Waar zit de pijn?

VOLGENS DE uitgever is deze roman ‘een filosofisch getinte thriller’, wat dat ook moge betekenen. Het ‘filosofisch’ mag met een korreltje zout worden genomen. Duidelijk is dat met die kwalificatie een lezer wordt aangesproken die van een boek enige inhoud eist, maar tegelijk wordt hem met het genre ‘thriller’ beloofd dat het niet al te moeilijk gaat worden, dat het zelfs een spannend boek is. Ook dat klopt niet erg. Als de Latour uit de titel een seriemoordenaar is, zoals dat met een anachronisme heet, dan onthoofdt hij zijn slachtoffers om hun hersenen te onderzoeken en in één moeite door wreekt hij zijn moeder, van wie hij vermoedt dat ze vergiftigd is. Een papiertje met acht namen dat hij na haar dood vindt, beschouwt hij als een lijst van de daders. Deze personen, allen woonachtig in Parijs, zouden allemaal iets met haar praktijken van woekeraarster te maken hebben. Of dat waar is, en zo ja, wat die betrekking inhield, achterhaalt de weetgierige zoon niet en het interesseert hem ook niet.

Op tweederde van het boek duikt er een inspecteur op die achter de moordenaar aan gaat; aangezien deze een vaardig snijder blijkt, is zijn bijnaam De Anatoom. De inspecteur heet Ramon, en misschien is dat wel een anagram en moet zijn optreden van het verhaal een roman maken. Dat wil maar niet lukken.
Dat Latour goede maatjes wordt met Markies de Sade maakt er evenmin een sadistische roman van. Het zijn ingrediënten voor een veelbelovende flaptekst - en misschien is het boek op grond van zo'n wervende samenvatting vertaald - maar de roman zelf is maakwerk volgens de inmiddels veelbeproefde formule van Het Parfum van Süsskind. In dit geval is de obsessie het ontbreken van ieder gevoel voor pijn bij de hoofdpersoon. Heel het leven van Latour staat in het teken van een zoektocht naar het pijncentrum en de roman volgt hem van begin tot eind. Het kan nauwelijks toeval zijn dat het afgelopen jaar nog een roman werd vertaald over iemand die geen pijn kon voelen, Heelmeester pijn heette die, eveneens exotisch van tijd en plaats, eveneens het verslag van een obsessie. Met wat speurwerk heeft een schrijver al gauw voldoende materiaal om zijn - filosofisch getinte - bedenksel met historische details te stofferen. En dat heet dan roman.
HET BOEK VAN de Noorse schrijver bestaat uit à vier achter elkaar geplakte verhalen. Het eerste verhaal behelst het leven van de moeder, de lelijkste vrouw van Frankrijk die nadat ze als weeskind door een kinderloos echtpaar kennis heeft gemaakt met een gelukkig leven, opnieuw wees wordt en de rest van haar leven op jacht is naar geld. In dit verhaal staat het lot van iemands leven van meet af aan vast. Het verschil met het levensverhaal van haar zoon is dat deze slim genoeg is om zijn leven op het juiste moment de juiste wending te geven, maar ook hij lijkt in alles een program uit te voeren. Het lijstje met namen dat de moeder achterlaat als testamentaire opdracht leidt tot de serie moorden uit het tweede verhaal, dat van de satanische leerling-anatoom op zoek naar de zetel van de pijn.
Ook die lijkt nauwgezet een levensprogram uit te voeren. Na ettelijke moorden, en na de plaats van een student medicijnen te hebben ingenomen als leerling van een gedreven Parijse anatoom, blijkt hij ver gevorderd in de techniek van de sectie. IJverig maakt hij zich de kneepjes van de craniotheorie van zijn beroemde leermeester eigen, die inhield dat bepaalde mentale eigenschappen af te lezen waren aan de oppervlakte van de hersenen. ‘Ik heb het orgaan voor geheugen en spraak gevonden, en die van trots, imitatie en doelbewustheid. En ik heb het centrum voor religieuze gevoelens kunnen lokaliseren. Maar het meeste ontbreekt nog. Ik moet een volledige catalogus maken van alle onderdelen van de menselijke hersenen, want ik wil een groot anatoom worden. En er is mij nog iets duidelijk geworden: ik zal het pijncentrum pas vinden als ik de hersenen geheel in kaart heb gebracht en gecatalogiseerd.’
De titel zegt dat deze speurtocht het hoofdverhaal is, maar ze is hooguit een bindmiddel. Over pijn komt de lezer nagenoeg niets te weten en niet alleen omdat de hoofdpersoon in zijn verlangen om gestraft te worden en pijn te voelen mislukt. De auteur wikkelt draden af, maar ontwikkelt niets. Als Latour als oude man ontdekt - wanneer hij in een beek inslaapt en door een vis gebeten wordt - dat pijn met elektriciteit te maken heeft, is dat een anticlimax.
OM DE FLAPTEKST nog wat interessanter te maken kan De Sade nog worden genoemd. In de tijd dat Latour in een bordeel werkt, ziet de Markies de kwaliteiten van de sinistere man en werft hem als lakei. Goed voor een stukje couleur locale. Als Sade in de gevangenis zit, schrijft Latour zijn manuscripten in het net over en ontdekt dan dat de schrijver hem bij zijn snijpraktijken heeft geobserveerd. Dat is bevorderlijk voor de thriller, omdat ondertussen inspecteur Ramon zowel achter de seriemoordenaar als achter de pornograaf aan zit. En de vergelijking van de moordenaar die op zoek is naar de pijn en de schrijver die zijn leven wijdt aan de verering van de pijn zorgt voor het filosofische tintje.
Wat beiden bindt is hun eenzaamheid. Tenslotte komen ze alletwee in de inrichting Charenton terecht, waar Sade voor de fine fleur van Parijs toneelvoorstellingen verzorgt en Latour zijn bekentenissen redigeert.
Is dit nou een slechte roman? Hij is niet onintelligent, misschien zelfs wel vakbekwaam, binnen het genre - als maakboeken een genre zijn - maar er is kraak noch smaak aan.