Waarheen leidt de weg?

Bijna overal in West-Europa zijn sociaal-democraten aan de macht. Elk land heeft zijn eigen nationale versie van de fameuze Derde Weg, zodat iedereen op zijn eigen manier kan afdwalen van het oorspronkelijke socialistische gedachtegoed.

ALS ERGENS DE flexibilisering heeft toegeslagen, dan is het wel in de hedendaage westerse sociaal-democratie. Men wisselt even makkelijk van ideologie als van colbertje. Neem Tony Blair en Gerhard Schröder. Op 8 juni dit jaar, aan de vooravond van de Europese verkiezingen, kwamen de twee in Londen met een gemeenschappelijk manifest waarin in ronkende bewoordingen de Nieuwe Tijd werd ingeluid. Der Weg nach Vorne für Europas Sozialdemokratie, cq. The Way Forward for Europe’s Social Democrats, zo heette deze gemeenschappelijke verklaring, die de geschiedenis inging als de proclamatie van ‘de Derde Weg’ als nieuw ideologisch richtsnoer voor de Europese sociaal-democratie op de drempel van het nieuwe millennium. Begin deze week, tijdens het 21ste congres van de Socialistische Internationale in Parijs, deden Schröder en Blair er juist weer alles aan om zoveel mogelijk water bij deze Derde Weg-wijn te doen. Volgens Blair was alle Derde Weg-euforie vooral een media-hype. 'Wat ik de Derde Weg heb genoemd, is eigenlijk niets anders dan een gemoderniseerde sociaal-democratie’, aldus de charismatische Britse leider. Een duidelijke terugtrekkende manoeuvre dus. Kennelijk zijn Blair en Schröder toch geschrokken van de felle weerstand die hun nieuwe evangelie heeft opgeroepen.
De verklaring van 8 juni was vooral een overwinning voor Tony Blair, die op zijn beurt weer flink leentjebuur had gespeeld bij Bill Clinton en Al Gore en hun specifieke visie op de Derde Weg. Wat Labour vooral van de Amerikaanse democraten had geleerd, was de retoriek over het nieuwe digitale tijdperk, over de definitieve wording van de global village, een soort Alle Menschen werden Brüder via de elektronische snelweg. De New Deal die Clinton en Gore voorstonden, had net dat tikkeltje sexy vooruitgangsgeloof dat de Europese socialisten - Labour voorop - al die jaren juist zo verschrikkelijk hadden ontbeerd. Ook in de presentatie - die vooral neerkwam op het 24 uur per dag charismatisch glimlachen teneinde een zo positief mogelijke indruk te maken bij het electoraat - stond Blair fors bij zijn Amerikaanse idolen in het krijt. Andere aspecten van Clintons Derde Weg waren minder bruikbaar voor de Europeanen. Het strafrechtelijke novum dat Clinton introduceerde om recidivisten die ten derden male werden veroordeeld maar meteen levenslang op te sluiten, was bijvoorbeeld niet helemaal wat Blair met zijn Third Way voor ogen stond.
LANGZAAM kristalliseerde Blairs Third Way zich tot een complete sociaal-democratische levensbeschouwing. Die bestond in de eerste plaats uit een totale omhelzing van het neo-liberalisme. Ook onder socialistische leiding zou de rol van de staat almaar verder worden teruggedrongen. De verzorgingsstaat moest als factor nummer één in het ontdynamiseren van de massa zo snel mogelijk worden kaltgestellt. De aldus veroorzaakte leemtes op het terrein van de solidariteit konden volgens Blair moeiteloos worden gecompenseerd met gereactiveerde burger- en gemeenschapszin, waarbij de drastisch gehermodelleerde overheid als 'facilitair bedrijf’ zorgde voor een zo probaat mogelijk uitgeruste beroepsbevolking, die niet alleen bereid zou zijn uiterst flexibel van het ene naar het andere korte-termijnscontract te springen, maar ook in naam van het evangelie van het 'empowerment’ de eigen kennis voortdurend zou bijspijkeren, teneinde een aantrekkelijke klant te blijven in de bakken van de uitzendbureaus. Burgers zouden, anders dan in de vroegere verzorgingsstaat, niet alleen op hun rechten maar ook op hun plichten ten aanzien van de samenleving worden gewezen.
Blair kreeg overal navolging. Ook in Duitsland, waar bondskanselier Schröder de nieuwe lijn weliswaar omdoopte in Die Neue Mitte (Der Dritten Weg zou inderdaad vervelende historische associaties opleveren), maar voor de rest pal achter het evangelie van zijn Britse kameraad bleef staan. Het resultaat was uiterst opgewonden proza, een staaltje mediagenieke peptalk zoals dat sinds lang niet meer uit sociaal-democratische kelen kon worden vernomen. 'Wij willen een samenleving waarin succesvolle ondernemers net zo bewonderd worden als kunstenaars en voetballers’, verkondigden de socialistische voormannen met een bijna religieus vertrouwen in de zaligheid van de nieuwe digitale en geglobaliseerde economie. De nieuwe computertechnologie stond garant voor een nieuwe economie, waarin het eigen initiatief voorop stond.
Ook Nederland kwam in het zonnetje te staan. Wim Kok mocht zijn neo-corporatistische poldermodel overal komen uitleggen en hij werd door zowel Blair als Schröder ontvangen als een ware messias. Maar er stonden ook al snel dissidenten op. Oskar Lafontaine bijvoorbeeld, de rentmeester van het rood-groene kabinet van kanselier Schröder, grootgebracht in de gestaalde kaders van het vakbondswezen van de Bondsrepubliek, werd alle neo-kapitalistische nieuwlichterij al snel teveel. Toen zijn collega-ministers ook nog eens besloten Belgrado te bombarderen, maakte Lafontaine zich haastig uit de voeten, zijn verbijsterde achterban verzekerend dat zijn hart nog steeds links klopte, blijkbaar in tegenstelling tot dat van zijn gewezen kameraad Schröder.
Sindsdien is Lafontaine een van de grote bestrijders van het Neue Mitte-kamp; begin oktober, op de Frankfurter Buchmesse, startte hij een campagne die de SPD (over drie weken in congres bijeen) in twee kampen uiteen dreigt te scheuren. Lafontaine is een sociaal-democraat van de oude stempel. Zijn geloof in de rol van de staat openbaarde zich bijvoorbeeld in zijn - vergeefse - druk als minister op de Europese Centrale Bank om in het rentebeleid mee te geven met de politieke conjunctuur. Een mede stander vond hij in zijn Franse collega Dominique Strauss-Kahn, die echter kort geleden ook al het veld moest ruimen, vanwege beschuldigingen van administratieve malversaties in een vroeger leven als zakenadvocaat.
De Franse socialisten stonden sowieso niet bekend om hun al te grote passie voor de Derde Weg. Als staatsdirigisten pur sang kampen zij nog met een gezond wantrouwen versus de magie van de vrije markt. Terwijl Blair zo ver gaat dat hij zelfs bereid is de elitetroepen van de Britse strijdmacht te privatiseren, bewaren de Franse socialisten onder Jospin in hun toekomstvisioenen een forse dosis primaat van de staat. Deze spanning deed zich duchtig voelen bij het formuleren van een slotverklaring van de Socialistische Internationale in Parijs. Daarin klinkt niet eens een echo van het euforische manifest van Schröder en Blair. 'We verwarren markt en democratie niet’, wordt er bijvoorbeeld in het slotcommuniqué verzekerd. En: 'De politiek moet een antwoord geven op de mondialisering.’
IN PARIJS WERD besloten dat er niet één Derde Weg is, maar dat ieder land zijn eigen Derde Weg moet zien te vinden. Wim Kok adviseerde zijn internationale kameraden zelfs om niet te uitbundig met het Derde Weg-etiket te wapperen. Het gaat om vernieuwing, niet om terminologie, hield hij zijn gehoor voor. De sociaal-democraten zijn kortom nu al wat kopschuw geworden voor de Derde Weg. Ook bij Blair thuis worden de bezwaren van de Derde Weg onder ogen gezien. Zelfs zijn eigen adviseur Anthony Giddens, de socioloog die bekendstaat als de gangmaker van de Derde Weg, waarschuwde tegen het veel te snel verlopende transformatieproces waar Labour zich onder Blair in heeft begeven. Volgens Giddens is Blairs onuitputtelijke vertrouwen in de markt 'ongereflecteerd’, en in plaats daarvan bepleitte hij 'filosofisch conservatisme’.
Het Britse Hogerhuislid Raymond Plant uitte zijn wantrouwen tegen de nieuwe lijn in een lijvig essay dat de Wiardi Beckmanstichting liet afdrukken in Socialisme en Democratie. Kern van Plants betoog is dat de Derde Weg van Blair in veel opzichten wel degelijk aanstuurt op een breuk met de sociaal-democratische traditie. Volgens Plant gaat Blair met zijn lofzangen op de markt en empowerment voorbij aan een grote groep binnen de samenleving die helemaal niet flexibel genoeg is om aan deze nieuwe voorwaarden te voldoen. Tegelijkertijd is Plant sceptisch over Blairs Derde Weg als middel om een grote economische crisis te weerstaan: de huidige huizenhoog rijzende conjunctuurgolven camoufleren in zijn ogen de werkelijke sterkte van dit gedachtegoed. Bij economische tegenwind en massale werkloosheid blijft er van alle gesuggereerde dynamiek van de flexibiliteit misschien maar bar weinig over, alus Plant.
Soortgelijke kritiek uitte PvdA-ideoloog Paul Kalma onlangs in het Twintigste jaarboek voor het democratisch socialisme van de Wiardi Beckmanstichting. Kalma verwijt de voorstanders van Blairs Derde Weg dat zij in hun moderniseringsijver eigenlijk de gehele sociaal-democratische traditie overboord dreigen te zetten. Kalma zegt niets te hebben tegen een compromis van de sociaal-democratie met de vrije markt: 'Maar het moet wel een compromis blijven.’ Blairs Derde Weg is echter geen compromis maar een knieval. In een in maart uitgegeven memorandum van de Wiardi Beckmanstichting over de Derde Weg - geschreven door Frans Becker, René Cuperus en Paul Kalma - werd de PvdA opgeroepen om een sturende rol te gaan vervullen in de compositie van het definitieve Derde Weg-concept van de Europese sociaal-democraten. Nederland zou daarin als scharnier tussen het Angelsaksische en het Rijnlandse economische model moeten fungeren: met andere woorden de overlegeconomie van het Rijnlandse model in evenwicht moeten brengen met het typische aandeelhouderskapitalisme van Angelsaksische makelij. Een missie die niet geheel van importantie is ontbloot, al is het de vraag of het ook echt gaat lukken.
VASTGESTELD KAN worden dat de sociaal-democratische partijen binnen de Europese gemeenschap hebben gekozen voor een groot politiek experiment, dat, eenmaal in gang gezet, nu nauwelijks meer valt tegen te houden. Bijna overal in West-Europa zijn nu socialisten aan de macht, en ieder heeft zijn eigen nationale versie van de Derde Weg, zodat iedereen op zijn eigen unieke manier kan afdwalen van het oorspronkelijke socialistische gedachtegoed. Ook in het diepe Zuiden van de Europese Gemeenschap is de Derde Weg inmiddels geadopteerd. In Portugal omarmde premier Antonio Guterres, tevens voorzitter van de Socialistische Internationale, de Derde Weg al evenzeer als eerder Blair, Schröder en Kok. Alleen in Spanje hoort men weinig over de Derde Weg, maar dat kan zijn omdat de Spaanse socialisten onder Filipe Gonzales een valse start hebben gemaakt in hun pogingen het socialisme in harmonie te brengen met de nieuwe eisen van het neo-liberalisme en in die zin al veel eerder het deksel op de neus hebben gekregen.
Het ultieme Derde Weg-land is en blijft natuurlijk Nederland, waar het aloude corporatisme ten tijde van de embryonale PvdA en de Doorbraak via de Derde Weg een geheel nieuwe impuls heeft gekregen. De grootste verliezers van diezelfde Derde Weg zijn ondertussen de socialisten in de derdewereld, die er tijdens de Socialistische Internationale in Parijs dan ook behoorlijk verloren bijliepen. Want wat de Derde Weg nu precies te bieden heeft aan landen met minder gevoel voor digitaal empowerment bleef ook in Parijs in nevelen gehuld. Kok keek nog het meest over de grenzen met zijn pleidooi om de Europese markt open te gooien voor Afrikaanse participatie. Onduidelijk bleef waarin en vooral waarmee die participatie diende te geschieden. In die zin is de Socialistische Internationale deze week weer een stuk minder internationaal geworden.