Waar zijn onze de koninkjes?

In BBC’s ‘The Royle Family’ wordt bijna het andere klassenuiterste van hun ‘Royals’ getoond. Bijna, want pa Royle heeft vast werk en ma staat halve dagen bij de bakker. Bepaald niet asociaal dus maar juist ruggegraat van de samenleving. Hard, knap en geestig. Zou zo'n comedy bij ons mogelijk zijn? VPRO, zondag, 20.30 uur, Nederland 3.

The Royle Family kent één locatie: de kleine huiskamer van een arbeidersgezin. Mudvol meubilair waaronder een enorm bankstel; met pa, ma, verloofde dochter plus aanstaande en tienerzoon; met sigaretterook, en met geluid. De conversatie laat niet af en als ze wegebt is er altijd nog de televisie, die nooit in beeld komt maar ook nooit uitgaat. Dat laatste is bijzonder omdat de enige kamers in de westerse wereld waarin de televisie niet aanstaat uitgerekend voorkomen in televisieseries, van soap tot comedy. In die zin zijn de Royles uit het leven gegrepen, al staat het geluid veel zachter dan in werkelijkheid - anders zouden wij afgeleid worden van waar het om gaat: het verbeelden en verklanken van de cultuur van een lower class-familie. Cultuur in de breedste zin: van vaderlijk gekrab in het kruis en lacherig afkeurend commentaar daarop van de vrouwen, via voedingspatronen en -rituelen (de BBC heeft de meeste en beste kookprogramma’s aller landen, maar dat heeft niets veranderd aan de chips en blikbonen van de Royles), tot normen en waarden betreffende arbeid, familieverhoudingen, vrouwen- en mannentaken. Het is een comedy en dus is de techniek die van de karikatuur. Maar elke goede karikatuur toont in overdrijving de essentie. The Royle Family ís goed. En van verademende ‘kaalheid’: geen publiek, lachband, lollige muziek. Is een gelijkwaardige Familie De Koning denkbaar? Nooit. Wij hebben een (klein)burgerlijke samenleving, de Britten een scherpe scheiding der klassen, door beide polen in stand gehouden. Natuurlijk kennen ze ook daar sociale mobiliteit en het type bourgeois/gentilhomme dat wortels verloochent en bespottelijk wordt in de krampachtige poging tot mimicry in een nieuwe omgeving. Daar danken we zelfs een andere Britse comedy aan: Keeping Up Appearances, bij ons door de Tros als Schone schijn uitgezonden. Het thema van de omhooggevallen vrouw die al haar momenten van glorie bedorven ziet door dat achtergebleven deel van de familie dat ze vervloekt omdat het een gehaat en schijnbaar overwonnen verleden belichaamt. Die serie zit bij de Tros, die met Flodder nog een variant heeft van de klassenoorlog: rijk geworden maar in een sjieke omgeving 'schijt aan dronken Naatje’. Zowel Schone schijn als het veel bottere Flodder moeten het van de ingebakken tegenstelling hebben. Zoals ook Zeg 'ns AAA voer op de lieve variant van 'dokters versus Dobbelstenen’. Het knappe van The Royle Family is dat de klassentegenstelling louter schuilt in de woordspeling van de titel: we zijn en blijven bij mensen die zich niet verhouden tot enige andere wereld dan die van henzelf. Wat wel zo realistisch is. Wie zou bij ons de 'De Koninkjes’ moeten maken; wie zou ze moeten spelen? De VPRO koopt het, daar zijn ze, sinds Archie Bunker goed in. Maar fictie maken is duur en hun dramageld gaat dus naar 'kunst’, 'experiment’, 'absurd’, 'alternatief’, 'jong’ of 'politiek’. De Vara? Die ging voor haar doen ver met In voor- en tegenspoed. Maar tot de confronterende consequentie van The Royles lijken ook de gebroeders Nelissen niet in staat. Laat staan dat Keur dat zou willen. Geen omroep dus hier, geen auteurs, geen acteurs. In Engeland barst het van de talenten die het van mijnwerkersdorp of havenstad tot Oxbridge schopten en nooit vergaten waar ze vandaan kwamen: Dennis Potter, Alan Plater, Alan Bleasdale en vele anderen. Het enorme acteursgilde daar bestaat voor een groot deel uit lieden die dromen van Hamlet en Freule Julie maar die desgevraagd moeiteloos accent en dialect van hun jeugd ter beschikking hebben. Wij hadden decennia Frits Lambrechts, Piet Hendriks en Piet Römer als arbeidende klasse. Nee, niemand kan dit hier. Als iemand het al zou durven. Want het is 'kijk en huiver’ - over smaak, omgangsvormen, waarden. Toch: we zien de ander maar niets menselijks is die ander vreemd. Zij zijn klein op hun manier, ons soort mensen op de onze.