopen, zegt oud-minister Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland. Volgens Johan Vollenbroek van milieuorganisatie Mob, Mobilisation for the Environment, die het stikstofbeleid met succes aanvocht bij de Raad van State, kan de aanpak van piekbelasters niet langer wachten. ‘Dit is een van de eerste dingen die het kabinet zou moeten doen. Verduurzamen is niet genoeg, die bedrijven moeten daar echt weg.’


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl, en het Lira Auteursfonds Reprorecht, lira.nl

Het onderzoek

De provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg stellen vergunningsgegevens over veehouderijen beschikbaar in een database. Op basis van de gegevens van deze provincies stelden we een kaart samen waar we ook de locaties van stikstofgevoelige natuur inlaadden. Van elke veehouderij berekenden we de afstand tot kwetsbare natuur en we selecteerden bedrijven op minder dan 250 meter afstand. Van deze groep hebben 25 bedrijven een relatief hoge ammoniakuitstoot van meer dan vierduizend kilogram per jaar. Deze selectie noemen we in dit artikel de ‘topvervuilers’ of ‘piekbelasters’.

Met de openbare overheidsapplicatie Aerius Calculator is het mogelijk de uitstoot en de locatie van een bedrijf om te rekenen naar schadelijke neerslag op natuurgebieden. Op basis van de uitvoer van Aerius telden we de stikstofneerslag op, die we gebruikten om het bedrijf met andere stikstofbronnen te vergelijken. Deze methode is gevalideerd door Erwin Adema, adviseur stikstof en Natura 2000 bij BIJ12, een uitvoeringsorganisatie die provincies helpt op het gebied van stikstof en het gebruik van Aerius.

Kijk voor meer informatie over de methodologie op platform-investico.nl.