Waarheid blijft geheim

Behalve een emotionele gebeurtenis is een herdenking ook een vorm van inventarisering. Zoveel jaar geleden, een getal dat op een nul of een vijf eindigt, zijn we een groot geluk deelachtig geworden of heeft zich een verschrikkelijke ramp voltrokken. Wat hebben we ervan geleerd, hoe staan we er nu voor? Het was te verwachten dat de herdenking van 9/11 een mondiale storm van publiciteit zou veroorzaken, maar deze omvang heeft me toch nog verbaasd. Door een inventarisatie van dit alles zou je misschien een indruk kunnen krijgen van wat de collectieve intelligentie van het Westen voorstelt, maar begin er niet aan. Als zo'n studie voltooid is, zijn we al op z'n minst een jaar verder, misschien in een situatie die opnieuw radicaal veranderd is.
Mij heeft het verbaasd dat het achtjarig presidentschap van George W. Bush er relatief goed vanaf is gekomen. Per slot van rekening zijn hij en zijn neoconservatieve club regelrecht verantwoordelijk voor het sluipend verval van de Amerikaanse wereldmacht, twee oorlogen die geleid hebben tot onbecijferbare verwikkelingen (waaraan Nederland medeplichtig is) en die nog altijd niet zijn afgelopen. Eén inventarisatie van de wereld na 9/11 zou kunnen zijn dat onder leiding van het Washington van Bush het Westen verstrikt is geraakt in een gigantisch net van leugens waaruit het zich nog altijd niet heeft weten te bevrijden. Bij een herdenking als die van 9/11 krijg ik de indruk dat onder Bush de oprechtheid en de ratio van het Westen zijn gesneuveld en dat zijn opvolger nog niet bij machte is geweest de schade te herstellen. Toch stond Bush op Ground Zero naast Obama. Hij citeerde uit een brief die Abraham Lincoln heeft geschreven aan een weduwe die haar vijf zoons in de Amerikaanse Burgeroorlog had verloren. Hij durft, nog altijd, op zijn eigen typische manier.
Het is jammer dat we bij deze herdenking niets van Vincent Bugliosi hebben gehoord, de in Amerika zeer bekende jurist van wie in 2008 het boek The Prosecution of George W. Bush for Murder is verschenen. Het is toen een bestseller geworden, er waren al snel 150.000 exemplaren verkocht, maar typerend voor de situatie: de meeste grote media, ook de serieuze, hebben er geen aandacht aan besteed. Als Bugliosi ter gelegenheid van deze herdenking iets heeft gezegd, heeft dat in ieder geval de wereldpubliciteit niet bereikt.
Opeenvolgende Nederlandse regeringen hebben sinds 2002 trouwhartig aan de cultuur van de verdraaiing meegedaan. Eerst door de leugenpropaganda van Bush en een groeiend aantal meelopers te volgen en mee te doen aan de oorlog in Irak. Daar praten we niet meer over. Bij ons heeft een commissie het later uitgezocht, niet alles, maar we zijn er blijkbaar tevreden mee. Daarna kwam Afghanistan. Onze soldaten gingen meedoen aan een opbouwmissie in Uruzgan. Dat werd tot verbazing van Den Haag een vechtmissie. Na veel ingewikkeld gedoe kwam een meerderheid tot de conclusie dat het nu met het vechten gedaan moest zijn en de troepen kwamen terug. Wat was er intussen opgebouwd, hoeveel is daarin geïnvesteerd, wat is er tegen de grond gevochten? Dat weten we niet, maar wel is er intussen iets anders bevestigd: Nederland is uit Afghanistan niet weg te slaan.
Dit jaar beleven we het volgende hoofdstuk van onze Afghaanse tragikomedie. Het kabinet was op het idee gekomen een ‘politiemissie’ naar Kunduz te sturen, zeshonderd man die daar agenten zouden gaan opleiden. GroenLinks was bereid mee te werken op voorwaarde dat onze jongens en meisjes niet in gevechten zouden worden betrokken. Verboden te vechten in Afghanistan! Bij mevrouw Sap van GroenLinks ging het sprookje erin en Nederland kon weer aanschuiven. Toen kwam minister Hillen met zijn interview in Vrij Nederland. Onze missie daar is vooral militair, zei hij. Nationaal rumoer. Maar natuurlijk heeft de minister gelijk. Hij had alleen niet zijn goedkeuring moeten geven aan de volgende voortzetting van het fiasco.
In principe is de Haagse microkosmos een kopie van het grotere, even verwarde geheel in Washington. Onophoudelijk gaat de waarheid in een complex van intriges ten onder terwijl een uitzichtloze buitenlandse politiek met een paar marginale veranderingen wordt voortgezet. Tien jaar oorlog in Afghanistan is daar een verpletterend bewijs van. Drie dagen voor de grote herdenking van 9/11 werd bekend dat in de gevangenissen van Kunduz stevig wordt gemarteld. Plaatselijke politieagenten mishandelen regelmatig de gevangenen, zeggen organisaties voor de mensenrechten en de VN. Gaan onze zeshonderd niet vechtende soldaten daar een eind aan maken? Ik doe een voorspelling. Nee. Op 11 september publiceerde de International Herald Tribune een artikel van Rory Stewart, Brits parlementslid en Afghanistan-kenner. Hij eindigt als volgt: 'Mislukking in Afghanistan is “geen optie”. Dat is de fatale erfenis van 9/11, omdat met deze leuze de mislukking onzichtbaar, onvoorstelbaar en onvermijdelijk is geworden.’ Maar bij herdenkingen wordt over zo'n toekomst niet gesproken.