Aids in Oekraïne

Waar te beginnen?

Na Rusland kent Oekraïne de snelst groeiende aids-epidemie in Europa. Unicef schat dat zo’n vierhonderdduizend mensen drager van het hiv-virus zijn. «Wij zijn ten dode opgeschreven.»

ODESSA/KIEV – Jevgenij zit op een vlondertje voor zijn ingestorte woning en zwijgt. Om hem heen liggen metershoge bergen afval en uitwerpselen. De Oekraïense jongen heeft een zware longontsteking en ijlt. Zijn gezicht is geel geworden. Jevgenij heeft hiv. Medicijnen krijgt hij niet. De achttienjarige heeft namelijk papieren noch paspoort. Formeel bestaat de drugsgebruiker dus niet voor de autoriteiten van Odessa. Alleen via hulpverlener Dmitri Rzjenisjevski van The Way Home krijgt hij af en toe wat eten en pijnstillers.

«Na een conflict met mijn alcoholistische vader, die mij sloeg, ben ik uit huis gevlucht», mompelt Jevgenij. Op straat zocht hij voedsel. Daarbij werd hij telkens door de politie in elkaar geslagen. Zo belandde hij in zijn nieuwe «woning». De esthetische toestand van dit kraakpand doet denken aan de architectuur van Grozny. Het stinkt er ondraaglijk naar urine. Het vuilnis staat er als een muur tot aan het plafond opgestapeld. De bouwval wordt gedeeld met vier andere dakloze jongeren. Ondanks hun bewering dat ze clean zijn, liggen overal spiegeltjes en spuiten.

Aids dook in 1987 voor het eerst op in de historische havenstad Odessa. Volgens geruchten begon de pandemie toen passagierende Cubaanse matrozen de lokale hoeren opzochten. In werkelijkheid liep de verspreiding in eerste instantie via sjirka, een zelfgemaakte injectiedrug. Omdat de gebruikers hun naalden deelden, raakte een halve generatie aan de hiv. In 1989 al richtte Rzjenisjevski zijn liefdadigheidsinstelling The Way Home op. Sindsdien helpt hij daklozen, straatkinderen en drugsgebruikers. «Wij waren de eerste organisatie in de Sovjet-Unie die zich voor wezen met aids inzette.»

In Odessa lopen nu, vijftien jaar later, naar schatting vijftienduizend daklozen rond. The Way Home geeft hun nieuwe documenten, onderdak, advies, een eigen daklozenkrant en vooral gezondheidszorg. Feestelijke hoogtepunten voor The Way Home waren tot nu toe de Europese voetbalkampioenschappen voor daklozen. Afgelopen jaar werd de ploeg uit Odessa zelfs tweede. «Door de sociaal-economische malaise hebben de mensen geen oriëntatie meer. Miljoenen hebben in Oekraïne hun baan verloren, zijn vervallen in alcoholisme en met hun familie in onmin geraakt. De ouders strijken de kinder bijslag op terwijl het kroost wordt verstoten en aan de drugs raakt», zucht Rzjenisjevski.

De overheid kijkt intussen weg. De media zijn eveneens «doofstom». De maatschappij is volgens de hulpverlener niet bereid om voor the kids te vechten. Maar dat zou wel moeten. Volgens schattingen zijn bijna 250.000 mensen tussen 15 en 49 jaar in Oekraïne besmet met hiv. Dat is bijna één procent van de volwassen bevolking. De laatste vijf jaar is het aantal gemelde personen met het dodelijke virus zelfs vervijfvoudigd. Per dag stijgt het aantal nieuwe besmettingen met honderd.

Sasja Parkomenko weet er alles van. De seropositieve elektricien (37) gebruikte jarenlang samen met zijn vrouw Ira drugs. Niet alleen dat liep goed fout. Ze hadden ook nog zeven kinderen. Die moesten maar naar oma.

«Toen ik zwanger was werd ik in mijn appartement vanwege drugsgebruik door de politie in elkaar geslagen. Het ziekenhuis kwam erachter dat ik hiv had en heeft me uit de kliniek gesmeten. Mijn dochter stierf een maand na de vroegtijdige geboorte. Dat was de reden om te stoppen met de sjirka», vertelt de tandenloze Ira met een nieuwe baby op de arm, die ze wegens haar ziekte geen moedermelk mag geven. Haar man heeft regelmatig longontsteking. «We hebben allebei een zeer verzwakt im muunsysteem», zegt Sasja. Grootmoeder kon dit niet meer aanzien en kocht voor het gebroken gezin een afgelegen buitenhuis aan de rand van Odessa, een stad van 1,5 miljoen inwoners. Het eenvoudige huis is vochtig en donker. Stroomdraden hangen als losse eindjes in de woonkamer, geld voor eten is er nauwelijks en de badkamer ziet eruit als een zwijnenstal. Oude kranten doen dienst als wc-papier. Maar het belangrijkste is dat de metropool Odessa, waar veel van hun drugsvrienden wonen, ver weg is. Inmiddels heeft ook hun driejarige dochter Masja het hiv-virus. Zowel de ouders als het kind krijgen een ARV-therapie (antiretrovirale behandeling met aidsremmers) die door Artsen zonder Grenzen wordt betaald.

Sasja heeft als elektricien weinig werk. Daarom doodt hij de dagen met vrijwilligerswerk in het speciale dagverblijf Life+ voor lotgenoten. Vaak zit hij somber voor zich uit te staren en wekt hij de indruk zelf ook niet te weten wat hij met zijn leven wil. De seropositieve elektricien heeft een hoop vrienden zien heengaan: «Ik ben opgehouden ze te tellen.»

Voor de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 waren aids en hiv vrijwel onbekend in Oekraïne. Door de afscherming van het Westen was er officieel weinig sprake van drugs en prostitutie in de met 49 miljoen inwoners een na grootste deelrepubliek. Zeven jaar later leefden volgens schattingen van de UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, in Oekraïne bijna tweehonderdduizend mensen met de immuniteitsziekte. Unicef, de kinderorganisatie van de VN, veronderstelde vorig jaar – toen de veel bewierookte Oranje revolutie in het land plaatsvond – dat inmiddels vierhonderdduizend mensen het hiv-virus onder de leden hebben. De VN gaan ervan uit dat in 2010 bijna 1,5 miljoen bewoners van dit reusachtige land besmet zullen zijn.

Volgens Dmotro Konik, woordvoerder van Unicef in Kiev, is er geen kentering in zicht. De Oekraïense autoriteiten verbieden nog steeds het uitdelen van schone naalden aan drugsspuiters, zoals in Nederland gebruikelijk is. Ook het verstrekken van methadon is niet mogelijk. «Ik zou niet weten waar ik moet beginnen», lacht de Unicef-man als een boer met kiespijn. Hij wijst op sociale destabilisatie, een torenhoge werkloosheid van rond twintig procent en de wijdverbreide corruptie waar tegen ook de nieuwe regering weinig onderneemt. Ook al beschikt Unicef over een budget van zeventig miljoen dollar voor de bestrijding van hiv en tuberculose in Oekraïne, het probleem voor buitenlandse geldgevers als The Global Fund en The Elton John Aids-Foundation is dat de financiële hulp niet altijd op de juiste plek terechtkomt.

In het begin werd hiv door een gevaarlijke mix van onwetendheid en onbekommerdheid vrijwel volledig via besmette naalden verspreid. Tegenwoordig gebeurt dit meer en meer via seksueel verkeer. Het stigma dat alleen homo’s en condoomweigerende hoerenlopers het virus zouden hebben is al lang achterhaald. Ook tienduizenden hetero paartjes hebben inmiddels hiv.

Zoals Oksana Nachajeva, die het virus via haar partner kreeg. Nachajeva (33) biedt nu psychologische hulp in de enige aidskliniek in Odessa. «De mensen hebben geen idee waar de ziekte vandaan komt. De meerderheid van de bevolking denkt dat je het krijgt van muggensteken, bleek laatst uit een enquête», vertelt ze. Al is ook haar zoontje seropositief, Nachajeva blijft optimistisch. Ze is ervan overtuigd «dat het glas half vol en niet half leeg is». Ze vindt zichzelf het beste voorbeeld van het gegeven dat mensen met hiv niet per se criminelen, drugsgebruikers of homo’s zijn: «Het virus kan tegenwoordig in elke goede familie opduiken.»

Deze veranderde omstandigheden vragen om een op maat gesneden aanpak. De organisatie Faith, Hope and Love richt zich op de problemen in de seksindustrie, een marktsector die in Odessa met zijn duizenden matrozen en havenwerkers van oudsher floreert. Drie keer per week rijden medewerkers met een mobile trust centre rond. Ze geven de prostituees gratis condooms en medicijnen, nemen bloedtests af en bieden educatieve informatie. Een team bestaat uit twee hoertjes en een psycholoog. Per avond verdelen ze vierhonderd condooms en schone naalden. Het werkt, aldus Loseva Valida, de gezondheidsdirecteur van Odessa: «De hoertjes vertrouwen ons als autoriteiten niet, maar hen als ngo wel.» Zoals Alla Sjepeljoek (27), die haar werk als kapster verruilde voor de prostitutie. Als hoer kon ze tien keer meer verdienen (zeshonderd dollar). Totdat haar drugsprobleem uit de hand liep. «Mijn vader betaalde de corrupte politie geld, zodat ze me niet in de gevangenis smeten.»

«Safe seks was nooit een thema in de Sovjet-Unie», reflecteert Dmitri Rzjenisjevski: «Na 1991 dacht iedereen dat alles mogelijk was en dat je kon doen wat je wilde. Morele principes stonden na het communisme niet meer in de belangstelling.» Let’s Talk about Sex, de grote hit van George Michael uit de jaren tachtig, schijnt in Oekraïne nog niet juist begrepen te zijn. De familiaire gevolgen voor een maatschappij die toch al op z’n kop stond waren desa streus.

Bijvoorbeeld voor de zevenjarige Liza uit Kiev. Ze woont alleen met haar oma in een kaal en koud huis aan de rand van de miljoenen metropool. Liza, die ook met hiv is besmet, verloor vorig jaar haar moeder toen die stierf aan aids. Haar vader was een dealer, haar moeder een junkie. Omdat ze niet meer voor haar zieke dochter kon zorgen, werd Liza bij oma gestald. Grootmoeder heeft het zwaar als nieuw ge zinshoofd. Haar voeten staan compleet scheef. Hierdoor kan ze nauwelijks lopen. De twee kilometer te voet die baboesjka dagelijks moet afleggen om in te kopen, is voor haar een ware martelgang. Bovendien is er geen man in huis. Haar echtgenoot zit «wegens moord een tijdje in de gevangenis».

Twee keer per week bezoekt Alla Kuznetsova grootmoeder om te helpen in het gezin. Kuznetsova (22) werkt als sociaal pedagoge voor de hulporganisatie Onze Familie, die ook een dagverblijf voor seropositieve moeders heeft. Maar bij Liza is ze huishoudhulp, psychologe, leraar en moeder tegelijk. Het kind fleurt op als Alla met haar speelt en huilt als ze ’s avonds weer vertrekt. Oma ziet maar één oplossing: ze bidt elke dag dat zorgzame mensen uit West-Europa haar kleinkind adopteren.

Voor veel anderen komt welke hulp dan ook waarschijnlijk te laat. In de Spartaans ingerichte geboortekliniek van Stadsziekenhuis nummer III in Odessa worden zuigelingen met hiv streng gescheiden van de gezonde baby’s. Chefarts Valentina Kobilivskaja (38): «Pas na drie maanden kunnen we vaststellen of een baby hiv heeft. De helft van alle moeders verstoot bij een positieve uitslag hun pasgeboren kinderen direct. In bepaalde kringen noemen ze ons geen geboortekliniek maar sterf centrum.»

Kobilivskaja heeft een tekort aan personeel, medische apparatuur en medicijnen, want nog steeds onderschatten en bagatelliseren de autoriteiten in Oekraïne het probleem. De regering van president Viktor Joesjtsjenko wil zo snel mogelijk toetreden tot de EU. Daarom zijn negatieve berichten over zijn land niet welkom. In Oekraïne zelf worden mensen met hiv of aids gedegradeerd tot paria’s in de toch al ontwortelde maatschappij. Volgens directrice Liza Kravtsjenko (22) van het opvangcentrum Onze Familie in Kiev worden de dragers van het virus «onwaarschijnlijk zwaar gediscrimineerd». Volwassenen verliezen hun baan, kinderen vliegen van school.

Ook Tanja Sjirokova (35) heeft zo’n angstig voorgevoel. De dertigjarige seropositieve vrouw uit Odessa vreest dat ze het loodje legt en dat haar twee kinderen dan alleen achterblijven: «Mijn man is vorig jaar al overleden. Mijn oudste zoon Kirill heeft hiv. Ik heb geen hoop meer voor de toekomst.» Haar schoonmoeder wil het achtergebleven gezin uit huis zetten. Ook haar baan in een machinefabriek staat op de tocht: «We leven nu van dag tot dag. Wie moet er voor de kinderen zorgen als ik er niet meer ben?»