H.J.A. Hofland

Waar zijn de Duitsers?

Maak eens een andere ontdekkingsreis: koop een treinkaartje naar Duitsland. Het hoeft niet ver weg te zijn, Dortmund, bijvoorbeeld. Eerst met zo’n zilveren ICE, intercity naar Oberhausen, daar even een wandelingetje buiten het station, en dan verder, met een heel andere trein naar de bestemming. Weinig verschil met Nederland. In en buiten die stations vragen dezelfde types die je in Amsterdam hebt gezien om een eurootje, in de krant lezen de mensen over een schokkende moord, hoewel een andere dan bij ons, langs de spoorbaan door het Roergebied, bakermat van de Industriële Revolutie (interessant!) ligt nog veel meer rotzooi dan tussen Rotterdam en Dordrecht. Waarom dan deze excursie?

Omdat in Duitsland 83,5 miljoen mensen wonen, omdat er 3,5 miljoen mensen geen werk hebben, omdat er op 22 september verkiezingen zijn, omdat de oude bondgenootschappen uit elkaar vallen, omdat we straks Rusland misschien in de Navo begroeten, omdat we niet weten wat die andere Duitse buren, de Polen, daarvan denken, omdat Duitsland onze zeer grote buur en eigenaardige halfbroer is, omdat wat daar gebeurt, politiek, economisch, cultureel, altijd zijn invloed tot over de grens heeft.

De grens tussen de cultuur van de kust en het continent loopt, wat Nederland aangaat, tussen Delfzijl en Vaals, schreef J.H. Huizinga. De vraag is of dat in deze tijd nog opgaat. Onze naoorlogse mening over de Duitsers is gevestigd tussen 1940 en 1945, met een voorspel dat in 1933 is begonnen. Daarna waren Duitsers ‘niet gewenst’, zoals we in hun taal op de muur schreven. Toen kwamen ze in de Navo, werden Europeanen, verdwenen de restanten van hun cultuur hier onder de zondvloed van de Angelsaksisch-Amerikaanse. Soms deden ze iets wat aan het verleden herinnerde en dan stuurden verontwaardigde Nederlanders ansichten naar hun bondskanselier of president. Na de val van de Muur en de Hereniging hebben we ons nog even over het grote Duitsland ongerust gemaakt. Nodeloos. Ze waren er, en dat was dat.

Andere tijden breken aan, overal.

Na tien jaar van pret en vrolijkheid gaat het oude Westen weer op de helling. De Duitsers komen weer dichterbij. Vandaar dat ik een paar stukjes aan land en volk wijd. Dit is het eerste.