Xavier Roelens

Waar we ons ook aan vastklampen

Xavier Roelens
Er is een spookrijder gesignaleerd
Contact, 64 blz., € 19,90

De debuutbundel van Xavier Roelens, Er is een spookrijder gesignaleerd, opent met een gedicht getiteld Starring varkensgekeel.

Start het als een kantelende

vrachtwagen met verlies van varkens

die verspert en spreidt,

maakt het zich welkom in een meisje

op de achterbank.

komt onrustig over, meisje

in haar kreukbare onderkomen,

met zoveel sterren aan het venster.

groet het aan het eind de bewaar- en andere engelen

van mij? of geeft het haar koning alsnog een kus?

Varkens uit een omgevallen truck, dat is wel een sterk beeld, je hoort het gillen, het bijeendrijven van de knorrende kookwaar, de prozaïsche filemelding. Slecht nieuws dus, maar dan neemt de kijker in de file een verwrongen meisje waar, klaarblijkelijk inzittende van een auto die op de geschaarde vrachtwagen is ingereden. ‘Zoveel sterren aan het venster’ zal op haar versperde toekomst slaan. Een beetje een Candlelight-_regel, maar vanuit menselijk oogpunt een begrijpelijke emotie. Maar dan vraagt de ik-figuur zich af of het slachtoffer de groeten van _hem wil overbrengen aan haar in zijn taakomschrijving falende guardian angel, plus alle andere afgodjes. Dat lid van de kijkersfile kan niet op altruïsme worden betrapt!

Maar wacht even. Het meisje is ‘onrustig’. Dat geeft hoop. Ademt ze door haar opgehoeste bloed heen? Ziet de ik-figuur in het tafereel dat haar toekwam een teken? Het is spijtig dat Roelens deze thematiek niet verder uitwerkt. Nu blijft het bij een beloftevolle aanzet.

Nog eens boud dierenleed dat doorvertaald wordt naar de imperfectie van ons handelen, in het gedicht Nota aan onze partner:

bij overstromingen mag onze partner op een koe klimmen.

wat voorbijdrijft

Onderrug Onderrug Onderrug Onderrug

vraagt om de competentie

het niet aan te raken

er is watertekort bij overstromingen.

overstromingen maken onze partner flexibel in onwetendheid.

het vuur in een naburige stad is niet schadelijk

van kilometers ver fucking Onderrug

voor de gezondheid

Na de prozaïsche filemelding van het eerder geciteerde gedicht, hier de aankondiging van een ontsnapte gifwolk. Nooit, maar dan ook nóóit is er in zo’n geval sprake van gevaar voor de gezondheid. Roelens slaagt in dit geval veel beter in zijn opzet. Er is een absurditeit van een permissie om bij overstromingen op de rug van een koe te klimmen, gevolgd door een vierwerf ‘Onderrug’, alsof een ramptoerist of ambtenaar naar ground zero is gegaan om de voorbij drijvende kadavers te tellen, wat hem op het eind van het gedicht (‘fucking Onderrug’) tot wanhoop drijft, gezien de aantallen.

Veel meer kracht nog wordt verkregen door het genoemde watertekort in geval van een overstroming. Dat zagen we pas in Engeland weer. Overal water en wat deelt men uit? Flessen Spa-blauw, of wat men in die contreien maar placht te bottelen. Een aardige regel dus, maar wat is nu de zeggingskracht van dit gedicht? Wat moeten we met deze opeenvolging van vaststellingen?

Dat toont zich in de regel ‘overstromingen maken onze partner flexibel in onwetendheid’, in combinatie met de gevraagde ‘competentie/ het niet aan te raken’. Roelens schrijft hier dat weliswaar toestemming verleend is om een voorbijdrijvend koelijk aan te wenden als boei, maar dat het nut van die handeling nietig is, omdat je omgeven door water zult sterven van de dorst.

Hier toont zich derhalve in die zin een zwart wereldbeeld dat wordt vastgesteld dat overal oplossingen voorhanden zijn maar dat ze je geen moer verder zullen brengen. Een bewaarengel niet en een padvinderssolutie in geval van een overstroming niet. Waar we ons ook aan vastklampen.

Zoals in het voorlaatste gedicht uit de bundel, met de immens cynische titel En straks lekkere boterkoeken:

ik slaap vannacht bij moeder

in een kuil. de sterren zijn bewolkt, we staren

nog wat na, ik rook. ik help haar haar

ogen openhouden. ik ben lief.

ik rook voor het eerst en steek

de sigaret tussen haar lippen.

ze doet goed alsof, de ogen dicht, mijmerend

is het woord, moeder-denkt-na.

bij het helder worden van het moment

zullen vogels luiden. sta dan op, gooi de kuil dicht.

laat haar in juiste handen na.

‘De sterren zijn bewolkt’ is een regel die om de verkeerde reden een tranentrekker is, maar daar gaat het me even niet om. Wat belangrijk is, is dat een ik zich nu niet vastklampt aan een genius of kadaver, maar aan een dode moeder, die een sigaret tussen de lippen gedrukt krijgt en becomplimenteerd wordt om haar met de ogen dicht inhalerende rokersimitatie. Misschien ontviel zij de wereld door haar roken en begon haar zoon er om die reden maar mee. Het is onduidelijk. Wel is duidelijk dat de dichter de grote woorden niet schuwt. De ‘sterren aan het venster’ uit het openingsgedicht en hier de vogels die gaan ‘luiden’ voor de uitvaartceremonie. ‘Laat haar in juiste handen na’. En hij steekt luciferhoutjes onder haar wenkbrauwen, boven haar jukbeenderen. Om haar op het oog te laten voortbestaan. Je klampt je eraan vast, maar werken zal het niet.

Drama ten top. Heruitgevonden barok.