Striptekenaars over 9-11

Waar was Superman?

Als reactie op 11 september doen slechts enkele Amerikaanse striptekenaars voorzichtige pogingen het verstikkende verhaal van Goed tegen Kwaad wat lucht te geven.

Vijf filmproducenten vergaderen. Wilde scenario’s met buitenaardse wezens vliegen over tafel, maar de baas ziet er niets in: «Mensen willen de werkelijkheid! Special effects kun je overal krijgen, maar geld verdien je tegenwoordig met de werkelijkheid.» Achter hun raam suist een vliegtuig op het World Trade Center af. Een pagina verder staren de producenten naar de smeulende resten van het WTC.

Dit korte stripverhaal van Will Eisner, de godfather van de Amerikaanse graphic novel, is één van de meer dan tweehonderd aan «9/11» — bij ons 11/9 — gewijde Amerikaanse comics. De verhalen uit de stal van DC Comics, samengebracht in de eerste twee bundels, worstelen met de vraag waar de superhelden waren toen ze nodig waren. Zo concludeert de door het heelal suizende Superman, op weg naar de aarde, dat hij weliswaar de natuurwetten tart, maar één ding onmogelijk tot stand kan brengen: «Losbreken van de bladzijden waarop ik leef om in tijden van crisis ‹echt› te worden». Terwijl hij zich dat realiseert, komt er een brandweerman uit de vuurzee om een jongetje te redden dat de strip leest waarin de machteloze Superman gevangen zit. Het stripblad wordt dichtgeslagen, zodat de brandweerman het jongetje naar zijn moeder kan brengen. Pas als het jongetje veilig is, slaat hij het boekje weer open. Over de rand van de pagina waarop hij gedrukt staat, ziet Superman nog net hoe de brandweerman, zonder cape maar met wapperende vlag, weer de vuurzee in rent. Het enige wat Superman kan doen, is salueren en concluderen dat de wereld buiten zijn pagina’s haar eigen helden heeft.

De vele soortgelijke plots waarin Superman en zijn collegae gelijk worden gesteld aan de New Yorkse brandweer maken de twee bundels een weinig origineel en soms drammerig verlengsel van de mantra van George Bush: Amerika is verwikkeld geraakt in een strijd tussen helden en het absolute kwaad. Maar maakt u zich niet ongerust: het goede zal het kwade onvermijdelijk verpulveren.

In stripvorm worden «gewone mensen» aanbeden door zowel de getekende figuren als hun scheppers. Illustratief is een beeld van Superman die naar brandweerlieden, politieagenten, artsen en verpleegkundigen kijkt: «Wow» zegt hij. De tekening is een ode aan The Big All-American Comic Book (1944), waar een jongetje in dezelfde pose naar een poster met superhelden kijkt.

De gespierde tekeningen doen denken aan sociaal-realistische afbeeldingen van fascistische of communistische makelij. De moraal is altijd: verdraagzaamheid en vrede voor alle bewoners van de planeet aarde. Maar het steeds hervertellen van de aanslagen vanuit superhelden heeft een schaduwkant: verteller en publiek kunnen vast komen te zitten in een manicheïstisch wereldbeeld, dat op den duur even benauwend en tweedimensionaal wordt als dat van de papieren Superman, die zich niet in de werkelijkheid kan mengen.

Ook de meeste alternatieve tekenaars blijven hangen in verbijstering en weten geen ander verhaal te vertellen dan het algemeen geaccepteerde. Sommigen durven voorzichtig te concluderen dat het leven van de meeste Amerikanen nauwelijks is veranderd. Pas als Café Starbucks voor een dag sluit, raakt een van de tekenaars echt in paniek. Peter Kuper, bekend van Mad Magazine’s Spi vs. Spi, tekent een jongen die zich wandelend door Manhattan suf piekert over de toestand in de wereld. Tot er een meisje passeert, dan kan hij alleen nog aan haar denken.

Het zijn voorzichtige pogingen luchtgaatjes te slaan in het verstikkende verhaal van Good Against Evil. Mike Diana — die in 1994 drie jaar voorwaardelijk kreeg voor het tekenen van horrorstrips — tekende als een van de weinigen Osama bin Laden. Diens portret, op een Wanted: Dead or Alive-poster, hangt naast foto’s van vermiste personen. Het is een van de schaarse tekeningen die vorm geven aan de verontrustende gedachte dat ook de vijand een mens van vlees en bloed is.

Uit onvrede met de beperkte beeldvorming vertrok cartoonist en journalist Ted Rall in november naar Afghanistan, om met eigen ogen te zien hoe Amerika terugsloeg. In To Afghanistan and Back beschrijft hij in strips en verhalen hoe hij met een groepje oorlogscorrespondenten Afghanistan binnentrekt, om drie weken later met twee man minder terug te keren. In zijn cartooneske stijl laat Rall zien dat er niets overeind blijft van de goede oorlog die afrekent met het kwaad. Zijn conclusie: in Afghanistan wordt een macaber spel zonder regels of perspectief gespeeld, in een realiteit die letterlijk en figuurlijk mijlenver verwijderd is van Ground Zero.

Dat het wel degelijk mogelijk is ook in tijden van oorlog een driedimensionaal wereldbeeld overeind te houden — zoals Ted Rall laat zien — blijkt ook uit het kort na de aanslagen verschenen nummer van World War 3, waarin een tekenaar probeert in de huid te kruipen van een kaper die weet dat zijn missie gaat lukken. Het voortreffelijke blad bewijst dat filmproducenten uit de strip van Will Eisner dus alle kanten op kunnen in hun voornemen de spannende «werkelijkheid» na te vertellen.

9/11: Artist Respond Vol. One. DC Comics, 192 blz., $9,95; 9/11: September 11th 2001 Vol. 2. DC Comics, 224 blz., $9,95; 9/11: Emergency Relief. Alternative Comics, 188 blz., $14,95; Ted Rall, To Afghanistan and Back: A Graphic Travelogue, 112 blz., $15,95