Waar of niet waar?

HARM DE JONGE & FIEL VAN DER VEEN
TJIBBE TJABBES’ WERELDREIS
Met oorspronkelijke tekeningen en schilderwerken van Fiel Venius, Van Goor, 134 blz., € 14,95

Noem het fictieve non-fictie. Of non-fictieve fictie: het achttiende-eeuwse Journael van de Leidse geleerde prof. dr. Tjibbe Tjabbes en zijn onvoltooide Handtboeck Uijtsonderlijcke Beesten van het Aertrijck, met indrukwekkend oorspronkelijk teken- en schilderwerk van Tjabbes’ assistent Fiel Venius. Beide unieke documenten – gevonden nabij het Indonesische vissersdorpje Sukabaru – zijn dankzij gelauwerd kinderboekenschrijver Harm de Jonge hertaald en inclusief uitleg en verantwoording opgenomen in vermoedelijk het meest fantasievolle kinderboek van dit jaar: Tjibbe Tjabbes’ wereldreis.
Als inspiratiebronnen dienden Multatuli’s credo ‘niets in dit boek is waar en zelfs dat is niet waar’, Noachs wonderbaarlijke zondvloedverhaal en de cryptozoölogie: een pseudo-wetenschap die zich vanuit overleveringen en legenden richt op het onderzoeken van uitgestorven en/of levende diersoorten. Zoals ‘het monster van Loch Ness’ en ‘de Verschrikkelijke Sneeuwman’ in de Himalaya. Heerlijk humorvol, zoals De Jonge vertelt hoe de godvrezende Amsterdamse kooplieden Deodaat en Gotfried Panhuijs-Breskens in 1774 ‘in een nacht vol noodweer’ door God worden ingefluisterd om in afwachting van een nieuwe zondvloed (in 1777) een tweede Ark van Noach te bouwen. Zij kunnen Gods opdracht nauwelijks aanvaarden. Maar wanneer ‘de bliksem een paar uitroeptekens achter Gods woorden flitst’ gaan de gebroeders tot actie over.
Omdat het maar de vraag is of wonderen ook in 1777 zullen voorkomen en of God dan weer het hele dierenrijk naar de ark wil vervoeren, roepen de gebroeders Tjabbes’ hulp in. Die vertrekt vervolgens, als een dieren verzamelende Darwin, voor een geografisch kloppende, geloofwaardig achttiende-eeuwse reis om de wereld. Reizend op het fregat De Griffioen onder commando van de zich over wetenschap en geloof verwonderende kapitein Hotze Horzelkaak, die ooit oog in oog heeft gestaan met hét mysterie der oceanen: ‘De blauwe waterstier’. Dat dit cryptozoölogisch monsterlijk grote zeewezen uiteindelijk een beslissende rol in het verhaal speelt mag duidelijk zijn. Toch hebben ook de ET-achtige ‘kraagpaddo’, kleurrijke pantsergloep en zaaglustige ‘zeilsnijder’ een hoog genietbaarheidsgehalte.
Zowel De Jonge als Fiel van der Veen – leuke vondst om deze productieve illustrator als ‘bekwaam tekenaar en speels mens’ mee op reis te laten gaan – getuigt van een ongebreidelde fantasie en grote precisie. Dagboek, reisbeschrijving, tekeningen met vermelding van gebruikte materialen, wetenschappelijke aanvullingen en genummerde dierbeschrijvingen en hilarische ‘arkadviezen’ zijn zo detaillistisch uitgewerkt dat je bijna gaat geloven in Tjabbes’ wereldreis. Ondanks Multatuli’s motto. Of juist dankzij?