LAAT NIET ALS DANK…

Waar laten we het atoomafval?

Begin september trok de Duitse milieuminister Sigmar Gabriel aan de noodrem, toen bleek dat uit een opslagplaats voor nucleair afval al jarenlang radioactief water in het grondwater dreigt te lekken. Duitsland discussieert – net als Nederland – al decennia over de opslag van kernafval. Een oplossing is nog niet in zicht.

‘EEN SUPERGAU’, NOEMDE milieuminister Sigmar Gabriel van de SPD begin september de problemen rond de zoutkoepel Asse II in de buurt van Braunschweig. ‘SuperGAU’ betekent zoiets als ‘ramp van grootst mogelijke omvang’. Met deze kwalificatie overdrijft Gabriel niet. Al decennialang zoeken de Duitsers naar een geschikte ‘eindopslagplaats’ voor hun hoogradioactief kernafval, tot nog toe zonder resultaat. Het laatste wat je dan kunt gebruiken is een rapport waaruit blijkt dat de aan Nederland grenzende deelstaat Nedersaksen al jarenlang weet dat uit de zoutkoepel radioactief vervuild water naar buiten dreigt te lekken, terwijl de bevolking hierover niet wordt geïnformeerd. ‘Dit is catastrofaal voor de geloofwaardigheid van de politiek’, volgens Gabriel. Inderdaad, zo is het.
De Duitse overheid gebruikt de voormalige zoutmijn Asse II, twintig kilometer ten zuiden van Braunschweig, sinds 1967 als opslagplaats voor licht- en middel-radioactief atoomafval. Tussen 1967 en 1978 werden op een diepte tussen vijfhonderd en 750 meter 126.000 vaten radioactief afval opgeslagen. Onlangs bleek dat in Asse eveneens minstens negen kilo aan plutonium is opgeslagen, materiaal dat hier nooit terecht had mogen komen. Het woord ‘opslagplaats’ voor de Asse II is overigens onjuist, omdat de zoutmijn officieel als onderzoeksstation geldt.
Op 2 september sloegen de stoppen door bij milieuminister Gabriel, toen uit het zogenaamde ‘statusbericht over de mijn Asse II’, opgesteld door het milieuministerie van Nedersaksen, bleek dat vanaf het moment dat de zoutmijn als opslagplaats in gebruik werd genomen water de mijn binnensijpelde. Het publiek is altijd voorgehouden dat de mijn waterdicht was. Uit het bericht van het milieuministerie bleek nu dat alleen al sinds 1988 maar liefst 32 nieuwe plekken zijn ontdekt waar water de mijn binnensijpelt. Jaarlijks loopt 12.500 liter zout water de mijn binnen, dat de vaten met radioactief afval aantast. Het vervuilde water dreigt de mijn uit te lopen en zich met het grondwater te vermengen. Bovendien moet de mijn vanwege instortingsgevaar waarschijnlijk in 2014 gesloten worden. ‘Men kan stellen dat de veiligheid van de mijn nergens is bewezen’, liet Gabriel weten. ‘Asse is de meest problematische atoomlocatie in Europa.’
Gabriel besloot tijdens een crisisoverleg met andere ministers om de eindverantwoordelijkheid voor de zoutmijn uit handen te nemen van het Helmholtz-centrum, een onderzoeksinstituut uit München. Inmiddels is het Bundesamt für Strahlenschutz (BfS), de hoogste instantie op het gebied van straling in Duitsland, verantwoordelijk voor Asse II. Als gevolg van de chaos rond de opslagplaats vreest Gabriel nu grote problemen bij de verdere zoektocht naar een definitief eindstation voor hoog-radioactief afval in Duitsland. Asse II was een soort ‘testmijn’ die ter voorbereiding diende op de latere ingebruikname van de mogelijke ‘eindopslagplaats’ Gorleben.

Naast Asse II kent Duitsland nog drie andere belangrijke locaties voor de opslag van radioactief afval: Morsleben, Gorleben en de voormalige ijzermijn Konrad. Om met Morsleben te beginnen: deze zoutkoepel ligt hemelsbreed ongeveer vijftig kilometer ten oosten van Asse II, maar dan wel ‘aan de andere kant’ van de grens. Morsleben werd door het DDR-regime gebruikt als opslagplaats voor licht- en middel-radioactief afval. Omdat de zoutkoepel vol met water dreigde te lopen, stopte de Duitse regering in 2000 met de opslag van afval en besloot ze de koepel zo snel mogelijk te sluiten. In maart 2004 was het eerste deel van het project, dat honderd miljoen euro kostte, gereed. Het BfS verwacht dat de definitieve sluiting van de zoutkoepel nog zo’n vijftien jaar duurt.
De meest bekende Duitse opslagplaats voor nucleair afval is de zoutkoepel van Gorleben, eveneens in Nedersaksen. Gorleben wordt door velen gezien als de locatie waar uiteindelijk het Duitse hoog-radioactieve nucleaire afval opgeslagen zal worden. Elke herfst opnieuw leveren duizenden demonstranten dagenlange gevechten met speciale eenheden van leger en politie, die de Castoren moeten beschermen. Dit zijn grote containers met hoog-radioactief afval die per trein vanuit de Franse opwerkingsfabriek in La Hague naar Gorleben worden vervoerd. Woordvoerder Francis Althoff van de Bürgerinitiative Lüchow-Dannenberg in de buurt van Gorleben eist dat de Duitse regering consequenties trekt uit de problemen in Asse. Althoff: ‘Niet alleen in Asse, maar ook in Morsleben is water de zoutmijn binnengelopen. Dat betekent dat het al twee keer mis is gegaan met de opslag van kernafval in zoutkoepels. Daarom kan van opslag in Gorleben ook geen sprake zijn.’ Volgens Althoff heeft de Nederlandse professor Den Hartog uit Groningen in de jaren negentig al aangetoond dat zoutkoepels niet deugen als opslagplaats voor nucleair afval: ‘Nucleair afval straalt niet alleen, het veroorzaakt ook hitte. Daardoor ontstaan er scheuren in de materie waarin het wordt opgeslagen, of die wordt poreus.’
Hoewel Althoff erkent dat er een afvalprobleem bestaat, ziet hij het niet als zijn taak om met suggesties te komen waar het afval naartoe zou moeten: ‘Er wordt al drie generaties lang kernafval geproduceerd, en nog steeds weet niemand waar het naartoe moet. De halfwaardetijd van kernafval bedraagt een miljoen jaar. Dat betekent dat er nog eens vijftigduizend generaties met dit afval zitten! Wij hebben niet om dit afval gevraagd, het is niet onze verantwoordelijkheid om aan te geven waar het naartoe zou moeten.’
Duitsland begon al in 1977 met onderzoek naar de mogelijkheid Gorleben als eindopslagplaats voor hoog-radioactief nucleair afval te gebruiken. In 2000 stelde de rood-groene regeringscoalitie een moratorium in op verder onderzoek, tot uiterlijk 2010. Het onderzoek heeft tot nu toe al meer dan 1,3 miljard euro gekost. Althoff: ‘Als in september 2009 na de verkiezingen een coalitie CDU-FDP aan de macht komt, valt het moratorium meteen.’
Niet al te ver van Gorleben wordt in de stad Salzgitter de voormalige ijzermijn Konrad tot dé centrale eindopslagplaats voor laag- en middel-radioactief afval in Duitsland omgebouwd. Wolfram König, de directeur van het Bundesamt für Strahlenschutz, wil in de Konrad-mijn tussen 2013 en 2080 ruim driehonderdduizend kubieke meter radioactief afval opslaan. Momenteel wordt het gangenstelsel op duizend meter diepte uitgegraven. De ruim driehonderdduizend kubieke meter vormen nagenoeg al het radioactief afval dat volgens de verwachtingen in Duitsland tot 2080 geproduceerd wordt. Momenteel produceert Duitsland ongeveer 4500 kubieke meter radioactief afval per jaar, dat uit ziekenhuizen, onderzoeksinstituten en de zeventien Duitse kerncentrales komt. Ter vergelijking: Nederland produceert grofweg duizend kubieke meter per jaar. Het openhouden van de Konrad-mijn heeft tot nu toe ruim negenhonderd miljoen euro gekost; daar komen de komende jaren nog eens negenhonderd miljoen bij. Afhankelijk van de uiteindelijke hoeveelheid atoomafval komt de prijs per kubieke meter tussen de tienduizend en 25.000 euro te liggen. Volgens de voorschriften moet het nucleaire afval dat onder de grond verdwijnt minstens een miljoen jaar veilig verstopt zijn. Bovendien dienen de vaten minstens vijfhonderd jaar gegarandeerd gesloten te blijven, zodat toekomstige generaties ze eventueel toch nog kunnen verplaatsen.

De chaotische toestanden in Asse II hebben de discussie in Duitsland over kernenergie opnieuw doen oplaaien. Dat debat was al enkele maanden gaande, maar nam door ‘Asse’ een geheel nieuwe wending. Vanwege de exploderende energieprijzen op de wereldmarkt en de klimaatdiscussie wil de Duitse energielobby af van het regeringsbesluit uit 2000 om gefaseerd uit de kernenergie te stappen. Ook de CDU, de huidige coalitiepartner van de SPD, pleitte in juli nog voor een verlenging van de looptijden van de Duitse kerncentrales die de komende jaren van het net gaan. ‘Gezien de hoge energieprijzen is kernenergie een technologie waar we binnen afzienbare tijd niet zonder kunnen’, meende secretaris-generaal Ronald Pofalla. Diezelfde CDU was tot voor kort nog van plan om van kernenergie een van haar centrale verkiezingsthema’s voor de parlementsverkiezingen in september 2009 te maken, maar na de chaos in Asse is het binnen de partij opvallend stil geworden rond het thema kernenergie.
‘Asse’ heeft ertoe geleid dat het vraagstuk van het nucleaire afval weer centraal is komen te staan. Milieuminister Gabriel houdt vast aan het moratorium op verder onderzoek in Gorleben en wil evenals vooraanstaande politici van de Duitse Groenen een ‘uitslag-open’-discussie. Volgens Gabriel dienen eerst criteria voor de opslag van het nucleaire afval te worden vastgesteld, en kan men pas daarna kijken naar potentiële locaties. Op die manier kunnen ook verschillende opslagmethoden onderzocht worden: opslag in klei, zout of graniet. Tot nu toe verzetten de traditioneel door de CDU overheerste deelstaten Baden-Württemberg en Bayern zich tegen zo’n discussie. Ze zijn bang dat de uitgebreide graniet-kleilagen in deze deelstaten wel eens zeer geschikt zouden kunnen zijn voor de eindopslag.
Een uitslag-open-discussie, waarbij eerst criteria voor een mogelijke opslag worden vastgesteld, lijkt inderdaad de beste methode om tot een keuze voor een eindopslagplaats te komen. Deze methode wordt momenteel ook in Zwitserland uitgevoerd. In een driefasenproces worden aan de hand van verschillende criteria mogelijke locaties voor de opslag van kernafval geselecteerd. In elke fase van het selectieproces betrekken de Zwitsers de omringende landen én hun bevolking erbij. Volgens het Duitse Bundesamt für Strahlenschutz volgt het Zwitserse model ‘de huidige internationale standaards op het gebied van wetenschap en techniek’. Erg belangrijk daarbij is de participatie door de bevolking. Alleen op deze wijze kan voldoende acceptatie door de burgers van de eindlocatie gewonnen worden.
Al met al kan in Duitsland nog steeds geen mens zeggen waar het atoomafval uiteindelijk terecht gaat komen. Eind augustus liet minister Gabriel zich ontvallen dat hij zich kon voorstellen dat het afval in een ander Europees land zou worden opgeslagen. Tot nog toe hebben Duitse regeringen zich altijd tegen dit idee verzet. Gabriel verbond wel twee voorwaarden aan opslag elders: er dienen op Europees niveau veiligheidsstandaards te worden vastgelegd. Die zijn er op dit moment nog niet. Verder dient Duitsland zelf ook een opslagplaats als alternatief aan te kunnen bieden. Zonder een mogelijke eigen opslagplaats is Duitsland namelijk corrumpeerbaar, volgens Gabriel. Hij vindt het eigenlijk niet zinvol dat elk Europees land een eigen opslagplaats voor atoomafval ontwikkelt. Terwijl ook de Duitse FPD wel iets in opslag in het buitenland ziet, zijn de Duitse Groenen strikt tegen. ‘Als dat betekent dat Duits atoomafval goedkoop naar Rusland wordt geëxporteerd, dan zijn wij daar op tegen’, zei fractievoorzitter Stefan Wenzel van De Groenen in Nedersaksen.
Het zoekproces naar eindopslag speelt in veel Europese landen. Zwitserland, Zweden en Finland lijken het verst voortgeschreden: Finland is tot nog toe het enige Europese land waar de regering in 2001 een besluit nam over de locatie voor eindopslag. Het Finse hoog-radioactieve afval wordt op het eiland Olkiluoto, ondergronds in graniet opgeslagen.
Ach ja, nog een jaar of dertig. Dan lopen de vergunningen af voor de tijdelijke opslag van nucleair afval op verschillende plaatsen in Duitsland.