Waar moet ik het zoeken?

Vreemd: er zijn nu zo'n zeventig miljoen mensen op het Internet aangesloten, en eigenlijk komt er verdomd weinig nieuws uit. Journalistiek nieuws, bedoel ik. Je zou toch zeggen dat er rancuneuze mensen zijn die menen: ‘En nu ga ik alles eens op Internet zetten: de corruptie van mijn baas, de schofterigheden van mijn directies, de vuile transacties, de smeergelden die betaald zijn, ik pak ze allemaal.’

Niks. Af en toe meldt de krant dat er op Internet een racistische groepering is, of iets met kinderseks, of iets met voetbalvandalen. Het blijft mager.
Er zijn nog geen politici gevallen door Internet. Geen bazen die moesten onderduiken. Er zijn geen rampen opgehelderd, ontluisterd of veroorzaakt. De kranten deden en doen dat wel.
Wie de geschiedenis van de linkse beweging kent, weet dat er tal van krantjes zijn geweest waarin ‘onthullingen’ werden gedaan, waarin furieuze pamfletten werden geschreven en aan de lopende band onhullingen werden gepleegd. 'Wist u dat…’ Van Telegraaf tot Parool zijn ze opgericht omdat er nieuws was dat andere kranten niet meldden. Dat was het bestaansrecht van de krant.
Maar Internet - het tovermedium dat kranten overbodig zou maken - laat niets anders horen dan een imposante journalistieke stilte.
Hoe komt dit?
Ach, niemand weet waar hij het zoeken moet.
Ik kan 'oorlogsdocumentatie’ intikken, maar dat levert nog geen primeur op. Ik kan alleen wat vinden als ik wat zoek. Maar, en dat is het grote probleem, hoe weet ik wat ik zoek? Daarin verschilt de krant van Internet. Een krant heeft opvattingen als uitgangspunt. 'Wij willen het verhaal laten horen van gewone mensen, wij willen de huidige macht ontluisteren, wij willen Amsterdams nieuws brengen’ - noem maar op. Dan weet je waar je zoeken moet. Juist door de beperkingen die een krant zichzelf oplegt - of opgelegd krijgt - wordt het nieuws gefilterd. Internet filtert niets: alles is evenveel waard. Er is geen hiërarchie. Dat maakt Internet ook als nieuwsbron tamelijk waardeloos. Hoe toets je wat je vindt? Hoe beoordeel je een verhaal?
Internet gedraagt zich als een abstractie. Het is de beste metafoor van een puinhoop waar alle rotzooi van de wereld ligt, en waartussen niemand meer iets kan vinden wat voor hem van waarde is. Het is het postmoderne resultaat van een opvatting over nieuws. De totale democratische structuur ervan schreeuwt om een dictator die orde op zaken stelt.
'Vertel mij waar ik het zoeken moet, grote leider.’
Vergis ik mij of klopt mijn waarneming dat de bibliotheken nog nooit zo vol waren als nu? Ik loop door de universiteitsbibliotheek, waar ik vroeger wel eens rustig kon studeren, en tref er nu een veelvoud van jongeren aan - die iets opzoeken, iets uitzoeken. Er zijn natuurlijk meer studenten dan vroeger, maar die kunnen nu thuis zitten en op Internet alles achterhalen. Toch doen ze dat niet. Ze willen de boeken in handen hebben, zelf zien, zelf controleren.
En toch ziet iedereen de waarde van de Internet-puinhoop. Je weet dat er goud ligt. Maar waar?
Gisteren toetste ik voor de grap eens de naam 'Hitler’ in. Ik kreeg onmiddellijk drieduizend sites terug. Waar te beginnen? (Toets je 'Hitler’ en 'library’ in, dan zit je meteen tegen de honderdduizend sites.) Ik zal zelf op onderzoek moeten gaan. Luisteren naar politici; ze vragen stellen als me iets niet bevalt.
Ondertussen tik ik 'Bolkestein’ in - en hoop op een primeur. Zou Netwerk hetzelfde vinden als ik?