Waar zijn m’n lesbiennes?

De feel good movie biedt een blik op de goedheid van de mens in een ongenaakbare wereld. Dat lijkt een tegenstelling: hoe deugdzaam de personages ook zijn, aan de euvelen van een falende maatschappij valt weinig te doen. Dat geldt ook voor de bonte verzameling homoseksuele en lesbische activisten die in Pride van de Engelse regisseur Matthew Warchus tijdens het regime van Margaret Thatcher op een dag het plan opvatten om eens iets anders te gaan doen, namelijk de stakende mijnwerkers in Wales een hart onder de riem steken. Dat levert een prachtig verhaal op: poofs uit Londen zij aan zij op de barricades met de harde mannen uit de noordelijke valleien. Gemeenschappelijke vijand: de IJzeren Dame die van geen wijken weet.

Medium film

Het verhaal is waar gebeurd: in 1984 richten activisten in Londen de groep Lesbians and Gays Support the Miners op, in eerste instantie bedoeld als stunt om in te spelen op de enorme publiciteit die de mijnwerkers uit Wales krijgen. Onder bescherming van de National Union of Mineworkers van de vuurspuwende vakbondsleider Arthur Scargill staken de mijnwerkers uit protest tegen de sluitingspolitiek van Thatcher. Wanneer blijkt dat de activisten geen steun van de num krijgen, reizen ze zelf naar het stadje Dulais om geld dat ze hebben ingezameld aan de mijnwerkers te overhandigen. Daar wordt de kloof tussen de twee groepen meteen duidelijk: twee progressieve inwoners, gespeeld door Bill Nighy en Imelda Staunton, zijn nog welwillend jegens de bohémiens uit Londen, maar de rest van de mijnwerkers en hun families willen niets van hen weten. De clash vormt de kern van het verhaal. De vraag is of de mijnwerkers ertoe in staat zij hun eigen vooroordelen te overwinnen en openlijk hun steun toe te zeggen aan de ‘gays and lesbians’.

Het conflict reflecteert een cultuuroorlog, prachtig in beeld gebracht in een scène waarin het groepje uit de stad een buurthuis in Dulais bezoekt. De mijnwerkers zitten aan lange tafels terwijl een bandje op het podium traditionele muziek speelt. Alleen de vrouwen zijn aan het dansen. Een van de gays, Jonathan Blake (Dominic West), probeert de spanning te breken. Disco! Terwijl hij losgaat tussen de vrouwen staren de mannen vol ongeloof naar hem. Een man. Die danst.

Het geheim van Pride ligt anders dan bij slechte romantische komedies als Notting Hill (1999) in het feit dat de harde werkelijkheid nooit ver weg is – ondanks het ‘goede gevoel’ dat constant aanwezig is. Cynisme is er altijd, alsof de personages weten dat het leven een verschrikking is. En toch blijft er zoiets als menselijkheid over wanneer de ergste ellende achter de rug is. Een van de inwoners van Dulais is een bejaarde vrouw die decennialang leeft met harde mannen die iedere dag steenkolen van diep onder de aarde naar boven moeten halen. Nu gaat er een wereld voor haar open, maar het is net alsof ze een soort goedheid in zich heeft die haar immuun maakt voor haat. Telkens wanneer de activisten op bezoek zijn, is haar eerste reactie: ‘Where are my lesbians!’ Waarna ze haar nieuw gevonden vriendinnen vrolijk en uitentreuren ondervraagt over de ins and outs van dat lesbienne-zijn. Hoe het nou precies zit met zo’n leefstijl. Immers, als jullie allebei ‘vrouw’ zijn, wie doet dan in hemelsnaam de afwas?


Te zien vanaf 16 oktober


Beeld: Pride, regie Matthew Warchus (Lumìere)