Opheffer

Waarheid om bestwil

Ze kunnen niet goed liegen, want ze hebben er niet over nagedacht. Waar gaat het over? Het Pentagon heeft een bureau opgericht dat valse berichten de wereld in moet sturen teneinde de media te bewerken. De naam is het Office of Strategic Influence. Dat bureau is zinloos.

Een leugen heeft alleen zin als je hem als waarheid kunt verkopen. Een leugen in de trant van: «Irak heeft een atoombom» met als doel een rechtvaardiging te vinden om Irak te bombarderen, heeft geen zin als Irak geen atoombom heeft. Want als het niet waar is, kan Irak makkelijk zijn gelijk bewijzen. (Waar dan?) Als het wél waar is, hoef je er niet om te liegen.

Om oorlog te voeren kun je altijd een reden verzinnen. Strategisch liegen heeft geen zin omdat we inmiddels weten dat de waarheid afhankelijk is van het perspectief. Wie heeft er gelijk in het Midden-Oosten? Arafat of Sharon? Het heeft geen zin om daar leugens te verkopen. Alles is even waar als gelogen. Dat komt doordat oorlog altijd de volgende eigenaardigheid voortbrengt: de betekenis van een groot aantal woorden verandert in zijn tegendeel, of dusdanig dat je er alle kanten mee op kunt. Vrijheid, soldaat, vrede, vaderland, rechtvaardigheid, recht, democratie, wet, noem maar op - hun betekenis verandert totaal.

Wanneer Amerikanen spreken over «democratie» of het «niet hebben van een democratie» weet je eigenlijk niet waarover ze spreken. Paradoxaal genoeg hebben zij bijvoorbeeld een beperkt begrip van wat «vrijheid» betekent. In oorlogssituaties is liegen dus al helemaal overbodig. Het Pentagon heeft een generaal belast met strategisch liegen. Een interessante vraag is: hoe weet die generaal dat hij liegt? Dat betekent dat hij een bron moet hebben die de waarheid weet. Welke waarheid? Vanuit welk perspectief gezien? Hoe weet de generaal dat die bron niet liegt? Ik daag de generaal uit een leugen te verzinnen die niet ergens waar kan zijn. Omgekeerd daag ik hem ook uit een waarheid te vinden die niet ergens een leugen is. Het begrip «strategisch liegen» kennen wij als «een leugentje om bestwil». De vraag is dan: wiens bestwil? Uiteraard altijd de bestwil van de leugenaar. Die moet met dat liegen een doel hebben dat hij via de waarheid niet kan bereiken. Dat zijn in wezen beperkte doelen. Over doelen in de toekomst hoef je niet te liegen, want niemand kan liegen of de waarheid spreken over handelingen in de toekomst omdat je niet weet hoe die is. Je kunt liegen: ik ga Irak niet bombarderen, terwijl je het wél gaat doen, maar dat komt snel uit. Daarnaast doe je het pas op het moment dat je het doet. Liegen heeft alleen zin als je je achteraf wilt rechtvaardigen. Nee, we hebben geen Afghaanse burgerslachtoffers gemaakt, daarvan heb ik hier de bewijzen. Dan is liegen verduisteren.

Stel dat je dat lukt. Je gaat de geschiedenis in als een president die het is gelukt een «schone oorlog» te voeren waarin geen slachtoffers zijn gevallen. Daar zijn «bewijzen» voor. De volgende president zal dan liegen dat je ongelijk had en met «bewijzen» aankomen dat je hebt gelogen. Wat heeft de leugen dan voor zin gehad? De leugenaar belogen.

Het Pentagon beoogt het beïnvloeden van de publieke opinie. Waarom? Koop journalisten om! Koop zendtijd! Vertel je boodschap, hoe dan ook. Liegen is dan onbelangrijk. Wat de oprichting van het Office of Strategic Influence van het Pentagon aantoont, is dat ze inderdaad niet weten hoe ze handig met de waarheid moeten omgaan en dus ook niet goed kunnen liegen. Dat is pas eng.