Waar zijn de barbaren?

Tzvetan Todorov, Angst voor de barbaren . € 24,90

Medium downloadedfile

TZVETAN TODOROV
ANGST VOOR DE BARBAREN: DE BOTSENDE BESCHAVINGEN VOORBIJ
Atlas, 304 blz., € 24,9

Met het nodige tromgeroffel – Geert Mak prijst op het omslag het boek als ‘briljant’ aan – verscheen onlangs de fraaie Nederlandse vertaling Angst voor de barbaren, het laatste boek van de Franse historicus Tzvetan Todorov. Zoals al uit de aanbeveling van Mak blijkt, heeft Todorov in ons land een zekere bekendheid verworven. In 2004 kreeg hij hier de Spinozalens. Deze belangrijke onderscheiding wordt elke twee jaar uitgereikt aan ‘een international vermaarde schrijver, wetenschapper of filosoof die zich, in de geest van Spinoza heeft verdiept in de ethische grondslagen van de wereldsamenleving’.
Om maar met de deur in huis te vallen, zelden heb ik een boek gelezen dat, ondanks enkele verwijzingen naar Nederlands grootste filosoof, zozeer in strijd was met de geest van Spinoza. Een beroemde uitspraak van hem luidt dat hij ‘de menselijke aandoeningen als bijvoorbeeld liefde, haat, toorn, afgunst, eerzucht, medelijden en de overige harstochten niet als gebreken van de menselijke natuur maar als haar eigenschappen’ wil beschrijven. ‘Hoewel deze eigenschappen ongemakkelijk zijn’, zijn ze volgens Spinoza ook ‘onvermijdelijk’. Hij wil daarom hun oorzaken onderzoeken en ‘hun aard begrijpen’. Elk moralisme wijst hij in dit verband sterk af. Spinoza wil de mensen ‘opvatten zoals zij zijn’ en niet zoals mensen misschien zouden ‘willen dat zij waren’.
De spinozistische drang om te begrijpen is in Angst voor de barbaren goeddeels afwezig. Zij is ingeruild voor een moralisme dat Todorovs analyses en begrippen beslissend kleurt. Om maar met zijn twee kernbegrippen te beginnen, barbarij en beschaving zijn in zijn eigen termen ‘evaluatieve categorieën’. Na eerst een summiere ontwikkelingsschets van beide begrippen te hebben gegeven definieert hij ze als twee tegenovergestelde morele polen. In de barbarij wordt het mens-zijn van anderen ontkend, bij beschaving wordt dit juist in alle opzichten erkend. Grote delen van Angst voor de barbaren kunnen vanuit deze definities gelezen worden als een ‘postmoderne lekenpreek’ – een kwalificatie die Arnold Heumakers al voor een eerder boek van Todorov gebruikte – waarin de auteur ons maant om de slechte eigenschappen die bij barbarij horen af te leggen en te verruilen voor de edele handelingen die bij beschaafde mensen horen.
Wanneer de harstocht van de haat aan de orde komt als iets dat bij de mens hoort, wijst Todorov dit dan ook sterk af in plaats van zoals Spinoza doet deze menselijke aandoening nauwgezet te ontleden om haar te kunnen begrijpen. Tegenover de haat predikt Todorov simpelweg de liefde. Het citaat over de haat waaraan hij zich stoort stamt uit het beroemde boek Botsende beschavingen van de Amerikaanse politieke wetenschapper Samuel Huntington. Todorov wil niets weten van botsende beschavingen die met elkaar in strijd zouden kunnen komen. Hij hanteert liever het beeld van beschavingen die niet met elkaar rivaliseren, maar ‘eerder als een vrouw en man elkaar benaderen, zich met elkaar vermengen en zodoende een nageslacht voortbrengen dat bepaalde kenmerken van zowel de een als de ander in zich draagt’.
Met Huntington is meteen de naam gevallen die grote delen van Todorovs boek doortrekt en bepaalt. De ondertitel van Angst voor de barbaren luidt niet voor niets De botsende beschavingen voorbij. Ze houdt een programma in. Todorov wedijvert in alle opzichten met zijn Amerikaanse rivaal, waarbij het niet overdreven is om te stellen dat hij door hem is geobsedeerd. Hij wil bijvoorbeeld een betere indeling van onze wereld geven dan Huntington, die uitging van acht bepalende wereldbeschavingen. Todorov houdt het op vier groepen van landen: zij die door begeerte worden overheerst, landen waarin het ressentiment een essentiële rol speelt, een derde groep (de westerse landen) die door angst worden gekenmerkt en een vierde restgroep van de onbeslistheid die de drie andere kanten nog op kan.
Behalve dat hij de onderverdeling van Huntington wil verbeteren, wil Todorov diens stellingen bestrijden en weerleggen. Op zich is dit een vreemde zaak. The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order verscheen in 1996. Sinds die tijd is er een kleine bibliotheek over vol geschreven, waarbij de sterke kanten maar ook de overdrijvingen en gebreken in de theses van Huntington uit en te na zijn besproken. Waarom dit na tien jaar in een eigen boek nog eens dunnetjes overdoen?
Overigens, deed Todorov dit laatste maar. In plaats van Huntington te weerleggen verdraait hij op groteske wijze diens stellingnames en belastert hij de auteur en diens boek. Eerder een teken van barbarij dan van beschaving, zou je zeggen. Enkele voorbeelden: Huntington zou zich in zijn boek dat een uitwerking van een eerder artikel was, hebben proberen ‘in te dekken’ tegen kritiek door ‘een tamelijk onverteerbare politicologische studie’ te schrijven ‘propvol statistieken en resultaten van opiniepeilingen’. Daar kan ik alleen maar tegenover stellen dat studenten met wie ik Botsende beschavingen bestudeerde het een zeer toegankelijk geschreven tekst vonden en dat ikzelf dankbaar was dat deze dikke pil de nodige kaarten en tabellen bevatte. Die ‘opiniepeilingen’ heb ik niet kunnen vinden; in elk geval verwijst Todorov zelf ook zonder terughoudendheid naar uitkomsten van opiniepeilingen. Wat is daar overigens mis mee?
Voeg hierbij dat Todorov de titel van Huntingtons oorspronkelijke artikel – dit bevatte een vraagteken – en boek – dit ging ook over ‘the remaking of world order’ – verdraait, en het wordt duidelijk dat het hem niet om begrijpen maar om moreel afkeuren gaat. Dit vraagteken en die gehele titel zijn zo belangrijk omdat Huntington zijn artikel als een voorzichtige hypothese formuleerde en zijn boek opzette als een uitdrukkelijke poging om gewapende conflicten tussen culturen te voorkomen. Daarbij keerde hij zich sterk tegen de neoliberale zendingsdrang die de hele wereld naar zijn eigen, universeel geachte, model wil inrichten. Tegen de grote meerderheid van zijn landgenoten en van zijn collega’s, die hem dit niet in dank afnamen, bepleitte Huntington een niet interventionistische buitenlandse politiek waarbij een voorzichtige diplomatie zo veel mogelijk conflicten moest proberen te vermijden. Het is daarom simpelweg lasterlijk als Todorov suggereert dat de stellingen van Huntington de inspiratiebron waren ‘voor bepaalde politieke keuzes’, lees de invasies van Irak en Afghanistan. Is het bij zo veel moreel geladen verblinding en kwade trouw – Todorov heeft het bijna steeds over ‘de oorlog tussen beschavingen’ als een idee van Huntington – nog nodig zijn concrete verwijzingen en citaten te onderzoeken? Bij elke directe verwijzing licht Todorov het citaat uit zijn context of kort hij het op vreemde wijze in.
Toch maar een voorbeeld: bij het eerder genoemde citaat over ‘haat’ als iets menselijks maakt Huntington in de volgende zin duidelijk wat hij daarmee bedoelt. Het gaat om rivaliseren, concurreren, politiek bedrijven. Todorov suggereert het citaat te bestrijden door erop te wijzen dat mensen elkaar niet alleen maar haten, maar ook met elkaar wedijveren, elkaar benijden, erkenning van elkaar eisen en met elkaar onderhandelen. In plaats van Huntington te weerleggen, lijkt hij hem eerder te parafraseren.
Met dat laatste kom ik op de grote paradox die Angst voor de barbaren kenmerkt. Op veel plaatsen in zijn boek lijkt Todorov in hoofdlijnen hetzelfde te beweren als Huntington, zij het veel minder gedocumenteerd en beargumenteerd. Toen ik bijvoorbeeld in het begin van zijn eerste hoofdstuk las hoe hij de gevaren van het geloof in absolute en universele waarden beschreef en dit verbond met een wantrouwen ten aanzien van humanitaire interventies, dacht ik een samenvatting van Huntingtons ideeën te lezen. Dit gevoel kwam vaker terug. Overal waar Todorov kennelijk de obsessie voor Huntington even vergeet en vrijelijk zijn eigen ideeën ontwikkelt, komt hij dicht in de buurt van diens denken. Dat leidt ondertussen wel tot de nodige tegenspraken in zijn tekst. Ik geef een laatste voorbeeld: in de directe discussie met Huntington stelt Todorov tegen diens opvattingen dat er eigenlijk geen culturele en religieuze oorlogen bestaan. Zo’n honderd pagina’s verder verklaart hij dat veel oorlogen, ook al lijkt dat op het eerste gezicht anders, als ‘godsdienstoorlogen’ moeten worden beschouwd.
Misschien mag ik Spinoza nog één keer aanroepen om deze laatste paradox op te helderen. Wanneer deze in de Ethica stelt dat ‘de mensen van nature geneigd zijn tot haat en afgunst’ legt hij uit dat iemand hierdoor bedroefd kan worden ‘als zijn handelingen naar hij zich voorstelt, in vergelijking met andere, krachtelozer zijn’. Daar zal hij dan vervolgens iets aan proberen te doen ‘door de daden van zijn medemens(en) verkeerd te beoordelen’. Het wereldwijde succes van Botsende beschavingen zal Angst voor de barbaren nooit evenaren. Maar Todorovs tekst zou veel gewonnen hebben als hij in plaats van het boek van Huntington consequent ‘verkeerd te beoordelen’ gewoon zijn eigen verhaal had verteld.