Pakistan, atoomwapens en Nederland, deel 2

Waar zijn de Khan-papers?

In het artikel «De offerkoeien van een kernmacht», vorige week, over het zwarthandelsnetwerk van de vroeger in Nederland werkzame Abdul Qadeer Khan, heet het dat de ware schuldigen buiten schot blijven. Intussen heeft Khan zijn eigen versie van de feiten elders opgeborgen. In Nederland?

Al willen politiek Den Haag, de AIVD en de directie van UCN in Almelo de naam Abdul Qadeer Khan nog zo graag vergeten, het spook van de Pakistaanse atoomsmokkelaar blijft door onze polders waren. Volgens Britse en Aziatische bladen heeft Khan in december met hulp van zijn dochter Dina een hoeveelheid belastende documenten en een of meer videotapes in veiligheid gebracht in het buitenland. De vermoedelijke bergplaats is uitgerekend Nederland, het land waar Khan begin jaren zeventig blauwdrukken, specificaties en lijsten met toeleveranciers van het Almelose ultracentrifugeproject ontvreemdde.

Uit de papieren zou blijken dat opeen volgende Pakistaanse presidenten en legerleiders op de hoogte waren van de transfer van nucleaire technologie aan Iran, Noord-Korea en Libië en dat ze voor sommige operaties toestemming of opdracht hebben gegeven. Al sinds oktober vorig jaar, toen de positie van de «vader van de Pakistaanse kernbom» onder Amerikaanse druk begon te bezwijken, voeren zijn vrienden, familieleden en politieke bondgenoten een fluister campagne met deze strekking. Tegenover de media laten ze doorschemeren dat Khan «alles en iedereen bij naam zal noemen» indien de Pakistaanse overheid hem tot zondebok maakt voor «collectieve acties en beslissingen uit het verleden». Het zou gaan om alle presidenten en legerleiders sinds 1977, het jaar waarin Khan met de Almelose blauwdrukken een eigen ultracentrifuge fabriek in Kahuta begon te bouwen.

Aan de ontmanteling van Khans smokkelpraktijk zijn jaren van inlichtingenwerk, journalistiek onderzoek en diplomatieke onderhandelingen voorafgegaan. Khan heeft de bui zien hangen en tijdig voorzorgsmaatregelen genomen. In de loop van de jaren negentig heeft hij een deel van zijn kapitaal buiten Pakistan belegd. Zijn buitenlandse rekeningen (onder meer in Dubai) en zijn aankopen van hotels en ander vastgoed in Londen trokken jaren geleden al de aandacht van Britse inlichtingendiensten. Sinds zijn vernedering van enkele weken geleden hebben rancuneuze collega’s ook een boekje opengedaan over zijn buitenlandse investeringen. Zo liet Khan in Timboektoe een hotel bouwen, vernoemd naar zijn van oorsprong Nederlandse vrouw Hendrina, waarvoor hij het meubilair in een Pakistaans legervliegtuig liet invliegen onder persoonlijk toezicht van Mohammed Farooq, de raketspecialist van zijn instituut in Kahuta. Het toestel was nota bene een C-130 die door de VS was geleverd om de bewaking van de Pakistaanse nucleaire installaties op peil te houden.

De laatste maanden moest Khan echter voor zijn vrijheid vechten. President Musharraf leek vastbesloten hem voor het hooggerechtshof te slepen. Zijn veroordeling tot levenslang zou een zoenoffer aan de Verenigde Staten zijn en tegelijk een garantie dat Khan nooit met zijn eigen versie naar de media zou stappen. Intussen dreigde Khan zowel Musharraf als andere hoogwaardigheidsbekleders erbij te lappen. De voorzitter van de Pakistaanse Moslim Liga, Chaudhry Shujat, pendelde heen en weer in een poging een vergelijk te vinden dat zowel de prestigieuze (en in Pakistan populaire) wetenschapper als de president zou ontzien. Om over een extra troef te beschikken, besloot Khan zijn verdediging op band vast te leggen en die tezamen met documenten in het buitenland onder te brengen. Het was zijn verzekeringspolis tegen vervolging, spoorloze verdwijning dan wel een dodelijk «ongeluk» dat op de onverharde Pakistaanse buiten wegen altijd tot de mogelijkheden behoort.

Als eerste krant meldde de Khaleej Times, een nieuwsbrief uit Dubai, op 29 januari dat Khan de belastende video had gemaakt. Hij zou een kopie hebben overhandigd aan Shujat en aan senator S.M. Zafar, eveneens een gezaghebbend lid van de Liga. Zafar is een voormalige minister van Justitie (1965-68) en emeritus hoogleraar die zich laat fêteren als «voorvechter voor de mensenrechten», hoewel hij een trouw dienaar is geweest van Pakistans militaire dictators. Hij is een oude vriend van Khan en leidde in de jaren tachtig als toegevoegd advocaat Khans verdediging toen deze in Amsterdam terechtstond wegens zijn documentendiefstal in Almelo. In 1983 werd hij bij verstek tot vier jaar cel veroordeeld, maar twee jaar later werd hij vrijgesproken omdat zijn advocaten een vormfout hadden ontdekt. De dagvaarding zou hem te laat zijn overhandigd. Pakistaanse bronnen stellen dat Zafar voor die reddende trouvaille verantwoordelijk was.

Volgens sommige Aziatische bladen zijn de documenten samen met een andere kopie van de video door Khans dochter Dina in Londen ondergebracht. Toen Dina vlak voor Kerstmis BBC World Service te woord stond en verklaarde dat haar vader «tot zondebok wordt gemaakt», deed zij dat vanuit een Londens hotel. Sindsdien is zij spoorloos. Dat is niet verwonderlijk aangezien de Pakistaanse militaire inlichtingendienst haar op de hielen zit. Volgens Pakistaanse veiligheidsfunctionarissen, geciteerd in The Sunday Telegraph, wordt Khan momenteel zwaar onder druk gezet omdat hij een belofte om de documenten terug te halen niet is nagekomen. De woordvoerder van Buitenlandse Zaken in Islamabad zei vorige week dreigend dat de presidentiële amnestie alleen gold voor feiten die Khan tot nog toe heeft opgebiecht, niet voor eventuele «nieuwe feiten».

Behalve in Londen en Dubai heeft de familie echter ook huizen in Nederland. Het Britse weekblad The New Statesman schreef vorige week dat Khan in december zijn dochter «met vrachtladingen belastende documenten naar Nederland stuurde». Bij navraag beroept de journalist zich op vertrouwelijke contacten met Pakistaanse militairen, maar hij weet niet de precieze bergplaats. De AIVD beantwoordt geen concrete vragen over «lopende onderzoeken», maar Nederland ligt meer voor de hand dan Groot-Brittannië. Khan heeft slechte ervaringen met het Britse rechtssysteem (hij verloor in Londen ooit een zaak tegen Time Magazine) en goede ervaringen met het Nederlandse. Wellicht heeft zijn vriend en advocaat Zafar zijn Nederlandse collega’s van destijds weer opgepiept.

Een andere mogelijke opslagplaats is Bergen op Zoom, de woonplaats van Khans schoonfamilie. Hendrina is de dochter van een Nederlandse diplomaat, afkomstig uit Den Haag, die langere tijd in Afrika gestationeerd was. Aan die omzwervingen dankt ze haar drie paspoorten: een Brits, een Nederlands en een Zuid-Afrikaans. Na zijn vrijspraak dook Khan nog herhaaldelijk in Nederland op. In 1988 werd hij twee dagen voor Kerstmis bij toeval ontdekt tijdens een politiecontrole bij Bergen op Zoom. De volgende dag werd hij op het vliegtuig naar Pakistan gezet. In 1992 kreeg hij van Buitenlandse Zaken op «humanitaire gronden» toestemming om vier dagen in Nederland te verblijven teneinde zijn stervende schoon vader bij te staan.

Als de belastende papieren inderdaad in Nederland zijn, rijst de vraag of de Nederlandse staat niet gehouden is om er beslag op te leggen. De persvoorlichter van het openbaar ministerie antwoordt ontkennend. «In principe is Nederland daartoe alleen verplicht als er in Pakistan een strafrechtelijk onderzoek loopt en als Pakistan een verzoek tot medewerking doet in het kader van een rechtshulpverdrag.» Maar de buitenlandse opslag van die documenten is nu juist Khans garantie dat hij in Pakistan niet gerechtelijk wordt vervolgd. Is er geen juridische grond om dit Catch-22-achtige dilemma te omzeilen?

Jörn Harry, voormalig medewerker van het Internationaal Atoomagentschap, ziet wel degelijk juridische gronden voor een beslaglegging. Harry: «Als blijkt dat die documenten zich op Nederlandse bodem bevinden, dan lijkt mij dat de veiligheid van de Nederlandse staat in het geding is. Ten eerste is elke vorm van illegale proliferatie direct of indirect een bedreiging van ons land, ongeacht de vraag of Pakistan zelf een vervolging instelt. Ten tweede heeft de staat der Nederlanden nog iets goed te maken. Onze beveiliging was dertig jaar geleden, toen Khan hier opereerde, zo lek als een mandje. Het gevolg is dat onze reputatie op dit gebied erbarmelijk is. Nu zouden we dat gemis kunnen goedmaken.»

PvdA-buitenlandwoordvoerder Bert Koenders kan zich niet voorstellen dat Nederland géén beslag zou leggen op de papieren. Koenders: «Ons land heeft diverse verdragen ondertekend die niet alleen handelen over de illegale verspreiding van nucleaire technologie, maar ook van de kennis daarover. Als Nederland beslag kan leggen op documenten waarin zulke operaties worden beschreven, mag het dat niet nalaten. En inderdaad, we hebben tegenover de rest van de wereld wel wat goed te maken.»

Als blijkt dat de Pakistaanse regering en Khan buitengewoon hoog spel spelen, circuleert in Islamabad het gerucht dat Khan afgelopen zaterdagavond een hartaanval heeft gekregen en in «kritieke» toestand in zijn zwaarbewaakte villa ligt. Een cardioloog en een hartbewakingsmachine zouden in allerijl naar zijn huis zijn overgebracht. Ter ondersteuning voeren de kranten aan dat Khan al geruime tijd last heeft van pijn in zijn linkerarm. Daarom zou hij tijdens zijn geënsceneerde «verzoeningsgesprek» met president Musharraf enkele weken geleden kramp achtig zijn linkerhand hebben vastgehouden. Legerwoordvoerders stellen echter dat Khan niets mankeert en dat de kranten een «medische routinecontrole» voor een hartaanval hebben aangezien.